‘Ik zou wel altijd willen zweven’

Sinds 21 december zweeft André Kuipers rond de aarde. Per mail vertelt hij over zijn werk in de ruimte, over plassen met een tuit en zijn verlangen naar een regenbui.

André Kuipers scheert zijn hoofd. De stofzuiger voorkomt wegzwevende haartjes in het ISS. Foto ESA

Ontbijt. Roerei, havermout met bruine suiker, aardbeien, citroen thee. Gevriesdroogd. Water erbij en klaar!’ Dat twitterde André Kuipers op 1 april vanuit de ruimte. Hij stuurde een foto mee van vier zwevende zakjes – een geel, een rood, een beige en een bruin.

Heerlijk, verzuchtten een paar van zijn twittervolgers op aarde. Ze bedoelden niet het eten. Op aarde smaakt havermout vast beter. Het ging ze om de opgewekte toon van het bericht.

André Kuipers (arts, astronaut en 53 jaar) klinkt altijd enthousiast. Opgeruimd. Zonnig. Zo fijn is dat als je zelf net uit je bed gerold bent en de ontbijtresten van tafel hebt geveegd. Als je in de trein zit voor weer een dag op kantoor, of aan tafel bent geschoven met een stapel studieboeken. Je wordt er vanzelf door aangestoken.

Hoe komt Kuipers zo? Is het zo fantastisch in dat internationale ruimtestation ISS dat 400 kilometer boven ons hoofd rond de aarde cirkelt? Niet iedereen zou het zo ervaren. De leef- en werkmodules waaruit het ruimtestation is opgebouwd, zien er op foto’s benauwend klein uit – al schijnt dat in het echt mee te vallen doordat plafonds en muren er tegelijk vloeren zijn. Maar toch, je kunt er nooit een raampje openzetten.

Dag in dag uit zie je bovendien dezelfde vijf gezichten van dezelfde vijf collega’s. Eenvoudige handelingen kunnen ontaarden in worstelingen doordat spullen wegzweven voor je het in de gaten hebt. Naar de wc gaan vergt procedures met beugels, plastuiten en vacuümpompen. Douchen is al helemaal uitgesloten: de druppels zouden door het hele station gaan dwalen. Samenvattend kun je zeggen dat alles er twee keer zo langzaam gaat als hier beneden.

En nee, dat leidt niet tot ontberingen zoals van Willem Barentsz op Nova Zembla, maar het is wél primitief kamperen zonder vogels, groen en buitenlucht.

Toch hoor je Kuipers nóóit klagen. Hij maakt foto’s van verse sinaasappelen uit een net aangemeerd ruimtevrachtschip – zo lekker ruiken die. Hij trekt op 30 april een oranje T-shirt aan en feliciteert de koningin – want als astronaut zit hij namens heel Nederland in het ISS. En tussen alle werkzaamheden door – proeven uitvoeren, vrachtschepen leegruimen, kapotte onderdelen repareren – stuurt hij haast dagelijks foto’s naar de aarde. Plus die opwekkende tweets dus. ‘Elke keer als ik naar onze planeet kijk word ik weer opnieuw overweldigd door de schitterende grootsheid’, twittert hij op 13 mei.

Ritme

Zelf wist Kuipers al jaren dat het daarboven goed zou worden. Luister naar wat hij vorig jaar zei tijdens een skype-gesprek vanuit Sterrenstad bij Moskou. Hij beschreef zijn ruimtereis in 2004, van één week, zo: „Toen al dacht ik: dit is te kort. Ik wil veel meer ervaren hoe het is om echt in de ruimte te leven, om er een normaal ritme aan te houden, en om van het ruimtestation je thuis te maken.”

Dus bereidde Kuipers zich in de jaren daarna meerdere keren voor als reservebemanningslid: zware trainingen, terwijl de kans klein was dat hij werkelijk, als invaller, mee naar boven mocht. Tot hij werd beloond, en eindelijk echt in een raket mocht stappen.

En hoe is het nu?

We mogen het hem zelf vragen. In een e-mail naar de ruimte. Meer vragen stellen mag ook. Maar niet meer dan zes, want Kuipers heeft het vreselijk druk. Hem doorzagen over zwetende collega’s, wegzwevend gereedschap, mislukte experimenten of heimelijke ruimtegenoegens is dus helaas uitgesloten.

Maar binnen tien dagen komt er wel een mail terug uit de ruimte. Met antwoorden. Zoals op de vraag of Kuipers zich er nu inderdaad thuis voelt. „Aan het zweven was ik weer heel snel gewend, maar de oriëntatie aan boord blijft op sommige plekken vreemd. Omdat er geen boven en onder is, kun je vier keer dezelfde module binnenzweven en je elke keer opnieuw afvragen waar je bent. Zeker in een module waar de vloer, muren en het plafond op dezelfde manier gebruikt worden, of in de Node-3 (een door de Europese ruimtevaartorganisatie ESA gebouwde module, red.) waar de loopband en apparatuur aan de muren hangen, de wc rechtop staat en het fitnessapparaat aan het plafond is bevestigd – of vice versa natuurlijk als je andersom naar binnen zweeft.

„Sommige dingen versterken het thuisgevoel. Eten, naar boven gestuurde tv-programma’s kijken, een belletje plegen en elke zaterdag de grote schoonmaak van het station bijvoorbeeld. Want dat moet je hier ook gewoon doen.”

Inderdaad. Dat had Kuipers al eens eerder verteld: op zaterdagen poetsen de ISS-bewoners de vettige handvatten en hendels. Ze verwijderen weg gezweefde etensresten. En, heel belangrijk: ze stofzuigen. Want in het hermetisch afgesloten station is wel een ventilatiesysteem om stof uit de lucht te filteren (huidschilfers, stof uit kleren enzovoorts), maar dat werkt toch het best als de ruimtevaarders zelf ook af en toe de stofzuiger pakken. En dan meteen de filters uit dat ventilatiesysteem reinigen.

Het klinkt haast huiselijk – ware het niet dat ook de stofzuiger weg dwaalt zo gauw je je even omdraait. En denkend aan die stofzuiger snap je trouwens meteen waarom op foto’s van het ruimtestation alle voorwerpen achter elastieken banden en gespen geklemd zijn. Wie goed kijkt, ziet soms zelfs barcodes op de spullen zitten. Die scannen de astronauten in als ze voorwerpen verplaatsen. Zo leggen ze zoveel mogelijk vast waar elk voorwerp zich bevindt in dat uitgestrekte ruimtestation vol hoeken en gaten.

In zijn e-mail beschrijft Kuipers hoe het is om echt tussen al die spullen te zweven: „Alles hangt op een – voor ons – praktische plek, zodat we spullen makkelijk kunnen terugvinden. Verder ruikt het in sommige modules licht naar een werkplaats, metalig, olieachtig. En er is een hoop geluid van alle apparatuur. In de wat nieuwere modules ruikt het weer erg schoon, als in een nieuwe auto.”

Is het benauwend?

„Claustrofobisch vind ik het niet. Daar is het ISS veel te groot voor. Tachtig meter lang met zijmodules, en met een inhoud van 1.200 kubieke meter – als van een groot passagiersvliegtuig. Zeker zo’n ruimtevrachtschip als ATV is erg ruim. Je kunt er mooie capriolen uithalen.”

Raakt intussen uw bioritme niet in de war doordat het ISS elke dag zestien keer rond de aarde cirkelt?

„Dat we elke anderhalf uur over de verlichte en de donkere kant van de aarde gaan, zie je alleen op de wereldkaart op de laptop, tenzij je voor het raam hangt. Meestal zijn we gewoon druk aan het werk en gaan de zonsopkomsten en -ondergangen aan ons voorbij. We houden Greenwich Mean Time (GMT) aan als tijdzone. We staan op rond zeven uur en ik ga meestal rond middernacht slapen. Het bioritme wordt dus bepaald door dat waak- en slaapritme dat we zelf aanhouden en door de verlichting in het ISS.”

Ook daar sta je niet bij stil op aarde: dat de ISS-bewoners amper tijd hebben om naar buiten te kijken. Tot ze een verloren uurtje hebben, en misschien net beneden de avond zien vallen. „Dan ineens dringt tot je door: dit is wat ik zocht. Nu voel ik me alsof ik in de sciencefictionboekjes van vroeger ben. Nu ben ik echt van de aarde weg”, zei Kuipers eerder.

Maar meestal zijn astronauten gewoon druk-druk-druk. Ze onderhouden het ruimtestation. Ze zijn de handen, voeten en ogen van wetenschappers op aarde, voor wie ze allerlei proeven uitvoeren. Ze communiceren over al zulke taken met de grondstations. Nu en dan laten ze ruimtevrachtschepen aanmeren – wat op 400 kilometer hoogte en met een vaart van 28.000 kilometer per uur nog niet zo vanzelfsprekend is. Soms voeren ze ingewikkelde en riskante reparaties in de ruimte uit. En alsof dat niet uitputtend genoeg is, moeten astronauten dagelijks twee uur sporten. Om te voorkomen dat ze als een „slappe dweil” weer op aarde terugkeren.

Dat laatste hangt samen met de gewichtloosheid in de ruimte: spieren hoeven er geen moeite te doen om de rug recht te houden. Een arm of been opheffen gaat vanzelf en zelfs met de meest massieve apparaten in je armen zweef je er ontspannen rond. Zonder sporten zou de spiermassa van de ISS-bewoners dus snel afnemen. En hun botten zouden broos worden door de snelle botontkalking die optreedt als spieren en pezen niet meer aan het skelet trekken. Sporten houdt dat binnen de perken. Al is het een heel gedoe om jezelf, bijvoorbeeld, met elastische banden op de loopband vast te zetten.

Wat vindt u de leukste activiteit aan boord?

„Sporten in elk geval niet. Elke dag twee uur intensief en dan niet kunnen douchen...”

Meer dan schoon deppen met natte doekjes zit er voor astronauten niet in. Begrijpelijk dat Kuipers het uitvoeren van wetenschappelijke experimenten leuker vindt. „Als ze goed gaan”, schrijft hij erbij.

Als arts doet hij vooral graag proeven die met de menselijke fysiologie te maken hebben. „Ik heb verschillende diëten gevolgd. Eén ervan gaat over de vraag welke invloed zout eten heeft op botontkalking. De resultaten daarvan zijn ook erg interessant voor veel mensen met osteoporose op aarde. Ook heb ik metingen gedaan aan de hersenactiviteit bij het oriënteren in gewichtloze omstandigheden. Het leukste wetenschappelijke werk om te doen is het maken van echo-opnames van hart, bloedvaten, nieren, oogbol enzovoorts.

„Privé vind ik naar buiten kijken een van de leukste dingen om te doen, en foto’s maken van het leven hier aan boord en van mooie plekjes op aarde.”

En soms blijkt ineens weer hoe kwetsbaar dat ruimtestation in die eindeloze – bijna – lege ruimte is. Twee maanden geleden leek een stuk ruimteschroot van een oude Russische satelliet de baan van het ruimtestation te zullen kruisen. En omdat niet alleen het ruimtestation zelf, maar ook die ruimterommel reist met snelheden rond 28.000 kilometer per uur, kan zelfs een klein brokje het station zwaar beschadigen of zelfs lek slaan. De ruwweg 10.000 stukjes ruimtepuin die groter zijn dan 10 centimeter, worden daarom vanaf de aarde met radar gevolgd. En dit keer kregen de astronauten opdracht om te schuilen in een Sojoez-terugkeercapsule.

„De procedures zijn leidend”, schrijft Kuipers daarover in zijn e-mail. „Die werk je af. We hebben voortdurend contact met de grond en we worden op de hoogte gehouden van het ‘gevaar’. Als het ISS kan uitwijken, werken wij gewoon door. Alleen als de baan van het voorwerp onzeker is, gaan we voor de zekerheid in de capsules zitten. Ik ben niet bang op zo’n moment. In het uiterste geval kunnen we met de Sojoez terugkeren. De vluchtleiding neemt geen enkel risico en ik heb er alle vertrouwen in dat ze ons op een veilig vluchtpad houden.”

Nuchter en rationeel, klinkt dat. Down to earth. Maar zo worden astronauten natuurlijk geselecteerd. Het zijn niet langer macho’s vol bravoure, zoals in de begintijd van de ruimtevaart.

Natuurlijk moeten ook moderne astronauten doortastend en stressbestendig zijn onder extreme omstandigheden – en bestand tegen de risicovolle reizen naar het ruimtestation en weer terug. Maar ze moeten het daarnaast een half jaar kunnen uithouden met een handvol collega’s in een afgesloten ruimte, met soms dagenlang routinewerk en met een grondstation dat hen overlaadt met klussen. Ze moeten kortom evenwichtig zijn, empathische gaven hebben en geen enorm ego bezitten.

Sterker, hoe heldhaftig het ondernemen van ruimtereizen ook is, soms wordt van astronauten gedienstigheid gevraagd. ‘De afgelopen dagen was ik net een verhuizer. Spullen komen en gaan en een nieuwe bemanning is in aantocht’, twitterde Kuipers in mei. Hij was elke dag een paar uur spullen aan het verslepen, schreef hij er in zijn blog nog bij.

Zijn er nooit momenten dat u denkt: nu vind ik het hier wat minder geslaagd?

„Natuurlijk zijn die momenten er. Soms kan het leven hier heel druk en hectisch zijn en voel je je opgejaagd door de planning. En ook al heb ik veel contact met mijn gezin, ik vind het jammer dat ik mijn kinderen (twee dochters van 20 en 19 uit een eerder huwelijk, en een zoon en dochter van 6 en 4 jaar uit zijn tweede huwelijk) en vrouw niet vaker kan zien. Zo mis ik de eerste keer fietsen, de eerste verloren tand, slagen voor de middelbare school, het zoeken van een kamer enzovoorts.

„Maar ik denk altijd: ik ben hier nu en ik ben hier maar voor een half jaar. Die tijd is zo voorbij, laat ik er van genieten.”

Wat mist u het meest?

„Naast familie en vrienden: een warme douche, frisse lucht en zingende vogels in de tuin na een regenbui.”

Nog twee weken heeft Kuipers dus „dat uitzicht op die prachtige blauwe bol in het inktzwarte niets”. En de gewichtloosheid die behalve onhandig vooral héérlijk is. Kuipers, vorig jaar: „Zó relaxed. Je voelt geen druk meer, je kleding hangt losjes om je heen en je hebt nooit vermoeide voeten. In het begin is het raar als je gaat slapen, want je voelt geen matras en geen kussen. Maar daardoor heb je ook geen prikkels en drukpunten. Als je een beetje moe bent en je doet je ogen dicht, val je zo in slaap – en je slaapt geweldig.”

De astronauten moeten alleen opletten dat ze hun slaapzak goed vastgespen. Anders kunnen ze ’s nachts wegzweven en met hun hoofd ergens tegenaan botsen. En nee, schrijft Kuipers in zijn e-mail: „Dromen is hier niet anders. Alleen droomde ik op aarde misschien vaker van een ruimtemissie en hier in de ruimte vaker van thuis op aarde zijn.”

Eerder zei u dat het bij terugkeer op aarde zoet zal zijn om familie en vrienden te zien, en bitter omdat u waarschijnlijk voorgoed afscheid neemt van de ruimte. Denkt u dat nog altijd: bitterzoet?

„Dat is nog hetzelfde. Het zweven is zo heerlijk, dat ik dat altijd zou willen doen, en eigenlijk zou ik elk jaar wel een paar weken op vakantie naar de ruimte willen om te genieten van het spectaculaire heelal en onze planeet.”

    • Margriet van der Heijden