'Je moet jezelf in ongemakkelijke situaties dwingen'

Jason Everman (1967) speelde in Nirvana en Soundgarden, maar kreeg genoeg van muziek en ging het leger in. „Ik wilde krijger worden.” Als groene baret vocht hij in Irak en Afghanistan en nu studeert hij filosofie. „Ik doe niet aan carrièreplanning.”

HIGHER FEES APPLY. Kurt Cobain, Dan Peters, Chad Channing and Krist Novoselic of Nirvana photographed in Hoboken, New Jersey in June 1989. Ian Tilton/Hollandse Hoogte

‘Dit is het dan, denk je. Je ligt languit op de grond en probeert jezelf zo plat mogelijk te maken. Overal om je heen slaan granaten in. Je hebt geen idee of je het zult overleven. Het enige wat je kunt doen is je hoofd omlaag houden. Dat is zo verschrikkelijk eng. Echt fucking scary.

„Een uitzending duurt zes maanden. De eerste keer vocht ik bij het 2nd Ranger Battalion, later bij de Special Forces, populair gezegd: de groene baretten. Ik ben twee keer in Afghanistan geweest en één keer in Irak. Tussendoor ben ik ingezet in Zuidoost-Azië – het derde, onbekende toneel van Amerika’s Global War on Terror. Waar precies kan ik niet zeggen. Dat jij niet weet dat er Special Forces in het zuidoosten van Azië zijn geweest, dat was precies de bedoeling.

„Ik heb nooit aan carrièreplanning gedaan. Als kind was ik gek op geschiedenis. Toen ik zestien was, kreeg ik op school les over de Renaissance. Op aanraden van mijn docent las ik de autobiografie van Benvenuto Cellini (1500-1571), een homo universalis. Volgens hem moest iedere man artiest, krijger en filosoof zijn geweest.

„Ik was een tiener op een skateboard die ervan droomde muzikant te worden. Mijn eerste plaat was – zoals bij al mijn leeftijdgenoten – van Kiss, erg opwindende rock-’n-roll. Later ontdekte ik de hardcore van Black Flag en metal van Metallica en Slayer. Ik zat in allerlei slechte punkbandjes. Met drie vrienden stonden we in de garage zo hard mogelijk te blazen. Spelen konden we niet, maar het was lachen.

„Na de middelbare school wilde ik op avontuur. Ik ging op een vissersboot werken in Alaska. We vingen haring in de lente, zalm in de zomer en kabeljauw in de herfst. Een half jaar zie je alleen maar zee en havens. Je maakt lange uren. Het is erg zwaar werk, maar het verdiende goed. En buiten het seizoen had ik tijd en geld om rond te reizen.

„Na vier jaar vissen verhuisde ik naar Seattle, om me toe te leggen op muziek. Ik jamde met vrienden en huisgenoten, en zat in bandjes waarvan ik de namen niet eens meer weet. Via vriend en drummer Chad Channing leerde ik zanger-gitarist Kurt Cobain en bassist Krist Novoselic kennen. Zij zeiden dat ze een extra gitarist zochten voor hun band, Nirvana. Auditie heb ik niet gedaan. Sterker: we hebben niet eens gerepeteerd. Ik kreeg cassettebandjes met hun nummers en die heb ik thuis ingestudeerd. De eerste keer dat ik meespeelde was bij een optreden op een studentenfeest. Achteraf zei Kurt: ‘Oké, je zit in de band.’

„Hun debuutplaat Bleach (1989) was toen al opgenomen, maar ze hadden geen geld om de studio te betalen. Ik heb ze het bedrag geleend: 606,17 dollar. En ook al had ik niet meegespeeld, ik belandde wel op de coverfoto en werd achterop genoemd als slaggitarist. Dat was een pretty big deal, het onherroepelijke bewijs dat ik professioneel muzikant was. Daarna gingen we op tournee: eerst langs de westkust, daarna dwars het land door. Het was de eerste keer dat ik zag hoe groot en geografisch verschillend de Verenigde Staten zijn.

„Het was te gek, maar ook heel erg doe-het-zelf. Daar rijd je dan, hartje zomer, met zijn vieren in een klein busje door het bloedhete zuiden. Sommige shows waren goed, maar soms speelden we in een piepkleine bar voor vijf mensen om daarna te horen dat er geen geld was. Dan moet je kiezen: kopen we eten of benzine zodat we de volgende stad halen? Bij een hamburgertent bestelde een van ons dan iets kleins. Zodra dat bord leeg was, ging de rest één voor één gratis opscheppen bij de saladebar. Als er geen slaapplek was, sliepen we op het gras naast de snelweg. Ik weet nog dat ik constant moe was. Maar het was een mooi avontuur. Ik heb heel veel coole mensen ontmoet en vrienden gemaakt. Veel van hen zie ik nog steeds.

‘Kurt, Krist en ik konden niet goed met elkaar overweg. Naarmate de tour vorderde, kwam ik erachter dat ik niet langer in Nirvana wilde zitten. Wat ook niet hielp: wij waren allemaal slechte praters. Het zat me vooral dwars dat ik werd buitengesloten van het creatieve proces. Op muzikaal vlak had ik helemaal niks te zeggen. En Kurt wilde dat mijn gitaar precies zo klonk als de zijne, zodat ik voor mijn gevoel inwisselbaar werd. Het ging zelfs zover dat hij eiste dat ik dezelfde versterker ging gebruiken, een Sunn Beta Lead. Toen ik dat weigerde, gaf hij me een pick-up die ik in mijn gitaar moest bouwen.

„Tuurlijk: Nirvana was zijn band. Kurt was een geweldige singer-songwriter met een buitengewoon talent. En ik weet inmiddels dat er nauwelijks bands zijn die democratisch functioneren. Ik ben alleen niet de persoon om constant mijn hoofd te buigen en ‘ja’ en ‘amen’ te zeggen. Het enige wat ik kon doen, was weggaan.

„Nirvana was toen nog onbekend, maar Soundgarden was al wel groot. Ze hadden een eigen oefenruimte, management, en hun tweede plaat Louder Than Love was verschenen bij een groot label. Ik kende ze niet persoonlijk, maar had ze live gezien en was een enorme fan. De muziek was heel technisch en uitdagend, de hoge stem van Chris Cornell vond ik fantastisch. Ik kon het niet geloven: ik werd gebeld door Soundgarden-gitarist Kim Thayil. Of ik auditie wilde doen om hun nieuwe bassist te worden. In één maand ben ik drie keer gaan auditeren. Uit het hele land waren bassisten ingevlogen, eentje kwam er zelfs uit Europa. Ik maakte geen enkele kans, dacht ik.

„Maar toch kozen ze mij. Ik kan nog steeds niet omschrijven hoe goed dat voelde. Van bewonderaar werd ik bandlid. Een jaar lang heb ik bijna constant met ze getoerd. Het was heel gaaf om opeens in grote zalen op te treden. We hadden een grote bus en sliepen in hotels. Dankzij de roadies hoefde ik niet langer zware versterkers trappen op te sjouwen. Er was zelfs geld voor instrumenten, terwijl we bij Nirvana gesneuvelde en kapotgesmeten gitaren zelf moesten oplappen.

„Toen werd ik ontslagen. Zo gaat dat soms met nieuwelingen. We pasten niet bij elkaar. Of dat nu op muzikaal of persoonlijk gebied was, daar werd verder niet over gepraat. Het was een enorme emotionele dreun. Ik was er kapot van, voelde mezelf zielig. Ik moest weg uit Seattle.

„Ik heb mezelf bij elkaar geraapt en ben naar New York verhuisd, ook al kende ik er niemand. Soms is het goed jezelf in een ongemakkelijke situatie te dwingen. Anders stagneer je. Uitgerekend toen ontplofte de grunge. Smells Like Teen Spirit van Nirvana werd een wereldhit en hun tweede plaat Nevermind (1992) verkocht miljoenen exemplaren. Seattle werd gek.

‘Veel mensen zullen het niet geloven, maar ik voelde geen spijt of bitterheid. Ik speelde ondertussen in de experimentele noiseband OLD en kort daarop in Mindfunk. Onze plaat Dropped (1993) werd weliswaar niet zo groot, maar het is waar ik muzikaal het meest trots op ben. Daarmee heb ik voor mezelf bewezen wat ik wilde: ik kan goede rock-’n-rollnummers schrijven. Als mijn iPod op shuffle staat, hoor ik ze soms nog langskomen. ‘Hé’, denk ik dan tevreden, ‘die riff heb ik gemaakt, die brug is van mij!’

„Intussen begon ik genoeg te krijgen van de muziekindustrie. Mensen die ik totaal niet mocht bemoeiden zich constant met mijn leven en namen de belangrijke beslissingen. Bij optredens kreeg ik het idee dat ik aan het faken was. Na de laatste tour door de VS heb ik de knoop doorgehakt en de deur achter me dichtgegooid. Ik wilde krijger worden. Het is een van de beste dingen die ik in mijn leven heb gedaan. Veel van mijn vrienden zitten in bands en zijn daar helemaal niet gelukkig mee.

„Ik hou het graag interessant en wil lichamelijk en geestelijk worden uitgedaagd. Wat het leger zo uniek maakt, is het esprit de corps. Het doet er niet toe of je iemand aardig vindt, of niet: je respecteert elkaar omdat je weet wat je hebt doorstaan. Dat was voor mij echt een enorme openbaring. Op 11 september 2001 zat ik net aan het eind van mijn training. Opeens was oorlog niet langer een abstract concept. Het klinkt misschien raar, maar je denkt wel: oké, dit is the real deal. Over specifieke operaties kan ik uiteraard weinig vertellen. Officieel heet het: conducted combat operations. Dat betekent: go in and hit the target, kill or capture the bad guy.

„Ik ben nooit gewond geraakt, maar er zijn vrienden en collega’s omgekomen. Als je wordt belaagd door een spervuur van artillerie, is dat doodeng. Je hebt geen enkele controle over de afloop, maar toch heb ik geen moment gedacht dat ik er niet uit zou komen. Of en hoeveel mensen ik heb gedood, wil ik niet zeggen. Dat vind ik ongepast. Maar ik heb nooit ethische bezwaren gehad bij de gedachte op Al-Qaeda of Talibaan te moeten schieten. Anders was ik ook geen groene baret geworden. Dat is de aard van het beestje.

„Ik doe nog steeds niet aan carrièreplanning. Misschien dat ik me nogmaals meld voor een missie, maar ik heb het idee dat het krijger-aspect van mijn persoonlijkheid genoeg is ontwikkeld. Ik ben altijd heel nieuwsgierig geweest, heb veel gelezen en veel nagedacht over het leven. Daarom ben ik filosofie gaan studeren aan Columbia University. Wat er zo mooi aan is, is tegelijkertijd frustrerend. Er zijn namelijk geen antwoorden. Nog steeds breekt iedereen zich het hoofd over grote vragen die Socrates eeuwen geleden al stelde. Maar ook al word je niet beloond met een alles verhelderende oplossing, het proces geeft veel voldoening.

„Die 600 dollar van Nirvana heb ik nooit teruggekregen, ook niet na het succes van Nevermind. Ach, ik geef niet zoveel om geld. Ik heb wel grotere bedragen uitgeleend aan vrienden waarvan ik weet dat ik ze nooit terugkrijg. Dat Soundgarden in 2010 opnieuw bij elkaar is gekomen en weer optreedt, wist ik niet. Ik hou dat allemaal niet bij.

„Ik speel nog elke dag gitaar, maar alleen voor de lol. Vorig jaar heb ik het nummer Catch & Release opgenomen voor de soundtrack van A Marine’s Guide To Fishing, een prachtige film over een veteraan die terugkomt uit Irak. Vissen, vechten, muziek: alles kwam samen. De cirkel is rond.”