Het dubbele gezicht van Mexico

Mexico ontvangt maandag de wereldleiders voor overleg over de crisis. Het land vestigt graag de internationale aandacht op zijn bloeiende economie. Maar achter de metershoge billboards van het vrijemarkt- kapitalisme gaat ook een ander land schuil – dat van monopolies en protectionisme.

De Mexicaanse vrije markt bloeit, maar de benzinestations zijn nog altijd ferm in handen van het staatsmonopolie Pemex. Foto Martin Roemers/HH

Bovenop honderdduizenden huizen, flats en kantoorgebouwen in Mexico-Stad groeit een tweede metropool. Een stad van billboards. Gigantische advertenties onttrekken complete gevels aan het zicht. Reclameborden op de daken voegen twee of drie verdiepingen toe. Alles is in de aanbieding: de nieuwste film, het koudste biertje en de beste presidentskandidaat.

De stad van bordkarton toont het economische succes van Mexico, dat zich de afgelopen 25 jaar heeft omgevormd van een crisisgevoelige, gesloten economie tot een stabiele wereldspeler met open grenzen. Billboards van Corona naast metershoge advertenties van Heineken.

Als gastland van de G20 [zie inzet] vestigen de Mexicanen graag de internationale aandacht op hun bloeiende economie. Terwijl Europa spartelt en Amerika sputtert, ligt de industriële productie van Mexico inmiddels boven het niveau van voor de crisis. Het begrotingstekort was vorig jaar slechts 2,5 procent van het bruto binnenlands product, de staatsschuld minder dan 27 procent. Als Mexico in Europa zou liggen, was het een voorbeeldig euroland.

Het is de wereld op z’n kop, zegt Roberto Marino van het Mexicaanse ministerie van Financiën, die als speciaal gezant de afgelopen maanden de wereld rondreisde om steun te vinden voor de agenda van Mexico voor de G20. „Vroeger moesten wij onze overheidsfinanciën aanpakken, schulden wegwerken en staatsbedrijven privatiseren. Nu zitten de ontwikkelde economieën opeens in die positie.”

De omwenteling van Mexico kreeg extra vaart door de ‘tequilacrisis’ van 1994, toen de economie van de ene op de andere dag ineenzeeg als een dronken mariachizanger. In korte tijd verruilde Mexico het Latijns-Amerikaanse protectionisme voor maximale economische openheid. Handelsbarrières werden afgebouwd, schulden werden gesaneerd en de centrale bank werd op afstand van de politiek gezet.

Hoewel de context anders is, moeten Europa, de Verenigde Staten en Japan nu ook snel hun problemen oplossen, zegt Marino. Want de aanhoudende stagnatie van de traditionele motoren van de wereldeconomie kan ook de groei van opkomende markten schaden. Al zijn landen als Mexico dankzij hervormingen in de jaren negentig „goed voorbereid” de internationale crisis ingegaan.

Mexico ziet zichzelf door zijn geschiedenis als een goede bemiddelaar tussen de leiders van de twintig belangrijkste gevestigde en opkomende economieën, aanstaande maandag en dinsdag. Het is een land dat niet in crisis is, maar wel weet wat een crisis betekent. „We kunnen een objectieve kijk bieden op de problemen”, aldus Marino.

Achter de metershoge billboards van het Mexicaanse vrijemarktkapitalisme gaat echter ook een ander land schuil. Het Mexico van de monopolies. Want ondanks de ingrijpende macro-economische hervormingen van de jaren negentig, iets waar Mexico als gastland van de G20 vaak op wijst, leeft het protectionisme van vroeger ook nog altijd.

De sporen van de monopolies zijn overal te zien. Benzinestations in Mexico hebben allemaal het groene logo met een rode adelaarskop van Pemex, het oliebedrijf van de staat. Alle grote televisiekanalen zijn in handen van twee mediabedrijven, Televisa en Azteca, die afgeschermd zijn van concurrentie.

De barrières in de interne economie zijn ook de reden dat de rijkste man ter wereld een Mexicaan is. Carlos Slim voorziet via Telmex en América Móvil het merendeel van de 112 miljoen inwoners van het land van telefonie, televisie en internet. Veel Mexicanen morren dat Slim met hun geld zijn internationale overnames betaalt, zoals het plan om 28 procent van de aandelen in KPN te kopen.

Het probleem is dat Mexico de hervormingen van de jaren negentig maar half heeft uitgevoerd, of zelfs voor minder dan de helft, zegt politicoloog Carlos Elizondo. Hij is verbonden aan het Centrum voor Economisch Onderzoek en Onderwijs (CIDE) in Mexico-Stad en was tussen 2004 en 2006 ambassadeur voor Mexico bij de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling).

„Het gebrek aan concurrentie is nadelig voor consumenten”, zegt Elizondo. „Telefoonbedrijven, taxichauffeurs, leraren, artsen, ze komen allemaal weg met slecht werk.” Op nationaal niveau stapelen de onvolkomenheden zich op. De Mexicaanse economie zou jaarlijks niet met 3 procent kunnen groeien, zoals nu, zegt de politicoloog, maar met zeker 5 procent.

Elizondo schreef een rapport over de oorzaak van de gefnuikte hervormingen met de veelzeggende titel ‘Waarom hebben zulke slimme jongens zo slecht geprivatiseerd?’ Zijn antwoord: de Mexicaanse technocraten konden na de tequilacrisis hun werk niet uitvoeren, omdat de invloedrijke vakbonden dwarslagen. „De belangengroepen zijn de echte reden van onze zwakke groei”, zegt hij. „Ze blokkeren elke hervorming die hen raakt.”

In Mexico-Stad is de macht van de vakbonden dagelijks te zien op de Reforma, een verkeersader naar het historische centrum. Met honderden protesten per jaar zijn er vrijwel elke dag manifestaties. Rood-beige taxi’s rijden zich vast op de rotonde rond het beeld van de Engel van de Onafhankelijkheid, opgehouden door leraren die demonstreren tegen onderwijshervormingen of boeren die meer staatssteun eisen.

Staatsoliebedrijf Pemex is een goed voorbeeld van de scheefgegroeide macht van de belangengroepen, zegt Elizondo. De salarissen bij Pemex zijn veel hoger dan bij andere bedrijven, en arbeiders gaan jong met pensioen. Ondertussen heeft het oliebedrijf niet het geld en de kennis om nieuwe, moeilijk winbare, oliebronnen aan te boren. „Pemex is lui en inefficiënt geworden”, zegt Elizondo. De dalende inkomsten zijn een gevaar voor de overheid, die gewoonlijk een derde van de schatkist vult met oliegeld.

De sterke belangengroepen zijn een erfenis van de politieke geschiedenis van Mexico. Decennialang werden ze omarmd door de PRI (Institutioneel Revolutionaire Partij), de politieke partij die Mexico 71 jaar onafgebroken regeerde, tot 2000. In ruil voor politieke steun werden de wensen ingewilligd van de bonden en maatschappelijke groeperingen.

Dit systeem van patronage werd doorbroken door twee termijnen van de conservatieve PAN (Nationale Actiepartij). Maar haar presidenten, Vicente Fox en Felipe Calderón, zijn te zwak gebleken om de resterende monopolies te ontmantelen. De PRI heeft altijd de meerderheid gehouden in het Congres en in de meeste Mexicaanse deelstaten. De partij blokkeerde hervormingsplannen van de PAN, volgens analisten vaak om politieke in plaats van inhoudelijke redenen.

De PRI wacht op een terugkeer aan de macht bij de presidentsverkiezingen van 1 juli. Haar kandidaat Enrique Peña Nieto heeft een ruime voorsprong in de peilingen.

Of de hervormingen er dan alsnog komen valt te bezien, zegt politicoloog Elizondo. Een PRI-president kan beleid sneller aanpassen, omdat dan op alle regeringsniveaus dezelfde politieke leiding zit. Maar de corrumperende invloed van belangengroepen kan die efficiëntie schaden.

Regeringsfunctionarissen van de PAN die betrokken zijn bij de organisatie van de G20 zijn duidelijk verbolgen over de sabotage van ingrepen in de binnenlandse economie door de PRI. Maar veel kunnen zij er niet over zeggen, omdat een nieuwe kieswet het de regerende partij verbiedt om in de drie maanden voor de presidentsverkiezingen te praten over haar prestaties en frustraties.

Lourdes Aranda, staatssecretaris viceminister van Buitenlandse Zaken onder president Calderón, kiest een diplomatieke uitweg. Ze spreekt van het dubbele gezicht van de Mexicaanse economie. Mexico kan zich daardoor inleven in de belangen van zowel ontwikkelde landen als die van opkomende markten, zegt Aranda na een voorbereidend overleg voor de G20 in Mexico-Stad.

„Onze economie groeit, maar op een aantal fronten kunnen we nog gekenschetst worden als een ontwikkelingsland”, aldus Aranda. Zij omschrijft Mexico als een land tussen twee werelden. „Een deel van de bevolking leeft nog altijd onder de armoedegrens. We moeten onze gezondheidszorg en ons onderwijs verder verbeteren.”

Aranda hoopt dat de G20-landen bij het overleg in de Mexicaanse kustplaats Los Cabos een voorbeeld zullen nemen aan de macro-economische hervormingen van haar land. Haar eerste prioriteit is het aanmoedigen van vrijhandel als oplossing voor werkloosheid. „De top komt op een goed moment. We kunnen laten zien dat we onze zaken op orde hebben en dat we groeien. Dat kan niet iedereen zeggen.”