Marktwerking ja, verandering nee

Auteur: Marcel Metze Titel: De veerbootoorlog Uitgeverij: Van Wijnen, Franeker ISBN: 9789051944464. 95 blz. € 12,50

Je zou bijna medelijden krijgen met de ondernemers op Terschelling die zes jaar geleden de strijd aanbonden om de veerdienst naar Harlingen. Aan alle kanten werden de onverschrokken nieuwkomers tegengewerkt. Consequent werd de Eigen Veerdienst Terschelling (EVT) gedwarsboomd bij pogingen het monopolie te doorbreken van Doeksen, het veel grotere bedrijf dat overduidelijk geen zin had in een concurrent en deze met steun van dure advocaten op afstand heeft weten te houden. Het werd EVT vrijwel onmogelijk gemaakt regelmatig te varen en aan te leggen in de havens van Harlingen en Terschelling. Heeft EVT vervolgens veel advocaten ingehuurd? Heeft het „uit pure frustratie” kettingsloten doorgeknipt van een toegangshek in de haven van Harlingen en later passagiers met ladders over dat hek geleid? Voor de lezer van De veerbootoorlog is dat alleszins te begrijpen.

Onderzoeksjournalist en publicist Marcel Metze schetst een helder beeld van de tweeslachtige pogingen van het ministerie van Verkeer en Waterstaat om te experimenteren met meer marktwerking op de veerdienst. Enerzijds wilden bewindslieden op aandringen van de Europese Unie concurrentie toestaan. Anderzijds wilden zij de bestaande monopolist Doeksen niet voor de voeten lopen. Ook al omdat velen op het eiland Terschelling vreesden dat concurrentie zou leiden tot minder veerdiensten op onrendabele tijden. Het resultaat waren afspraken met een „ambigue, innerlijk tegenstrijdige karakter”.

Het gevecht om de veerdiensten is volgens de auteur geen strijd tussen David en Goliath. Dat beeld is „te oppervlakkig”. Zeker, underdog EVT „ging de strijd aan met een volharding en taaiheid die de gevestigde belangen niet hadden verwacht”. En Doeksen „heeft zich al met al laten kennen als zeer zakelijk, berekenend en bepaald ongenereus”. Maar eerlijk is eerlijk; dat grote bedrijf heeft zich doorgaans gehouden aan de spelregels van de overheid.

In werkelijkheid is het vooral Verkeer en Waterstaat, het huidige ministerie van Infrastructuur en Milieu, aan te rekenen dat door zijn dubbelhartige en afwachtende houding beide bedrijven in de armen van advocaten zijn gedreven, suggereert Metze. Hij spreekt van „een uitgelokt conflict, van een context die twee bedrijven in zodanige posities bracht dat zij wel slaags moesten raken”.

Toenmalig minister Karla Peijs (CDA) en staatssecretaris Melanie Schultz van Haegen (VVD) zijn volgens hem verantwoordelijk voor een overgangsregeling die Doeksen slechts een ietsiepietsie rekening liet houden met nieuwkomers, en waarin stond dat de daaropvolgende vijftienjarige concessie vermoedelijk eveneens aan deze grote reder zou toevallen. „Schijnconcurrentie”, concludeert de auteur.

Op het hoogtepunt van de ruzie, ruim twee jaar geleden, gaf bovendien toenmalig staatssecretaris Tineke Huizinga (CU) niet thuis. Ze hanteerde een „klassieke bestuurderstruc” door ondanks kritiek van de Raad van State vast te houden aan de gunning aan Doeksen en daarbij een adviesbureau te vragen „nog wat extra argumenten te leveren”. Metze: „Zelden heeft een adviesbureau zo openlijk een gewenste einduitkomst voorgeschoteld gekregen”.

De veerbootoorlog is een prettig leesbaar boekje. Maar of dit het laatste woord is? De auteur maakte zijn expert opinion in opdracht van EVT en dat wekt onvermijdelijk de schijn van partijdigheid. Tegenstander Doeksen weigerde elke medewerking. „Het rapport is incompleet en bevat een groot aantal feitelijke onjuistheden. Tevens staat het vol met subjectieve interpretaties en observaties”, schrijft Doeksen in een reactie die de auteur heeft opgenomen. De gemeente Terschelling, Rijkswaterstaat en het ministerie van Infrastructuur en Milieu werkten wel mee. Maar ook zij hebben kritiek. Het ministerie „onderschrijft de analyses en conclusies in het rapport niet en neemt daar afstand van”, aldus een schrijven aan de auteur.

    • Arjen Schreuder