Tortilla’s

Geen wasmachine. Maar wel een eigen slaapplek, muziek en smakelijk eten (inclusief toetjes).

IJs. Dat zal ik missen in het ruimtestation. Dat zei kosmonaut Gennadi Padalka twee maanden geleden op een persconferentie in Sterrenstad bij Moskou. Inmiddels zit Padalka bij Kuipers in het ruimtestation ISS, waar alleen vrieskisten zijn voor ruimte-experimenten.

Voor het geval de aanvoer met ruimtevrachtschepen zou vertragen of stokken, moet het eten véél langer goed blijven dan in een vriesvak: zeker twee jaar. Daarom wordt het vooraf, op aarde, gesteriliseerd. Niet smaakbevorderend, maar het eten is veel beter dan het eerste astronautenvoedsel uit tubes. Dat komt doordat er langer over de maaltijden is nagedacht, doordat ruimtevrachtschepen grotere voorraden naar boven kunnen brengen én doordat het ruimtestation internationaal is.

Amerikaanse astronauten kunnen nu dus de maaltijden die ruimtevaartorganisatie NASA verstrekt, ruilen met Russische collega’s wier eten door het Russische Roskosmos wordt verzorgd. Of met Europeanen en Japanners die meestal met de Amerikanen en Russen mee-eten, maar die daarnaast Europese en Japanse gerechten mee krijgen.

„Lunchen gaat meestal even tussendoor in Node-3 (een door de Europese ruimtevaartorganisatie ESA gebouwde module, red.)”, schrijft Kuipers in een e-mail uit de ruimte. „Daar is een koffer waarin we de zakjes of blikjes uit de Russische voorraad kunnen opwarmen en een apparaat waarmee we zakjes gevriesdroogd eten met heet of koud water kunnen vullen.

„’s Avonds eten we meestal wel samen. We kunnen kiezen uit heel verschillende gerechten: visgerechten, allerlei groenten, tortilla’s, een stukje vlees, stoofschotels... En toetjes.”

Ruimtetechnisch gezien is de belangrijkste eis dat het eten plakt. Zodat je het uit een blikje naar je mond kunt lepelen zonder dat het onderweg alle kanten op zweeft. Zulk ruimtevoedsel is „prima te eten”, schrijft Kuipers.

De gewichtloosheid maakt een wasmachine onmogelijk. Water gaat in de ruimte alle kanten op, maar spoelt niet, zoals in een wasmachine dóór de vuile was. Astronauten dragen daarom hun verschillende kledingsets – voor sporten, werken, vrije tijd – een stuk of zes dagen en ‘gooien’ ze dan ‘weg’ in bijvoorbeeld het Europese ruimtevrachtschip ATV of in een Russisch vrachtschip (als die zijn leeggeruimd). Weer volgeladen en ontkoppeld, verbrandt zo’n schip met rommel en al in de dampkring.

De ISS-bewoners hebben een eigen slaapcabine. Met een bed (een vastgegespte slaapzak), en met ruimte voor een laptop, foto’s en andere persoonlijke spullen die overigens bij elkaar, wegens het vervoer naar boven, niet meer dan anderhalve kilo mogen wegen. Hier kunnen ze zich terugtrekken om naar hun iPod te luisteren, een film te kijken of wat te mailen aan het einde van de dag.