Deze strohalm past amper tussen mijn vingers

Nederland - Portugal wordt morgenavond ook een wedstrijd tussen twee wereldberoemde aanvallers: Robin van Persie en Cristiano Ronaldo. Foto AFP

Ik heb ‘m er even bijgepakt, die strohalm. Maar dat ding is zo dun dat ie niet eens tussen m’n vingers past. Hoe graag ik al die statistieken ook wil geloven die ik voorgeschoteld krijg, ik doe niet meer aan sprankjes hoop.

Tijdens Nederland-Duitsland wilde ik na de 2-0 het stadion uit lopen. Weg. Foetsie. Verdwijnen, op zoek naar een gat in de grond waar ik in kon zakken. Wat was ik teleurgesteld in het Nederlands elftal. Nigel de Jong die met die wiegkont amper de verdediging uit kwam, terwijl hij daar niks te zoeken had. Mark van Bommel, die er na het zingen van het volkslied al uitzag alsof hij de marathon van Dubai in 40 graden had gelopen, poor old man. Dat verongelijkte bekkie van Robin van Persie, die na elke gemiste – opgelegde – kans altijd kijkt alsof het niet aan hem ligt. Die arme Jetro Willems, wiens ogen ik regelmatig zag zoeken alsof hij tijdens een schoolreisje naar de Efteling zijn klasgenoten kwijt was. Wie moest ik nou toch dekken? Müller? Ehm, Müller, Müller… Oh gut, 2-0.

En hoe durft Bert van Marwijk te beweren dat de hitte geen rol speelde? Dat de Duitsers er net zoveel last van hadden? Onzin. Die Mannschaft speelde met elf man op eigen helft achter de bal, rustig afwachtend op die o zo gemotiveerde Nederlanders. Want die moesten toch winnen? Laat ze dan het spel maar maken. Zo deden de Denen het ook en zo zullen de Portugezen het weer doen. ,,De eerste twintig minuten speelden we nog goed”, zei Van Marwijk. Ja, klopt Bert, toen hadden die jongens nog energie. Zelfs na de 2-1, toen velen ineens weer geloofden in minimaal een gelijkspel, zag ik spelers in een postbodetempo over het veld sjokken. Happend naar de zuurstof die er niet was.

Dus, nee, voor alle Nederlanders die duimend en biddend hopen op ‘Het wonder van Charkov’, kom de komende 24 uur niet bij mij koffie drinken. Alhoewel, de temperatuur is hier behoorlijk gezakt en het ziet er naar uit dat we morgen onder iets draaglijker omstandigheden kunnen spelen. Dat is in elk geval iets.

Maar goed, gravend in ons collectieve geheugen, kwam ik wel een gedenkwaardige avond tegen. Ook toen stonden we op de rand van uitschakelen, ook toen gromde en bromde ik samen met 16 miljoen andere Nederlanders de bondscoach het graf in.

Dat was het toernooi van De Wissel. Dick Advocaat haalde Arjen Robben er op het EK 2004 uit tegen Tsjechië en prompt verloren we de wedstrijd. We hadden een schamel puntje uit twee wedstrijden en moesten hopen op de sportieve plicht van de Tsjechen tegen Duitsland. Als wij maar met een paar doelpunten verschil van Letland wonnen.

Ik keek altijd in de Blaffende Vis, een café in de Amsterdamse Westerstraat. Daar waar niemand verlegen zit om een ongezouten mening. Ook die avond klaagde ik me lekker door de biertjes heen. Willard was er, Martijn uiteraard. En Sander. En aan de bar hangend, trokken we elkaar steeds dieper de put in. Nederland liep vrij eenvoudig naar 3-0, maar die Duitsers zouden winnen, natuurlijk. Geen twijfel mogelijk.

En ja hoor, Ballack maakte 1-0 voor Duitsland. Klaar, over. Ik begon al naar m’n jas te zoeken. Maar het wonder geschiedde. De al gekwalificeerde Tsjechen kwamen ineens op 1-1 en via die – volgens Evert ten Napel - dekselse Milan Barros werd het ineens 1-2 vlak voor tijd. Als een wonder. Als een volslagen verrassing. Als iets waar je miljoenen mee had kunnen verdienen bij de bookies. De klont pessimisme hing nog onder m´n arm en m´n jas had ik al aan. Maar geloof me, op zo´n moment smaakt een wonder des te lekkerder.

    • Tim de Wit