De man die zijn vrouw naar de keel vloog

Mensen die hun geliefde (proberen te) doden hebben lang niet altijd een verleden van geweld en ze vallen zelden in herhaling. Hoe frustratie en machteloosheid,in één uitbarsting, twee levens kunnen verwoesten.

Illustratie Sebe Emmelot

Op een woensdagochtend in 2005, rond negen uur, vloog Marten de Vries zijn vrouw naar de keel. Ze waren aan het scheiden, hij verliet haar. Ze woonden al twee jaar niet meer bij elkaar. Maar ze werkten nog wel samen in hun groothandel in bouwmachines. Die dag ook. „We zaten ieder aan ons bureau, het personeel was even de deur uit. We hadden het weer eens over de scheiding. Toen knapte er iets. De momenten daarna kan ik me niet herinneren. Het heeft een dag of drie geduurd voordat ik een beeld had van wat er was gebeurd.”

Een vaste klant kwam de zaak binnen. Hij hoorde lawaai en ging naar het kantoor, waar hij Marten de Vries aantrof met de handen rond de keel van zijn vrouw. „Hij heeft mij letterlijk van mijn vrouw af geschreeuwd. Hij heeft me bij de hand gepakt en meegenomen naar de showroom. Later heb ik hem gevraagd wat hij had gezien. ‘Je had een waas voor je ogen’, zei hij. ‘Je was compleet van de wereld.’ Ik kon mezelf niet meer stoppen. Dat was het enge.”

Het is niet uitzonderlijk dat (ex-)geliefden elkaar naar het leven staan. Sterker, het is een van de meest voorkomende levensdelicten. Ongeveer een kwart van alle moorden in Nederland (liquidaties, roofovervallen, uit de hand gelopen ruzies et cetera) betreft mensen die hun (ex-)partner doden, zo blijkt uit de meest recente moord- en doodslagmonitor (2007). Alleen moorden in het criminele circuit (liquidaties, drugsruzies) komen in sommige jaren vaker voor. Partnerdoding gebeurt veertig tot vijftig keer per jaar, in alle lagen van de bevolking. In bijna driekwart van de gevallen gaat het om een man die zijn vrouwelijke (ex-)partner doodt, vaak omdat zij hem dreigt te verlaten. In de andere gevallen is er een mannelijk slachtoffer, waarbij de dader man of vrouw kan zijn.

De zaken komen in een gestage stroom voorbij. Donderdag dient de rechtszaak tegen Jasper van A., oud-directeur van het Gelredome. Hij bracht in november vorig jaar zijn 45-jarige vrouw met een honkbalknuppel en een kussen om het leven. Vrijdag begint het hoger beroep in ‘de zaak van de miljonairsdochter’. De partner van de vermogende Sandra Hazeleger (45) wurgde haar met een hondenriem. In eerste aanleg kreeg hij twaalf jaar cel.

Dit voorjaar bracht een 72-jarige man in Oosterhout zijn 69-jarige vrouw om het leven. Een 35-jarige vrouw uit Waalre werd dood gevonden in India; haar 32-jarige vriend bekende haar te hebben gedood. Dan zijn er nog de mislukte pogingen. In maart veroordeelde het hof van Den Bosch een 68-jarige man uit Waalwijk tot twaalf jaar. Hij lag in scheiding toen hij in mei 2009 een jerrycan met benzine leegde voor de voeten van zijn vrouw, en die in brand stak. Beiden liepen ernstige brandwonden op.

In een samenleving die geweld bijna heeft uitgebannen zijn zulke wreedheden door ‘gewone mensen’ moeilijk voor te stellen. Geweld is iets van andere tijden, van andere landen. Of het is entertainment. Veel mensen genieten van vechtfilms, bloederige thrillers of gewelddadige games. Nepgeweld. „Die verbeelding van geweld is buitengewoon preuts”, zegt socioloog Bram de Swaan. „Werkelijk geweld is veel en veel erger. Er zit meer censuur op dan je denkt.” Angst voor geweld projecteren mensen vooral op slechte buurten, wat meestal ongegrond is. „Uit alle statistieken blijkt dat het op straat alleen maar steeds veiliger wordt.”

Watje

Marten de Vries (60) had niets met geweld, zegt hij. „Ik heb nooit gevochten. Ook op het schoolplein niet. Ik was eerder een watje dan een stoere bink.”

Hij leerde zijn ex-vrouw kennen in een dancing, in 1970. Ze kregen een zoon en een dochter, die nu 34 en 31 zijn. In 1985 begon De Vries zijn groothandel. In de beste jaren had hij zes man personeel en een omzet van 1,25 miljoen gulden. Zijn vrouw deed de boekhouding, zijn zoon kwam ook in het bedrijf werken. Zijn dochter noemt hem een prima vader. Van agressie jegens haar moeder heeft ze nooit iets gemerkt, wel van ongelijkheid tussen haar ouders. „Hij heeft misschien een beetje een leidend karakter. En zij meer vragend.” Met beide ouders heeft ze goed contact. Haar moeder is de laatste jaren sterker geworden, vertelt ze. Ze heeft een baan gevonden als chauffeur en dopt haar eigen boontjes.

Geweldplegers die geweld afwijzen vormen een van de twee klassieke dadertypes van huiselijk geweld, zegt Nonja Meintser, senior beleidsadviseur bij kenniscentrum Movisie. Het andere type betreft daders voor wie geweld gewoon is. „Incidenteel geweld, dat vreemd is voor iemand, komt vaak voort uit een enorme woede, gekwetstheid of machteloosheid.” Eergevoel speelt een grote rol, ongeacht de cultuur. „In niet-westerse culturen gaat het meer om gekwetste familie-eer, in westerse culturen meer om het persoonlijke eergevoel. ‘Ik ben toch een goede man. Waar haalt ze het lef vandaan.’ Gekrenktheid. En dan: wraak.”

Trigger

Ook bij Marten de Vries ging het zo. De trigger van zijn geweldsdaad, heeft hij gereconstrueerd, was een opmerking die zijn vrouw die ochtend maakte. „Ze zei dat ik een waardeloze vader was. Toen was het: knak. Dat bén ik niet. Ik heb me altijd een slag in de rondte gewerkt voor de kinderen.”

Het verbreken van een relatie is volgens Meintser een grote risicofactor voor partnergeweld. „Vrij normale mensen komen in de situatie waarin ze met hun frustratie, gekwetstheid en woede geen kant op kunnen.” Het is haar ook eens overkomen, dertig jaar geleden. „Mijn vriendin verbrak de relatie. Net op een moment dat ik me diep ongelukkig voelde, voerde zij in mijn bijzijn een telefoongesprek waarin zij heel achteloos over onze relatie sprak. Toen brak er iets. Ik ben opgesprongen en flink gaan stompen – wat haar twee gekneusde ribben opleverde.” Vriendinnen keurden haar reactie niet goed, maar vonden die wel begrijpelijk. „De meesten zeiden: ik zou het ook hebben gedaan.”

Partnerdoding komt vaak niet zo uit de lucht vallen als het lijkt, ontdekte psychiater Ardaan de Boer, die in 1990 promoveerde op het onderwerp. Er gaat een periode van toenemende stress aan vooraf, door De Boer het pre-spouse killing syndrome genoemd. Fysiek geweld hoeft dan nog geen rol te spelen. Wel is er tegenslag, op alle fronten. Het paar raakt geïsoleerd door spanningen en ruzies die bezoek afschrikken. Drankgebruik neemt toe. Periodes van verzoening duren steeds korter. Dierbare bezittingen worden vernield.

Marten de Vries had zijn vrouw nog nooit geslagen, zegt hij. Wel had hij een keer uit frustratie zijn bril kapotgegooid op het aanrecht. En de mouw van een jasje van zijn vrouw afgetrokken. Op dat moment, zegt Nonja Meintser, hadden alle alarmbellen moeten gaan rinkelen bij Marten de Vries en zijn vrouw. Maar hoe weet je dat als je het nooit eerder hebt meegemaakt? Als je van jezelf denkt dat je nooit iemand een haar zult krenken? „Het ultieme moment van controleverlies overvalt deze daders”, zegt Corine de Ruiter, hoogleraar forensische psychologie. „Wanneer komen mensen op het idee dat ze echt hulp nodig hebben? Als het te laat is. Dat vind ik eigenlijk wel begrijpelijk.”

De geweldsdaad heeft het leven van Marten de Vries volledig veranderd. Hij kreeg tachtig uur taakstraf. Omdat hij die weigerde uit te voeren – hij vond dat hij de straf niet verdiende – werd die omgezet in veertig dagen celstraf. Zijn bedrijf is failliet gegaan. Hij zit in de bijstand, leeft in een schaars gemeubileerd flatje: een paar tuinstoelen, een kastje met een tv en een tafeltje met een laptop. Bijna obsessief bestudeert hij de zaken van mannen als Jasper van A. en Bob H. Hij weet dat ook hij er dichtbij was zijn vrouw te doden. En dat hij dan ook voor twaalf jaar of langer in de cel was beland.

Hij zou willen dat mannen als zij en hij meer worden gezien als slachtoffer dan als dader. Eén moment verloren ze de controle. Is dat misdadig? Hij ziet het als een plicht anderen te waarschuwen. „Dit kan iedereen overkomen.” Tegelijk voelt hij zich „ontiegelijk schuldig” jegens zijn ex-vrouw, die hij nog tegenkomt bij zijn kinderen. Hij blijft proberen met haar in gesprek te komen. „Wij zijn tot elkaar veroordeeld”, zegt hij. „We komen elkaar misschien nog wel dertig jaar tegen. Ik wil graag dat zij rust vindt. Dat ze weet dat het een eenmalig incident was en dat ze van mij niets te vrezen heeft. Ik gun haar het allerbeste.”

Zinloos

Partnerdoders vallen vrijwel nooit in herhaling. Van de 124 daders die psychiater Ardaan de Boer bestudeerde, had na een jaar of twaalf nog niemand opnieuw een partner gedood. Ook in andere opzichten vormen ze een aparte categorie. In Fatale liefde, een boek van journalist Alice Fuldauer uit 1994 over mannen en vrouwen die hun partner doodden of dat hadden geprobeerd, zeggen de meeste daders zich geen crimineel te voelen. De zin ‘op dat moment knapte er iets’ keert in bijna elk interview terug. Hun gevangenisstraf ervaren ze als zinloos. ‘De echte straf begint pas als je vrijkomt’, zeggen ze.

Met gevangenisstraf voor partnerdoders is eigenlijk niemand gebaat, vindt Nonja Meintser. „Zulke daders zijn geen gevaar voor de samenleving, het recidivegevaar is nihil. Alleen het rechtsgevoel vraagt dat zij worden gestraft.” Het geld voor de celstraf zou volgens haar beter aan hulpverlening besteed kunnen worden. „Wat je wilt bereiken, is dat daders leren zonder geweld om te gaan met frustratie, gekwetstheid en gevoelens van machteloosheid.”

Bovenal moeten daders, maar ook potentiële slachtoffers, volgens Meintser leren wat voor hen de risicofactoren en -momenten zijn. „Om de geweldsspiraal te doorbreken. Het is vaak voor beide partijen zinnig meer inzicht te krijgen in patronen in relaties, en te leren hoe je beter kunt communiceren.”

Het Nederlandse strafrecht behandelt partnerdoders als iedere andere dader van moord of doodslag. Corine de Ruiter vindt dat vaak pijnlijk om te zien. „In het strafrecht ontstaat strijd. Een man wordt gezien als een totaal monster, terwijl wat hij heeft gedaan behoorlijk out of character is. Dat maakt het drama nog groter.” Ze was als deskundige betrokken bij de zaak van de man die zijn vrouw in brand stak. „In de rechtszaal zaten ze drie meter van elkaar. Zij las haar slachtofferverklaring voor. Hij zat te huilen. Hij is alles kwijt, mag zijn kinderen en kleinkinderen niet meer zien, na een heel lang huwelijk. Dat is eigenlijk een grote tragedie. Terwijl een voorwaarde om rust te hervinden is, dat het beeld van ‘dat monster’ weer wordt bijgesteld.”

De VS kennen de mogelijkheid van restorative justice: herstelrecht. De Ruiter: „Er is dan een moment in het strafproces dat het slachtoffer of diens nabestaanden rechtstreeks in gesprek kunnen gaan met de dader, en andersom. Onder begeleiding natuurlijk. Uit onderzoek blijkt dat beide partijen dan meer afstand kunnen nemen van wat er is gebeurd, dat ze door kunnen met hun leven. Straf en vergelding moet je eigenlijk loslaten bij misdrijven in de relationele sfeer.”

Controle

Marten de Vries heeft zijn leven nog niet op orde. In april dit jaar werd hij veroordeeld tot een jaar cel wegens poging tot doodslag. Hij zou hebben geprobeerd een buurvrouw aan te rijden die zich bemoeide met zijn nieuwe relatie. De Vries ontkent dat en is in hoger beroep gegaan, waardoor hij nu nog vrij is. Hij denkt dat hij bestraft is omdat hij al te boek stond als pleger van huiselijk geweld.

Zo ziet hij zichzelf niet. Hij ziet zichzelf als een man die één keer de controle is verloren. En die in staat is te voorkomen dat dat nog eens gebeurt. Zijn grote fout, zegt hij, was te denken dat hij alles alleen kon. „Ik heb altijd gedacht: dit red ik wel. Een klant met een kapotte machine? Los ik op. Scheiding? Los ik op. Ik had veel eerder moeten inzien dat mij dit niet ging lukken. Dat ik er hulp bij nodig had.”

Eigenlijk zouden alle scheidende partners hulp moeten vragen, vindt Nonja Meintser. „Je gaat al naar een advocaat of mediator. Daar zou je twee of drie gesprekken met een hulpverlener aan vast kunnen knopen. Dat kan helpen de drift eruit te halen, wraakgevoelens te kanaliseren op niet-gewelddadige manieren.”

Heel soms pakken mensen het uit zichzelf zo aan, zegt ze, meestal in het belang van de kinderen. „Elkaar zouden ze wel willen afmaken, maar voor de kinderen zoeken ze een manier om met elkaar om te gaan.”

    • Joke Mat