Sprinkhanenstress

Als je bioloog bent, kun je leuk veldwerk doen en laboratoriumdingen. Deze week is wel heel spannend onderzoekswerk gepubliceerd. Daar komt hij: Amerikaanse biologen hebben de grijpkaken van nare spinnen dichtgelijmd. Zo kunnen de spinnen geen sprinkhanen pakken, maar ze kunnen de sprinkhanen wel erg aan het schrikken maken.

De biologen deden dat om te kijken of en hoe geschrokken sprinkhanen veranderden. Dat zou natuurlijk niet lukken als de spinnen de sprinkhanen óók opaten. Vandaar die dicht gekitte kaken.

Zo kwamen de onderzoekers er achter dat bang gemaakte dode sprinkhanen invloed hebben op rottende planten. De dieren die zich waren doodgeschrokken zorgden ervoor dat plantenresten minder snel verteerden dan wanneer er op de bodem sprinkhanen lagen die gewoon waren overleden. De schrik maakte dat de sprinkhaanlichamen andere stofjes gingen bevatten dan de gewone. In bange sprinkhanen zit dus eigenlijk een soort antimest. Vreemd.

Tot nu toe, zeggen de onderzoekers, waren geen voorbeelden bekend van dieren die direct van invloed zijn op het bodemleven. Iedereen dacht dat alleen planten daarvoor van belang waren. Want als je alle bomen, struiken en ander gewas in een gebied optelt, dan valt de optelsom van de dieren die daarin leven in het niet.

De vraag is natuurlijk wat die sprinkhanen (of spinnen) eraan hébben – want zo zit de natuur meestal wel in elkaar – dat de planten minder snel verteren. Misschien kunnen spinnen op een bodem met anti-mest minder vaak een hinderlaag leggen. Omdat er op zo'n bodem minder planten groeien. Daardoor worden weer minder sprinkhanen opgegeten en zo komen er dus meer sprinkhanen. Dat is weer goed voor de spinnen en dan begint het verhaal van voren af aan. Zo houden spinnen en sprinkhanen elkaar in evenwicht.

    • Menno Steketee