Elke keer zenuwachtig

Het is zover: de sporter heeft zich weten te plaatsen. Het thuisfront volgt de prestaties vaak op afstand. Hoe is dat? Deze week de ouders van international Luuk de Jong.

arnhem rubriek thuisblijver george de jong foto rien zilvold

Midden in het gesprek zet vader De Jong plotseling het geluid van de televisie aan. „We kijken toch altijd even wie er inzitten hoor.” De tv staat al de hele tijd aan op de achtergrond. Nu begint het EK-journaal van de NOS: met beelden van de jongens van Oranje tijdens een training.

Moeder Loekie Raterink kijkt mee. Ja, hun zoon Luuk de Jong pikken ze er natuurlijk zo uit. Misschien ook wel omdat veel van de ándere jongens onder de tatoeages zitten. „Daar, volgens mij is dat hem”, wijst ze. „Hij heeft een beetje lange, dunne armen.”

In zijn werk heeft George de Jong – vader van Luuk de Jong, spits bij FC Twente en de derde midvoor van Oranje, en van Siem de Jong, de Ajacied die op het laatste moment afviel voor de definitieve selectie – ook altijd met topsport te maken gehad. De Jong was volleybalinternational, werkte later als directeur van de wereldvolleybalbond. Nu is hij directeur van InnoSport, het bureau dat NOC-NSF en TNO hebben opgericht voor de ontwikkeling van van sportinnovaties. Het is altijd zijn werk geweest om de juiste randvoorwaarden voor topsporters te creëren. „Daarmee probeer ik de jongens ook zo goed mogelijk te helpen. En gelukkig zijn ze er zelf ook zeer bewust mee bezig.”

Nu Luuk in Polen zit, hebben ze zo om de dag eens sms- of belcontact, vertelt pa. Vooral via sms. Altijd even succes wensen voor de wedstrijd, ook als hij niet speelt. En na afloop hebben ze weer even contact, hoe het is gegaan. „We bellen niet zó vaak, ik schat één keer in de twee dagen.” Dat gaat dan over „alle dingetjes die spelen”, zoals George de Jong dat noemt. Over het team, over hoe Luuk zich voelt, over hoe fit hij is. Hij had wekenlang last van zijn amandelen. „Dat is dan echt even vervelend. Drie weken geleden is hij eraan geholpen, en nu gaat het weer stukken beter.”

Spreken ze over het spel zelf? Over de tactiek en coaching van Bert van Marwijk? Daar vraagt pa De Jong niet zo gericht naar. „Nee hoor, we bespreken wel eens wat, maar al te technisch wordt het niet. Ik ben ook maar gewoon één van de 16 miljoen Nederlanders die hier een mening over heeft. En als Luuk er behoefte aan zou hebben, dan komt-ie er wel mee.”

De wedstrijden kijken is natuurlijk anders als zijn zoon niét meespeelt. Luuk de Jong heeft nog niet aan de bak gehoeven dit EK. En de kans dat dat nog gebeurt, is niet zo groot. „Als ze niet meespelen, kijk ik wat globaler. Als ze wel spelen, verdiep ik me beter in wie ze tegenover zich krijgen.” Soms ziet hij tijdens het spel kansen waar Luuk van pas was gekomen. „Met bepaalde type voorzetten, of als er gekopt moet worden, ja, denk ik dan, hier had-ie wel wat kunnen doen.”

Het maakt ook verschil of zijn zoons voor Oranje spelen, of voor hun eigen clubs, nu nog Twente en Ajax. Daar zijn zijn zoons inmiddels vaste waarden. „Bij die wedstrijden kijk ik tegenwoordig meer naar het hele team, hoe alle jongens erin zitten. Bij Oranje, maar ook als ze straks misschien naar een nieuwe club gaan, beginnen ze toch weer een beetje onderaan de ladder. Dan hoop ik vooral dat zíj goed spelen.”

Moeder Loekie Raterink voelt altijd nog de zenuwen, vertelt ze. Ook voor de competitiewedstrijden heeft ze de kriebels. „Loopt het goed, gaan ze lekker?” Zij is de échte achterblijver – ze kijkt de wedstrijden vaak bij haar tweelingzus thuis. Pa De Jong vloog voor beide afgelopen wedstrijden op en neer naar Charkov. Morgen gaat hij weer.

Trots zijn ze allebei – al vindt George de Jong dat „zo’n groot woord”. „Ik ben ook trots dat ze hun vwo gehaald hebben. En vooral dat ze doen wat ze leuk vinden.” Aan het einde van het gesprek laat De Jong wel gauw nog even zien wat Luuk z’n ouders als cadeautje heeft toegestuurd. Het is een foto op linnen – hij staat in de keuken naast een paar flessen Ajax-wijn. Luuk en Siem staan er samen op, tijdens de aftrap van de tweede helft van de wedstrijd die Oranje in mei tegen Bayern München speelde. Die aftrap deden ze met zijn tweeën. „Dat is toch leuk, hè.”

Annemarie Kas

    • Annemarie Kas