Jonge hemelbestormers in fragiele politieke partijen

Via lokale afdelingen proberen de jongeren van G500 invloed uit te oefenen op partijprogramma’s. Ze stuiten op een muur van cijfers en jargon. De echte besluiten worden in achterkamertjes genomen.

Nederland, Amsterdam, 14-06-2012. Amendementen-avond bij de PvdA Amsterdam. Volgens een nieuwe methode (naam kwijt) werden amendementen voorgesteld waar over werd gestemt. In groepjes wordt per tafel over een onderwerp gebrainstormt en mogelijke amendementen geopperd, in de tweede ronde wordt er gepraat over welke 2 amendementen (per tafel) worden voorgelegd aan de aanwezige leden, in de derde ronde wordt dmv het plakken van stickers gestemt over de amendementen, de uitslag word vervolgens als advies ingedient. Ook de nieuwe politieke jongerenbeweging (om jongeren een stem te geven in de politiek) G500 was aanwezig, met als opvallendste lid Sywert van Lienden (r). Foto: Olivier Middendorp

Achttien man. Zoveel mensen zijn er afgekomen op de vergadering van de PvdA-afdeling Utrecht, op een dinsdagavond in een partijkantoortje in de wijk Ondiep. Er is thee, koffie en koekjes. Aan de muur hangt een stadsplattegrond voor flyer-acties.

Sywert van Lienden is met de OV-fiets gekomen. De oprichter van G500 heeft vier jongeren van zijn beweging meegenomen. Daarmee hebben ze bijna eenderde van de stemmen – mocht het spannend worden vanavond. Voor hun neus hebben ze drie A4’tjes met wijzigingen voor het PvdA-verkiezingsprogramma.

Twee maanden geleden openden Van Lienden en zijn medestanders de aanval op het Nederlandse politieke systeem. Het idee achter hun jongerenbeweging G500 is even simpel als origineel: de vergrijsde middenpartijen dwingen om de belangen van jongeren serieus te nemen. Wie zich aansluit bij G500, wordt automatisch lid van VVD, PvdA en CDA. Op partijcongressen proberen de G500’ers vervolgens een hervormingsgezind tienpuntenplan in de verkiezingsprogramma’s te manoeuvreren. Van Lienden, bij de oprichting: „De partij mag niet meer het doel zijn, maar moet weer het middel worden. En wij als leden gaan daarover mee besluiten.”

Van Lienden en de zijnen kregen veel lof toegezwaaid. Maar twee weken voor de beslissende verkiezingscongressen van PvdA en CDA blijkt de werkelijkheid weerbarstiger. De afgelopen twee weken is G500 de bijeenkomsten afgegaan waar leden van CDA en PvdA praten over het verkiezingsprogramma (de VVD houdt pas eind augustus een congres). En wat blijkt? Plaats en tijdstip van bijeenkomsten zijn moeilijk te achterhalen. Tijdens de vergaderingen wordt zelden gestemd: congresafgevaardigden bepalen na afloop hoe de amendementen er precies uit gaan zien.

En bovenal: de aanwezige leden zijn een stuk taaier dan Sywert en de zijnen dachten. Ze zijn aardig en gastvrij – dat is het probleem niet. Maar ze laten zich niet zomaar overtroeven door een clubje jonge hemelbestormers.

Zo ook in Utrecht. De G500’ers worden vriendelijk welkom geheten: slechts één van de aanwezigen stelt een kritische vraag: „Mag je van de PvdA wel lid zijn van meerdere partijen tegelijk?” De anderen roepen hem meteen tot de orde.

Maar dan begint de vergadering. Het gezelschap blijkt grotendeels te bestaan uit partijfunctionarissen (een gemeenteraadslid, een gewestelijk bestuurder, een lid van het afdelingsbestuur) en verdedigers van deelbelangen (een actievoerder van FNV Bondgenoten, een gepensioneerde milieulobbyist). Van de overige leden introduceren twee zichzelf zonder ironie als „congrestijger”.

Al snel wordt het jeugdige enthousiasme van de G500’ers gesmoord in een lawine van cijfers en jargon. Niks principieel debat – bij de PvdA-afdeling Utrecht domineren de technische details en ‘punten van orde’: „Mijn volgende voorstel betreft pagina 23, paragraaf 2.1, bulletpoint nummer vijf.” De G500-jongeren beschikken over een bewonderenswaardige hoeveelheid kennis: over pensioenen, over het zorgstelsel, over klimaatpolitiek. Maar keer op keer leggen ze het af tegen de vergadertijgers.

Als Van Lienden voorstelt om de staatsschuld binnen tien jaar terug te brengen naar maximaal 60 procent van het bruto binnenlands product, zegt een aanwezige: „Sympathiek, maar de nuances moeten duidelijker verwoord.” Waarop een ingewikkeld verhaal volgt over het verschil tussen dagelijkse uitgaven en structurele investeringen.

Als Van Lienden begint over de subsidie voor zonnepanelen, valt de milieulobbyist hem in de rede: „Als je het over de SDE hebt, moet je dat ook koppelen aan de EIA en de KIA.”

En als G500-lid Max Patelski voorstelt om genoeg geld uit te trekken voor onderwijs, zegt een PvdA’er: „Dan kunnen we bij elk programmapunt wel een zin toevoegen : we hebben een goede financiële onderbouwing nodig.”

Na tweeënhalf uur vergaderen is slechts de helft van de voorstellen besproken. De voorzitter besluit de rest per e-mail af te handelen. Gestemd wordt er niet. „Ons voorstel voor aanpassing van de Grondwet”, zegt Patelski, „ga ik nog rondsturen.”

Van jeugdige bravoure is bij Van Lienden en de zijnen aan het eind van de avond weinig te bespeuren – eerder timide berusting. „Je ziet hoe ze worden ingekapseld”, constateert een PvdA-lid tevreden.

Twee dagen later zit Sywert van Lienden in het G500-hoofdkwartier in Amsterdam. De beweging houdt kantoor in een statig pand aan de Herengracht – gratis en voor niets. Gunst van een sympathiserend organisatieadviesbureau. Onder de geldschieters van G500 zitten volgens Van Lienden ook prominente politici, Haagse journalisten, en topambtenaren.

Het valt Van Lienden niet mee, de rondgang langs lokale partij-afdelingen. „Op papier zag het er goed uit.” Hij noemt een voorbeeld: in de statuten van het CDA staat dat iedere afdeling binnen een week nadat het partijprogramma is gepubliceerd een vergadering moet houden. Met een stemming. „Maar uiteindelijk deed maar één afdeling dat, in Limburg. En dat was na de deadline.” Bij de PvdA hetzelfde liedje. „Twee bijeenkomsten, de rest gaat online. En de VVD organiseert helemáál niets.”

Toen G500 begon, zegt Van Lienden, dachten ze dat het probleem bij de leden lag: vijftigplussers die zich verzetten tegen iedere verandering. „Maar met die leden kun je eigenlijk best goed in gesprek, hoe vergrijsd en verkalkt ze ook zijn.” Het probleem, zo leerde Van Lienden , is het systeem. Afdelingen houden zich niet aan de eigen statuten. De achterban bestaat alleen uit functionarissen en belanghebbenden. „Ik zie nauwelijks normale leden. Mensen die gewoon een baan hebben.”

Heeft G500 dan de verkeerde strategie gekozen? Soms denkt Van Lienden van wel. Hij praat over „kunstgrepen” en een „wapenpakket” voor de congressen. „Sommige punten moeten op een andere manier geagendeerd worden. Zoals de pensioenen. Die zijn onbespreekbaar.”

Zachter: „Misschien durven we ook niet voor 100 procent de beuk erin te gooien. Die partijen zijn heel fragiel, je bent bang dat je iets kapot maakt.”

Dezelfde avond bezoeken Van Lienden en zijn medestanders opnieuw een afdelingsbijeenkomst van de PvdA, nu in Amsterdam Nieuw-West. De sfeer is opener, er zijn veel meer mensen. De afdeling heeft gekozen voor een hippe vorm van discussiëren: in twee rondes praten de leden aan tafeltjes over de verschillende onderdelen van het programma, waarna de amendementen worden opgehangen. Met een rood (tegen) of groen (vóór) stickertje mag iedereen zijn voorkeur tonen.

Aan het tafeltje ‘arbeid’ houdt Sywert een pleidooi voor een ‘eindig’ vast contract van vijf jaar, om de ongelijkheid op de arbeidsmarkt tegen te gaan. Zijn gespreksgenoten zijn sceptisch.

„Waarom schaf je het flexcontract niet gewoon af?”

„Maak je je geen zorgen over mensen boven de 40?”

„Mij lijkt het ontzettend bureaucratisch.”

Het voorstel sneuvelt. Maar, zo blijkt aan het eind van de avond, veel andere plannen van de G500 zijn wél in de smaak gevallen bij de Amsterdamse PvdA-leden: een zorgspaarstelsel voor de oude dag, stimulering van duurzame technologieën, een snellere verhoging van de pensioenleeftijd. „Zo jongens, die AOW gaat goed!”, roept een G500-lid enthousiast terwijl ze groene stickertjes telt.

Maar ook hier valt te bezien wat er straks op het PvdA-congres van de G500-voorstellen overblijft. „Dit was natuurlijk een beetje voor de bühne”, zegt een lid van het PvdA Vrouwennetwerk, al veertig jaar actief in de partij, na afloop op de stoep. „Als ik echt een amendement wil indienen, bel ik van de week even met mijn congresafgevaardigde.”

    • Thijs Niemantsverdriet