In het huis waar de duivel was

D e Moskovieten weten waar je een schaakwedstrijd moet houden. Anand en Gelfand speelden hun WK-match in het Tretjakovmuseum en nu wordt het Michail Tal Memorial gespeeld in een gebouw dat iets minder beroemd is, maar beslist niet minder statig: het Pasjkovhuis.

Er wordt naar verwezen in de roman De meester en Margarita, het meesterwerk van Michail Boelgakov (vertaling Marko Fondse): „Bij zonsondergang bevonden zich hoog boven de stad op een stenen terras van een der fraaiste bouwwerken van Moskou, daterend van ongeveer honderdvijfig her, twee figuren: Woland en Azazello.’’ Woland is de Duivel, Azazello een duivel van de tweede garnituur.

Na de wat saaie WK-match is het toernooi ter ere van Tal een verademing. Het bruist er van leven en ondernemingslust, en dat kon ook bijna niet anders met spelers als de dartele Morozevitsj, de ironische Aronian, man van duizend listen, de diepzinninge Kramnik en de wonderlijke Grisjtsjoek, pokerprof en als schaker een diepzeedenker die pas weer aan de oppervlakte komt als hij nog maar seconden bedenktijd op de klok heeft.

En Magnus Carlsen, voor wie geldt wat Max Euwe eens over Aljechin schreef: „Hij is een dichter die een kunstwerk maakt van iets dat een ander nauwelijks zou inspireren om een ansichtkaart naar huis te sturen.”

In zijn partij tegen Alexander Grisjtsjoek deed Carlsen iets waarvan een gewone schaker zou huiveren: hij liet een loper zo insluiten dat het leek alsof die in het verdere verloop van de partij geen zet meer kon doen.

Kende Carlsen dan niet de partij Winter - Capablanca, Hastings 1919, een schoolvoorbeeld waarin Capablanca liet zien hoe je tegen zo'n ongelukkige loper moet optreden?

Het lijkt misschien een retorische vraag waarop het antwoord zou kunnen luiden: „Nee, natuurlijk kende de jonge Carlsen die partij niet, want het schaken heeft de afgelopen eeuw niet stilgestaan en hij heeft wel iets beters te doen dan partijen uit 1919 te bestuderen.’’

Maar dat zou toch niet het juiste antwoord zijn. Een dag later won Carlsen een eindspel tegen Teimoer Radjabov en op de persconferentie na afloop zei hij dat hij wist dat de pionnenstructuur gunstig voor hem was, op grond van een partij van Capablanca.

Wat Carlsen tegen Grisjtsjoek deed, doet een zwakke schaker, of een groot schaker die scherp ziet dat je soms iets moet doen wat strijdig lijkt met het gezond verstand. Ook Grisjtsjoek speelde zeer sterk en zo werd het een schitterende remise die weer eens liet zien dat er niets tegen remisepartijen is, als de schaakgodin Caïssa's zegen er maar op rust.

Na zes ronden stonden Morozevitsj en Kramnik bovenaan, met een half punt voorsprong op Carlsen, Radjabov en Caruana. Vandaag, morgen en maandag worden de laatste drie rondes gespeeld.

Magnus Carlsen - Alexander Grisjtsjoek, Tal Memorial 2012

1. e4 e5 2. Pf3 Pc6 3. Lb5 a6 4. La4 Pf6 5. 0-0 Le7 6. d3 Carlsen hoeft het niet van diep uitgewerkte openingen te hebben. De felle strijd komt later. 6...b5 7. Lb3 0-0 8. a4 b4 9. Pbd2 Lc5 10. Pc4 d6 11. Lg5 h6 12. Lh4 Lg4 13. Pe3 Lxf3 14. gxf3 Een opmerkelijke beslissing. Hij laat vrijwillig zijn loper inmetselen, omdat 14. Dxf3 Pd4 hem niets zou opleveren. 14...g5 15. Lg3 Pd4 Wit heeft ook zijn troeven, want zwarts koningsvleugel is verzwakt. Na bijvoorbeeld 15...Pe7 16. c3, met de bedoeling 17. d4, zou wits Lg3 weer volop tot leven komen. 16. Lc4 Ph5 Hij gaat met het andere paard veld f5 beschermen. 17. c3 bxc3 18. bxc3 Pe6 19. Tb1 Phg7 20. Ld5 Tc8 21. Kh1 Na de pionwinst 22. Lb7 Tb8 23. Lxa6 zou zwart met 23...Txb1 24. Dxb1 h5 het initiatief nemen. 21...Kh8 22. Tg1 Df6 23. Lc4 a5 24. Tb5 h5 Het is de vraag of dit goed is. De dreiging 24...h4 is minder sterk dan het lijkt. 25. Txa5 Sergei Sjipov gaf hier de 'onmenselijke' maar sterke zet 25. Lxe6 aan. Na 25...fxe6 of 25...Dxe6 heeft wit 26. Lxe5 Dxe5 27. d4 en na 25...Pxe6 komt het fraaie 26. f4 met geweldige aanval. 25...h4 26. Pg4 De7 27. Df1 Ta8 Het was duidelijk dat zwart zich de stukwinst 27...hxg3 niet kon permitteren wegens 28. Dh3+.

28. Txc5 Dit was verleidelijk, maar niet beslist noodzakelijk. Ook 28. Txa8 was goed mogelijk. 28...dxc5 Goed gezien. Na 28...Pxc5 heeft wit 29. Lxh4 gxh4 (beter is 29...Ph5, maar na 30. Lg3 staat wit goed) 30. Dc1 gevolgd door een beslissende sprong naar h6. 29. Pxe5 Nu heeft wit na 29...hxg3 het ijzersterke 30. Dh3+ Kg8 31. Pg4. Carlsen dacht hier dat hij groot voordeel had, maar zag later in dat het tegen viel. 29...Df6 Riskant, want nu komt voor wit Pd7 in de stelling. 30. Dh3 Hier was 30. f4 weer een mooie en sterke zet. Ik geloof dat beide spelers hier op hun 30 seconden per zet leefden. 30...Txa4 31. Ld5 Ta6 32. Lc4 Td6 33. f4 Daar is hij dan, de zet die er al lang in zat. 33...Pxf4 34. Lxf4 Dxf4 35. Pf3 Tg6 36. Tg4 Dc1+ 37. Tg1 Df4 38. Tg4 Dc1+ 39. Tg1 Df4 40. Tg4 Dc1+ Remise

    • Hans Ree