Nederland faalt altijd na een goed WK

Hoe kan een land dat in 2010 slechts vanwege de noppen van Iker Casillas geen wereldkampioen werd, nu zo de bak in gaan? Hier, van een overlevende van Charkov, een poging tot verklaring:

1. Na een WK-zilver glijdt Nederland altijd uit op een EK. Dat gebeurde ook in 1976 en 1980. Wat dat betreft levert 1976 een interessante parallel: de gedoodverfde Europees kampioen verloor toen de halve finale verrassend met 3-1 van Tsjechoslowakije, met rode kaarten voor een schoppende Johan Neeskens en een mopperende Willem van Hanegem. Blijkbaar hebben Nederlandse voetballers na een succes moeite de speldiscipline te behouden. Datzelfde zag je vorige week zaterdag tegen Denemarken: een half elftal dat structureel voor de bal uitliep. Geen wonder dat Wesley Sneijder klaagt over verdwenen automatismen. De buitenlandse media belichten traditioneel graag Nederlandse persoonlijkheidsconflicten, maar Nederlands gebrek aan discipline is net zo’n groot probleem.

2. De persoonlijkheidsconflicten zijn er echter ook nog. Na de uitschakeling zullen ze waarschijnlijk in volle hevigheid openbaar worden, net als na de mislukte toernooien van 1990 en 1996.

Nu al hebben we een psychologische verklaring nodig voor de afwezigheid van de briljante Arsenal-spits Robin van Persie. Sneijder had op het EK al 15 scoringskansen gecreëerd voordat Van Persie er tegen Duitsland eindelijk eentje inschoot, aldus het Londense databureau Opta Sports. Nog een cijfertje, van Castrol: de tien scoringskansen die Sneijder tegen Denemarken schiep, was een record voor alle landen in alle EK’s sinds 1980. Als de Van Persie van Arsenal was komen opdagen, dan werd Sneijder nu alom gehuldigd als speler van het toernooi.

Mijn theorie: de persoonlijke afkeer die Van Persie voor Sneijder voelt, breekt hem op. Op het WK kon Van Persie nog over Sneijder klagen, want toen gaf de spelmaker hem amper ballen. Maar nu zet Sneijder hem tot vervelens toe voor de keeper. Van Persie voelt echter dat Sneijder semi-bewust half-hoopt dat hij zal falen. (En elke nieuwe pass op Van Persie geeft de spits een nieuwe kans om te falen.) Onder de blik van je vijand presteren is moeilijk. Topvoetballers zijn niet immuun voor disfunctionele werkrelaties.

3. De problemen van Arjen Robben zijn vermoedelijk ook vooral psychologisch. Half Nederland klaagde voor het toernooi dat hij niet overspeelt. Tsja, maar de man kan normaliter toch best goed in zijn eentje scoren. Tegen Denemarken speelde hij plots mislukt breed op Sneijder toen hij zelf had moeten schieten. Robben zei het zelf: „Misschien komt het wel door het gezeik.” Inmiddels heeft hij op het EK al tien keer geschoten, en nog niet gescoord.

4. Maar misschien is de beste verklaring voor het falen wel: botte pech. Vorige week betoogde ik dat het EK, de kortste van alle voetbalcompetities, van toeval aan elkaar hangt. Oranje creëert hier volop kansen, makkelijker zelfs dan op het WK. Maar van de Nederlandse doelpogingen trof slechts 2,6 procent doel – het slechtste percentage van alle EK-ploegen, nogmaals volgens Opta Sports. Dat ligt misschien niet alleen aan psychologie.

Ditmaal hebben we pech, en op het WK in 2010 hadden we geluk. Oké, Oranje speelt hier met een ‘eredivisieverdediging’, maar op het WK was dat niet zo heel anders. De kwartfinale tegen Brazilië was normaliter verloren gegaan, maar de eerste twee goede Nederlandse kansen vlogen meteen in het net. En als Nederland destijds in de knock-outfase tegen Duitsland had gespeeld, in plaats van tegen landjes als Slowakije en Uruguay, had het eveneens wellicht verloren. Want dat speelt ook mee: een WK is tot de halve finale makkelijker dan een EK. De Arsenaltrainer Arsène Wenger zei het zoals gewoonlijk het beste: na een overwinning zijn we meestal te blij met ons spel, en na een nederlaag te kritisch.

Simon Kuper, journalist van de Financial Times en medewerker van onder andere NRC Handelsblad, maakte verscheidene boeken over voetbal, waaronder Dure spitsen scoren niet (2009, Nieuw Amsterdam). Tijdens het EK schrijft hij wekelijks een column in NRC.

    • Simon Kuper