Het negental dat Obama uit zijn slaap houdt

Zijn zorgwet is de laatste kans voor president Obama op politiek succes voor de campagne losbarst. Het Hooggerechtshof kan er een streep doorheen zetten.

De negen rechters van het Amerikaanse Hooggerechtshof. Staand van links naar rechts: Sonia Sotomayor, Stephen Breyer, Samuel Alito en Elena Kagan. Zittend: Clarence Thomas, Antonin Scalia, voorzitter John Roberts, Anthony Kennedy en Ruth Bader Ginsburg.

Interviews geven ze amper. Als ze benoemd zijn, blijven ze dat de rest van hun leven, dus vergeet een kritische terugblik. Zelfs onder elkaar communiceren ze liever in memo’s.

De negen rechters van het Amerikaanse Hooggerechtshof zijn even zwijgzaam als machtig. Ze spreken door hun vonnissen, en door hun vragen tijdens zittingen. Deze rechters, zes mannen en drie vrouwen, beslissen nog deze maand over de toekomst van het Amerikaanse zorgstelsel, en indirect over het politieke lot van president Barack Obama. „En toch weten we maar heel weinig van ze. Ze leggen geen verantwoording af”, zegt Timothy Johnson, hoogleraar Politicologie aan de Universiteit van Minnesota. „Er zit maar één ding op: in de zaal zitten en ze bekijken.”

Het Hooggerechtshof zegt Johnson, is de laatste jaren ver naar rechts opgeschoven. Hij kan het weten. Honderden zaken vanaf 1997 heeft de politicoloog bestudeerd, tientallen zittingen heeft hij bezocht. In maart zat hij drie lange dagen op de tribune, toen het Hof zich boog over de vraag of het nieuwe zorgstelsel van president Barack Obama grondwettig is of niet. Alles noteerde hij. Een kritische vraag van rechter Sotomayor: aha. Een zucht, of een handgebaar van rechter Scalia: genoteerd.

Maar verwacht zelfs van Johnson geen antwoord op de belangrijkste vraag die Washington op dit moment bezighoudt: gaat het Hof een streep zetten door het belangrijkste resultaat van Obama’s presidentschap?

Alles hangt af van één man: rechter Anthony Kennedy. Time Magazine plaatste het oude, vriendelijke gezicht van de ietwat verlegen rechter deze week op de cover, met een vraag ernaast: ‘Wat gaat Kennedy doen?’

Op basis van het gedrag van de rechters tijdens de zittingen, en de manier waarop rechters in het verleden stemden, concluderen vrijwel alle politieke deskundigen dat het nu 4-4 staat. Vier rechters willen Obama’s meest ambitieuze project als president ongrondwettig verklaren, vier andere neigen ernaar de president te steunen. Het is een breuklijn die heel vaak voorkomt in het Hof: vier rechters staan bekend als progressief, vier anderen juist als conservatief.

Alleen bij rechter Kennedy, een Republikein, benoemd door Ronald Reagan, kom je er niet achter. Hij hangt in het midden en geeft soms de ene, dan weer de andere partij gelijk. „Tijdens de zittingen was hij kritisch als hij voorstanders van de zorgwet ondervroeg”, zegt Johnson. „Maar zijn stemgedrag is grillig. De ene keer gaat hij mee met de progressieve rechters, de andere keer stemt hij conservatief. Hij houdt er ook van een beetje te sarren, of verwarring te zaaien. Kennedy speelt graag de advocaat van de duivel.”

Obama’s nieuwe zorgstelsel, dat vanaf 2014 grotendeels moet worden ingevoerd, zou Amerikanen voor het eerst in de geschiedenis verplichten een zorgverzekering te nemen. Circa vijftig miljoen Amerikanen zijn op dit moment niet verzekerd, en de enorm gestegen zorgkosten brengen veel gezinnen in financiële problemen. ‘Obamacare’, zoals tegenstanders het gingen noemen, zou daarvoor de oplossing zijn. Obama wilde bovendien ten minste één groot binnenlands resultaat boeken tijdens zijn eerste termijn. De president die vier jaar geleden ‘hoop’ en ‘verandering’ beloofde, heeft toch tenminste één concreet resultaat nodig om mee terug te gaan naar de kiezer.

Om die reden zette Obama in zijn eerste twee jaar als president alles opzij om het nieuwe zorgstelsel erdoor te krijgen. Tot wanhoop van zijn staf verwaarloosde hij onderwerpen als de economische crisis en buitenlandse politiek, en stak hij veruit de meeste tijd in het zorgplan. Het lukte in 2010 nipt, met eindeloos veel concessies aan het Congres.

Het nieuwe zorgstelsel is altijd omstreden geweest: 26 staten, gedomineerd door Republikeinen, weigeren de wet uit te voeren. Het zou het product zijn van grenzeloze bemoeienis van de federale overheid – een conservatieve nachtmerrie. Een meerderheid van de bevolking (56 procent) voelt er weinig tot niets voor.

Het belangrijkste, en tegelijk meest omstreden deel van de wet is het ‘individuele mandaat’, dat regelt dat Amerikanen zelf op zoek moeten gaan naar een zorgverzekeraar. Wie vanaf 2014 onverzekerd is, krijgt een boete. Juist dit punt zal mogelijk sneuvelen bij de toets door het Hooggerechtshof. Een hele zittingsdag in maart ging op aan de vraag of de Amerikaanse Grondwet toestaat dat burgers gestraft worden omdat ze iets níét doen. Bovendien, vroeg het Hof zich af, betreedt de overheid daarmee geen terrein dat eigenlijk door de vijftig staten geregeld moet worden?

Wat Obama ongetwijfeld zal verontrusten is het gedrag van rechter Kennedy op de tweede zittingsdag in maart. Tijdens een verhoor van een advocaat die Obamacare verdedigde, veerde Kennedy op. „Onze Grondwet”, zei hij, „verplicht burgers niet om iemand te helpen die een ongeluk krijgt. Het idee erachter is dat de federale overheid nooit aan burgers mag vertellen dat het iets moet doen. Deze wet verandert de relatie tussen de overheid en de burger.”

Formeel hoort het hoogste rechtscollege in Amerika strikt neutraal te zijn. Het mag de Grondwet alleen op juridische gronden interpreteren, en bakent op die manier de grenzen van de wet af.

Maar alles aan het Hof ademt politiek. Ze worden door presidenten voorgedragen, en benoemd na een hoorzitting voor het Congres. Republikeinse presidenten dragen doorgaans conservatieve rechters voor, Democratische presidenten progressieve. De Republikeinen hebben nu met vijf rechters de overhand.

Toen staten rechtszaken begonnen te voeren tegen het nieuwe zorgstelsel van Obama, besloot het Hooggerechtshof de zaak zelf te toetsen aan de Grondwet. Meteen beschuldigde het Witte Huis het Hof van partijpolitieke motieven. Obama zei dat de rechters zich schuldig maken aan „juridisch activisme”. „Een groep mensen die nooit gekozen is kan dus zomaar een aangenomen wet verwerpen.”

In de jaren zeventig gold het Hof juist nog als relatief progressief. In 1973 stond het Hooggerechtshof abortus voor het eerst landelijk toe. Maar de nieuwe verhoudingen werden voorgoed duidelijk in 2000, toen het Hooggerechtshof zich bemoeide met de presidentsverkiezingen tussen George W. Bush en Al Gore. De Democratische kandidaat eiste een handmatige hertelling in Florida, nadat Bush daar met een nipte meerderheid de overwinning had behaald. Het Hof verbood dat, en bezorgde Bush zo de overwinning.

Onder president Obama zijn twee nieuwe rechters benoemd, maar dat heeft de verhoudingen in het Hof nauwelijks beïnvloed. Op zijn voorspraak werden Elena Kagan en Sonia Sotomayor aangesteld, maar zij vervingen twee rechters die ook als progressief bekend stonden. Obama koos bewust voor twee relatief jonge vrouwen. Sonia Sotomayor is ook de eerste latino in het Hof. Alom werd dat uitgelegd als een gebaar naar zijn progressieve achterban, die graag vrouwen en etnische minderheden op topfuncties ziet. Obama betaalt er wel een prijs voor. Volgens politicoloog Timothy Johnson zijn de relatief ‘groene’ rechters nog niet in staat de sfeer in het college te beïnvloeden.

„Dat maakt het gevaarlijk voor Obama. De rechters schrijven elkaar lange memo’s, waarin ze via juridische argumenten proberen tegenstanders te overtuigen. De memo’s zijn geheim. Een aarzelende rechter laat zich nog wel eens overtuigen door zijn collega’s. Ik vraag me af of de argumenten van de progressieve rechters sterk genoeg zijn om de twijfels van Kennedy weg te nemen.”

    • Guus Valk