Focus en speel Dat is alles

Eusébio, ‘de Zwarte Parel’ uit Mozambique die speelde voor Benfica, was de grootste Portugese voetballer ooit. De spelers van nu begrijpen de historische dimensie en de mystiek van het shirt niet meer, zegt hij.

Portugal, Lisbon. 2012-06-01. Interview with Eusebio da Silva Ferreira, international football legend of the Benfica Sport Club and the Portuguese national team in the years fifties and sixties. Photo: Ernst Schade

Eusébio da Silva Ferreira, volgens velen de grootste voetballer die ooit voor Portugal uitkwam, reist ook dit EK mee met de nationale ploeg. Officieel als ‘ambassadeur van de nationale selectie’, in de praktijk als een soort talisman en cheerleader. Zeker in de groepsronde kan Portugal alle steun gebruiken, zegt hij. „Onze groep met Duitsland, Nederland en Denemarken is veruit de zwaarste. Maar het is fijner om met de zwaardere tegenstanders te beginnen dan met hen te eindigen. Als we deze ronde doorkomen, dan ligt de weg open. Hierna wordt het alleen maar makkelijker.”

Eusébio kwam ruim een halve eeuw geleden naar de Portugese hoofdstad uit de toenmalige kolonie Portugees Oost-Afrika – nu Mozambique geheten. De 18-jarige Eusébio werd weggeplukt uit zijn sloppenwijk in de huidige hoofdstad Maputo.

Benfica betaalde zijn moeder 7.500 dollar – destijds een recordbedrag voor een speler uit Afrika. De krant drukte een foto af van zijn moeder met alle bankbiljetten uitgespreid op de keukentafel. Ze beloofde Benfica het geld terug te geven als haar zoon niet beviel.

Eusébio maakte alle verwachtingen waar. Decennia voor de doorbraak van spelers als Weah, Drogba of Eto’o verwierf hij koosnamen als ‘De Zwarte Parel’ en ‘De Zwarte Panter’. Veel Portugezen hem kortweg ‘O Rei’ (De Koning). Zijn standbeeld voor het Estádio da Luz, het stadion van Benfica, is nog steeds het enige voor een zwart persoon in Portugal.

We spreken elkaar een week voor het begin van het EK in zijn vaste restaurant, niet ver van dat standbeeld. Hij loopt moeilijk, heeft een aantal operaties ondergaan aan zijn linkerknie. Begin dit jaar werd hij opgenomen met bloeddrukklachten. Maar nu drinkt hij alweer een glas whisky-soda naast zijn espresso. In zijn ogen verschijnt een jongensachtige twinkeling zodra het interview een nostalgische wending neemt. Want Eusébio praat graag, maar liever niet over het heden. Steeds stuurt hij het gesprek naar vroeger. Naar de gouden jaren zestig van zijn Benfica en zijn Portugal.

Vraag hem dus niet om zijn mening over de laatste ontmoetingen tussen Nederland en Portugal, en al helemaal niet naar het duel in de achtste finale op het WK 2006, toen Oranje na een schoppartij ten onder ging. „Als ik iets zie dat me niet bevalt, vergeet ik het liever.”

Over Cristiano Ronaldo, de huidige Portugese wereldster, wil hij iets meer zeggen. Beiden komen uit een arm gezin. En beiden zijn niet van het Portugese vasteland – Ronaldo werd geboren op Madeira. „Hij belt me wel eens. Ik geef hem dan adviezen als voetballer en als man. Hij wordt ouder, hij heeft veel geleerd. Het enige dat ik tegen hem zeg, is dat hij moet concentreren op zijn spel en het publiek negeren. Focus en speel. Dat is alles.”

Nog liever vertelt Eusébio over zijn eigen loopbaan, toen hij aantrad tegen wereldtoppers als Pelé, Alfredo Di Stéfano, George Best, Garrincha, Johan Cruijff en Bobby Charlton. Hoe hij in 1962 met Benfica, in Amsterdam, de Europa Cup I won door met 5-3 het grote Real Madrid te verslaan. Eusébio scoorde zelf tweemaal. De wedstrijd schepte een band voor het leven met Real-legende Di Stéfano. „Een van de mooiste momenten uit mijn leven was toen hij me uitnodigde voor de presentatie van Cristiano Ronaldo bij Real Madrid. Ik stond daar en 70.000 mensen riepen mijn naam. Dat was onbetaalbaar.”

Zijn generatie, meent hij, was de grootste uit de geschiedenis van het voetbal. „Had onze generatie met alle moderne techniek, materialen en medische hulp gespeeld die er nu zijn, dan zou ons spel er nog beter hebben uitgezien. Ik had maar twee paar schoenen. En de pinnen van de noppen prikten soms door de zool, waardoor je voeten bloedden. Ook de ballen waren veel slechter. Met de bal van nu schiet je preciezer over grote afstand. Ik had veel betere vrije trappen kunnen nemen.”

Eusébio wordt vaak vergeleken met die andere sterspeler uit het verleden, de Braziliaan Pelé. Wie was de beste? „Ik ben voetballer en dit soort debatten wordt gevoerd door mensen die alleen over voetbal schrijven en niet zelf spelen. Pelé en ik hadden ieder onze eigen stijl. Bovendien speelde ik in Europa en kwam ik uit voor Portugal. Pelé kwam voor het krachtige Brazilië uit, daarom werd hij wel kampioen.

„Pelé en ik speelden tegen elkaar in de finale van het Tournoi de Paris, in 1961. Ik was 19 jaar en Pelé 20. Santos won met 6-3. Ik speelde maar twintig minuten, maar maakte alle drie de doelpunten voor Benfica. Hij speelde de volle negentig en scoorde geen enkele keer. Na afloop wisselden we shirtjes en ik, de stommerik, was zo ijdel hem daar op te wijzen. ‘Ze praten wel veel over je’, zei ik, ‘maar je scoort in negentig minuten geen eens.’”

„Hij moest lachen, vond het wel grappig. We kenden elkaar helemaal niet. Het was mijn eerste buitenlandse toernooi. Wat wist ik van de wereld. Tot de dag van vandaag zijn Pelé en ik als broers. We bellen elkaar op verjaardagen.”

Het huidige voetbal ademt commercie, zegt Eusébio. „De spelers begrijpen de historische dimensie en de mystiek van het shirt dat ze dragen niet meer. Een Benfica-speler bijvoorbeeld vertrekt na één, twee jaar alweer. Hij verlaat de club zonder iets van zijn geschiedenis en grootsheid te hebben meegekregen.”

Toch had ook Eusébio al vroeg in zijn carrière Benfica graag verlaten. Maar de Portugese dictator Salazar stak een stokje voor een buitenlandse transfer. Hij liet Eusébio tot ‘nationaal erfgoed’ verklaren. Pas na de Anjerrevolutie van 1974 kon hij buiten Portugal gaan voetballen – zijn loopbaan was toen al bijna voorbij.

„Destijds was ik er verdrietig om. Ik had misschien wel bij Real Madrid kunnen gaan spelen of bij Manchester United. Maar ik kan tevreden terugkijken – ik had het goed bij Benfica. Het is prima geweest zo.”