Vredessymbool wordt politicus

Aung San Suu Kyi neemt zaterdag alsnog de Nobelprijs voor de Vrede uit 1991 in ontvangst. Samenwerken met het Birmese bewind maakt haar kwetsbaar voor kritiek.

Ze durfde ruim twintig jaar geleden Birma niet te verlaten om haar Nobelprijs voor de Vrede in Oslo af te halen, uit angst dat de junta haar terugkeer zou verhinderen. Maar zaterdagmiddag is Aung San Suu Kyi dan toch in de Noorse hoofdstad om alsnog persoonlijk haar dankrede uit te spreken.

Nog meer dan in 1991 is de frêle Birmese na jarenlang huisarrest uitgegroeid tot symbool van geweldloze strijd voor democratie en rechtvaardigheid. Van moed en fatsoen tegenover militairen die bijna nergens voor terugdeinsden. Overal in Birma en daarbuiten wordt ze toegejuicht.

Velen vergelijken haar met Nelson Mandela. Ook zo’n politieke leider die vele jaren vastzat en grote persoonlijke offers bracht voor de publieke zaak. Aung San Suu Kyi had in 1988 haar comfortabele leven kunnen voortzetten als echtgenote van een Britse Tibet-specialist en moeder van twee opgroeiende zoons in Oxford. Maar ze koos voor een moeizaam bestaan als oppositieleider in een militaire dictatuur.

Als dochter van generaal Aung San, algemeen beschouwd als de vader van het onafhankelijke Birma, meende ze dat ze de Birmezen niet in de steek kon laten toen daar in 1988 een democratiseringsbeweging op gang kwam. Ook niet toen het leger die met harde hand onderdrukte.

Net als Mandela leidde ze het verzet overtuigend, met wilskracht en charisma. Toch is ‘The Lady’, zoals ze vaak wordt genoemd, pas halverwege. Mandela bewees zijn grootheid volgens velen pas echt door zijn verzoeningsgezinde opstelling na zijn vrijlating. Hij accepteerde compromissen met het apartheidsbewind dat hem zo lang gevangen had gehouden en toen hij eenmaal president was, zag hij af van een afrekening met het verleden. Zuid-Afrika profiteerde er enorm van.

Aung San Suu Kyi, die volgende week 67 wordt, lijkt aan het begin van een soortgelijke weg te staan. De militairen hieven haar huisarrest eind 2010 op, legaliseerden haar partij – de Nationale Liga voor Democratie – en lieten haar in april meedoen aan tussentijdse parlementsverkiezingen in 45 districten. Massaal kozen de Birmezen daar voor haar – al beschikken de militairen en hun stromannen nog altijd over een riante meerderheid in het parlement.

De grote vraag is: zijn president Thein Sein, zelf voormalig lid van de junta, en de andere generaals echt bereid politieke macht aan Suu Kyi en haar partij af te staan? Of gebruiken ze haar slechts als een vehikel om uit hun isolement te komen en economische investeringen uit het buitenland los te krijgen?

Na jaren van verzet wacht Suu Kyi een nieuwe rol: die van politicus die moet proberen in lastige omstandigheden haar verarmde land omhoog te stuwen. Nu ze heeft besloten met Thein Sein samen te werken, maakt ze zich kwetsbaar. Hoe nauwer zij tegen de regering aanschurkt, hoe meer zij ook verantwoordelijk zal worden gehouden voor misstanden. Deze week vroegen leden van de gediscrimineerde minderheid van de Rohingya’s, die slaags waren geraakt met boeddhisten in het westen van het land, haar om hulp. Maar Suu Kyi verkeert niet in een positie om hulp te bieden. Zo min als ze in staat is de al decennia oude conflicten met andere etnische minderheden op te lossen. Nu ze in het parlement zit en er meer vrijheid is, rekenen de meeste Birmezen bijna automatisch op een snelle groei van de welvaart. Maar ook daarbij kan Suu Kyi, die zelf op dat terrein nog weinig concrete ideeën heeft gepresenteerd, slechts vanaf de zijlijn toekijken.

Haar immense morele gezag zou bij het uitblijven van meer welvaart wel eens kunnen afbrokkelen. Maar in Oslo is voor zulke sombere overwegingen geen plaats. Vast staat dat de vooruitzichten voor zowel Suu Kyi als haar land een stuk gunstiger zijn dan nog maar een paar jaar geleden.

    • Floris van Straaten