Een Bentley op mijn 23ste, jongensdroom kwam uit

Er is een kans dat Khalid Boulahrouz (30) zondag tegen Portugal speelt. Bij het WK in 2006 werd hij tegen de Portugezen van het veld gestuurd. „Portugal is absoluut geen angstgegner.”

Khalid Boulahrouz controls the ball during a training session of the Netherlands at the Euro 2012 soccer championships in Krakow, Poland, Wednesday, June 6, 2012. (AP Photo/Geert Vanden Wijngaert) AP

Portugal

„Mirakel? Je kunt er alle woorden aan vastplakken. We moeten gewoon winnen. Portugal is absoluut geen angstgegner. De laatste keer dat we tegen ze speelden, in 2008, gebeurden er zoveel dingen die bijna niets met voetbal te maken hadden. Het enige wat je kunt doen, is met jezelf bezig zijn. We weten allemaal hoe fanatiek Portugezen zijn. We moeten ons eigen spel spelen en ons niet gek laten maken. We hebben belangrijkere dingen te doen dan te schoppen en te slaan. Portugal is niet echt goed gegroepeerd. Daar moeten we ons voordeel uit halen. Of ik speel weet ik niet.”

Dood

„Mijn dochtertje Anissa heeft maar kort geleefd, maar ze zal altijd onderdeel van ons leven zijn. Soms denk je wel eens: ze zou nu vier jaar zijn. Hoe zou het leven met haar zijn? Zou ze me een goede papa vinden? Ik kan me nu beter verplaatsen in gedachten van mensen. Ik reageer minder emotioneel, ben rustiger geworden.”

EK 2008

„We speelden in de kwartfinale tegen Rusland met zwarte rouwbanden, ter nagedachtenis aan Anissa. Op de Nederlandse televisie werd een verband gelegd tussen het verlies van Oranje en het overlijden van mijn dochtertje. Diep triest. Journalisten wilden de nederlaag afschuiven op één persoon door indirect het overlijden van mijn dochtertje erbij te betrekken. Dat is absolute onzin. De doelpunten vielen pas toen ik was gewisseld.”

Jeugdjaren

„Tot mijn tiende was ik een Rotterdammer. Ik had ook echt zo’n accent. Daarna verhuisden we naar Vijfhuizen. Ik groeide op in een gezin met negen broers en zussen. We hadden het thuis niet breed. Mijn vader had een stuk land met gladiolen en tulpen. Die bloemen verkocht hij. Ik was altijd met voetbal bezig. Mijn ouders vonden dat niet altijd even leuk. Ze hadden liever dat ik binnen bleef, dat scheelde weer een was. We hadden thuis geen speelgoed, maar ik had wel dromen. In fantaseerde over een schitterende auto.”

Ajax

„Ik speelde in de jeugd bij de amateurclub DSOV als nummer tien, achter de spitsen. Toen ik dertien was, kwam Ajax. Mijn vader begon in te zien dat het wel wat met me kon worden als voetballer. Vanaf dat moment was hij er altijd voor me. Bij Ajax werd het voetbal heel serieus genomen. De ene keer kreeg ik een negen en de andere keer een vijf. Ik speelde puur voor het plezier. Ik was een gezellig ventje, altijd een lach op mijn gezicht. Misschien was ik té lief. Aan het einde van het seizoen moest ik op gesprek komen. Mijn vader ging met me mee. Mocht ik blijven? Ik was heel erg zenuwachtig. Co Adriaanse, het hoofd van de jeugdopleiding, zei: „Je moet Ajax verlaten.” Ze hadden een andere club voor me: Haarlem. Mijn wereld stortte in. Ik heb gehuild.”

Op weg naar volwassenheid

„Voetballen bij Haarlem was totaal anders. We deden soms een positiespel in het park, waar we langs bomen en mensen liepen die er hun hond uitlieten. Ik wilde ergens anders een nieuwe kans grijpen. Ik heb zelf contact opgenomen met AZ. Op een dag kwam er een envelop met het logo van de club. Trillend heb ik die opengemaakt. Ik mocht komen trainen. Samen met mijn vader ben ik naar Alkmaar gegaan. Ik werd aangenomen. Ik realiseerde dat ik dingen op eigen houtje kon regelen. In die tijd speelde Dries Boussatta in het eerste van AZ en in Oranje. Hij was de eerste Marokkaan in het Nederlands elftal. Ik keek erg tegen hem op. Hij was zorgzaam en hoopte echt dat ik me zou ontwikkelen.

„In het laatste jaar van de A-junioren werd mijn vader ziek en redelijk snel daarna stierf hij. Ik was zestien en was opeens mijn steun en toeverlaat kwijt. Ik was mezelf niet meer. Ik veranderde, werd vervelend. Maar voetbal bleef mijn drive. Ik speel nog steeds voor mijn vader. Hij heeft me zo opgevoed dat ik nooit het verkeerde pad op kan gaan. Ik zocht wel de grenzen op, maar hij dekte me heel kort. Ik weet zeker dat hij naar me kijkt. Heel af en toe voel ik contact. Dat geeft me de power om goed door te gaan.”

Bentley

„Ik maakte in 2004 een transfer van RKC naar het Duitse HSV. Ik was 23 jaar en alles was mogelijk. Ik kocht een Bentley. Mijn jongensdroom was uitgekomen. Maar als voetballer sta je opeens in een ander daglicht. Mensen gaan wijzen, komen met kritiek. Dat doet me niets. Waarom zou ik niet in een grote auto mogen rijden?”

Oranje of Marokko

„Ik heb eigenlijk nooit hoeven te kiezen tussen Nederland en Marokko. Toen bondscoach Marco van Basten me opriep voor Oranje was er geen twijfel. Ik zou ooit geselecteerd worden voor een Marokkaans jeugdteam, maar het was een rommeltje. Dat kon ik niet gebruiken. Alles moest kloppen. Ik heb Ibrahim Afellay ook aangeraden voor Nederland te kiezen.”

Kinderen

„We hebben een jongetje van één en een meisje van twee. Mijn kinderen moeten gelukkig zijn. Geen stress. Dat hoort niet in hun leven. Ik hou ze ook kort, net als mijn vader deed. Mijn dochter is heel voorzichtig. Zo was ik ook. Mijn zoon is wat steviger. Die zit overal aan. Als papa ‘nee’ zegt is het ‘nee’. Ik ga niet alles tien keer herhalen. Het is schitterend om ze te zien opgroeien.”

Wereldburger

„In heb in Duitsland, Engeland en Spanje gewoond. Amsterdam voelt als thuis. Hamburg ook. Ooms en tantes zitten in Nador (Marokko). In Meknes hebben we een huis. Overal probeer ik me aan te passen. Dat ben je verplicht aan de mensen.”