Insect zo groot als een voetbalveld

Door de oogharen bekeken lijkt het ruimtestation ISS een vreemd insect. Met grote vleugels die in werkelijkheid zonnepanelen (nummer 1 in de graphic) zijn, en die het station van stroom voorzien.

Het vreemdsoortige ‘lijf’ ertussen bestaat uit vijftien aan elkaar gekoppelde modules. Samen hebben ze de inhoud van een groot passagiersvliegtuig (1.200 kubieke meter). Met zonnepanelen meegerekend strekt het ISS zich uit over een oppervlak zo groot als een voetbalveld. Op aarde zou het ongeveer 400 ton wegen. Op 400 kilometer boven het aardoppervlak, in de ruimte, is het gewichtloos.

Het station begon klein. Op 20 november 1998 ging als eerste de Russische Zaryamodule (Dageraad) (2) naar boven, met besturingssystemen en opslagruimte. Twee weken later werd daaraan de Amerikaanse Unitymodule (3) gekoppeld – die vooral een ‘koppelstuk’ is.

De Zvezdamodule (Ster) (4) maakte het ISS in 1999 bewoonbaar: in Zvezda is apparatuur om water en lucht te zuiveren, een wc, twee slaapplaatsen, fitnessapparaten, en er zijn instrumenten en computers die het ISS in de juiste baan om de aarde houden.

In de jaren erna kwamen er modules bij. De Amerikaanse Harmonymodule (5) biedt vier slaapplekken met iets meer comfort dan de twee in Zvezda. De Europese Node 3 (6) heeft geavanceerde systemen om afvalwater te hergebruiken, lucht te filteren en zuurstof te maken. Node-3 heeft ook de tweede wc van het ISS, plek om te lunchen, en fitnessapparaten.

In het Amerikaanse ruimtelab Destiny (7), het Europese ruimtelab Columbus (8) en het Japanse ruimtelab Kibo (Hoop) (9) voeren astronauten wetenschappelijke experimenten uit.

De ruimtepakken die astronauten dragen tijdens een ruimtewandeling – als ze iets moeten repareren bijvoorbeeld –, liggen in de Amerikaanse Questmodule (10). Dat heeft ook een toegangspoort naar de ruimte. Van het uitzicht op de aarde genieten, of opnamen voor aardobservatie maken, kan in de Europese Cupola (11), een uitzichtspunt met ramen rondom.

Belangrijk zijn verder de verplaatsbere en uitschuifbare robotarmen zoals de Canadese Canadarm2 (12), 1.800 kilo zwaar en 17,6 meter lang, die onder meer wordt gebruikt om ruimtevrachtschepen ‘vast te grijpen’ tijdens het aanmeren. Zulke ruimtevrachtschepen brengen voedsel, kleding, zuurstof, water, experimenten enzovoorts naar boven. Er zijn er verschillende: de Europese Automated Transfer Vehicle (ATV) (13), de Russische Progress, het Japanse H-II Transfer Vehicle (HTV) en de Dragon van het Amerikaanse ruimtevaartbedrijf Space X.

Het laatst aangekomen ISS-onderdeel (mei 2011) is een groot meetinstrument, deels gebouwd in Europa om ongewone materie in de ruimte op te sporen, de Alpha Magnetic Spectrometer (14).

Het ruimtestation is nu 11 jaar en 227 dagen permanent bemand geweest – door kosmonauten en astronauten uit bij elkaar 15 landen. Zij reisden en reizen omhoog (en weer terug) met Amerikaanse space shuttles (tot 2010), en Russische Sojoez-ruimtevaartuigen.

Steeds twee van die Sojoez-vaartuigen (15) zijn aan het ISS aangemeerd, zodat de bemanning (nu zes mensen) zonodig meteen naar aarde kan terugkeren.