De Europese apathie

Wederom staat de Europese Unie een weekeinde te wachten, dat voor eigen functioneren van de EU zelf uiterst belangrijk is. In zowel Frankrijk als Griekenland gaan de kiezers zondag naar de stembus. Het verkiezingsresultaat in beide landen zal rechtstreeks van invloed zijn op de mate waarin Europa in staat is om de aanhoudende economische en politieke crisis te beteugelen.

In Frankrijk draait het om de vraag of de vorige maand verkozen president Hollande zich in het parlement verzekerd zal weten van een stevig meerderheidsmandaat waardoor hij binnen de EU een slagvaardige rol van betekenis kan spelen.

De Grieken staat komende zondag een discutabele herkansing te wachten. Nadat het na de parlementsverkiezingen van begin mei niet mogelijk bleek een regering te vormen, moet Griekenland opnieuw stemmen. Met de door Brussel aan Athene opgelegde bezuinigingen en daarop volgende politieke impasse zijn de Griekse verkiezingen niets minder dan een referendum voor of tegen Europa. Krijgen de anti-partijen een meerderheid dan is vertrek van Griekenland uit de eurozone niet ver weg meer.

Ondertussen zet de rot elders door. De langverwachte Europese steunoperatie aan de Spaanse bankensector ten bedrage van 100 miljard euro heeft niet het gewenste resultaat opgeleverd. De rente in Spanje is nu op een hoger niveau dan vorige week. Overal elders uit Europa klinken de bekende bezweringsformules. Het heeft allemaal veel weg van het orkest op de Titanic.

Afgelopen donderdag was het de Duitse bondskanselier Merkel die in de Bondsdag waarschuwde voor de grenzen van het vermogen van Duitsland om telkens als sterkste economie bij te springen. Als niet tegelijk de structurele oorzaken in de probleemlanden worden aangepakt zou dat slechts contraproductief werken.

Hoe lang kan de apathie nog aanhouden? In al zijn complexiteit heeft de huidige economische crisis één ding duidelijk gemaakt: de verwevenheid van Europese economieën en financiële markten is dermate groot geworden dat een gezamenlijk economisch bestuur logischerwijs het enige antwoord is.

De grensoverschrijdende activiteit – of het nu gaat om mensen, goederen dan wel kapitaal – is een gegeven en onomkeerbaar. De oplossing van de Europese crisis wijst maar in één richting: verdere integratie. De economische unie in Europa kan niet bestaan zonder een politieke unie. Maar het is juist dit woord dat nationale politici steeds minder hardop durven uit te spreken.

Illustratief voor die houding in eigen land is de Pavlov-reactie van premier Rutte op suggesties die deze richting uitgaan. Als EU-voorzitter Van Rompuy het heeft over verdere noodzakelijke stappen op weg naar een politieke unie doet Rutte dit af als niet ter zake doende „institutionele vergezichten”. Of, zoals hij onlangs in de Tweede Kamer stelde: „De Grondwet wijzigen als er een hongersnood gaande is”. Een misschien goed in het gehoor klinkende vergelijking, maar wel één die het onderliggende probleem van de huidige crisis geheel miskent. Want om in de woorden van Rutte te blijven: juist de hiaten in de grondwet hebben ertoe geleid dat de hongersnood zich in deze omvang kon ontwikkelen.

Het antwoord van de Europese regeringsleiders op de crisis bestond de afgelopen tijd voornamelijk uit noodreparaties die overigens wel vergaande gevolgen hadden. De wijze waarop nu op Europees niveau wordt toegezien op nationale begrotingen – Nederland weet er over mee te spreken – is ondanks alle semantische discussies niet anders dan een overdracht van soevereiniteit.

Maar wel een overdracht uit Europees én eigen belang. Nieuwe stappen zoals een Europese bankunie en op den duur Europese obligaties zijn onvermijdelijk. Het zijn stuk voor stuk elementen van een politieke unie waarvoor onder de sceptische bevolkingen draagvlak zal moeten worden gecreëerd.

In plaats van de huidige ‘Ik-ben-hun-leider-dus-ik-volg-hen’ mentaliteit wordt echt leiderschap gevraagd.