De buurt gaat achteruit

Vallende dictaturen in het zuiden, verkruimelde economieën in het westen. De buurt is niet meer wat het is geweest. Ooit keken Turkse politici over de grens voor een model voor hun eigen staat. Dat is niet langer zo. Het model: dat zijn ze zelf. Dat is althans de spin van de partij van premier Recep Tayyip Erdogan. Terwijl zijn collega’s in de buurlanden knokken voor hun voortbestaan, geeft hij vlammende speeches in stadions met tienduizenden toehoorders. Met meer dan 50 procent van de kiezers achter zich en een economie die met 8,5 procent groeide vorig jaar, spiegelt hij zich aan niemand meer, behalve zichzelf. Voormalig aartsrivaal Griekenland is in die toespraken het lachertje van de Turkse elite geworden. „Hoe kan een land dat bedelt om 100 miljard dollar om zijn ineenstorting te voorkomen een model zijn voor Turkije”, snoof hij deze week.

Die grootspraak irriteert niet alleen de Grieken, die de Turkse regering opriepen liever de buren te helpen. De Turkse oppositie twijfelt aan de cijfers die de regering de wereld in stuurt om haar succes te verkopen. De claim dat Turkije na China de snelst groeiende economie zou zijn wordt tegengesproken door het IMF, die 14 andere landen kent die sneller groeiden. Hetzelfde IMF belooft dit jaar slechts 2,3 procent groei, een sterke indicatie dat Turkije onherroepelijk de rekening van de crisis bij zijn buren krijgt gepresenteerd. De premier houdt niet van dat soort teleurstellende berichten. Toen het agentschap Standard & Poor’s onlangs de kredietwaardgheid van Turkije negatief beoordeelde, dreigde de premier met opzegging van het contract met het agentschap. „Waarom vertelt [Erdogan] de mensen de waarheid niet? Is het niet de verantwoordelijkheid van een politicus om de waarheid te vertellen”, zei Kemal Kilicdaroglu, leider van de Republikeinse Volkspartij CHP.

Europa is nog altijd Turkijes grootste exportmarkt. De export naar Europa daalde al van 48 naar 41 procent. Volgens professor Mushin Kar komen de klappen uit twee richtingen. „70-80 procent van al het buitenlandse kapitaal in Turkije komt uit Europa”, zegt hij in Today’s Zaman. En aangezien de Turken weinig sparen heeft Turkije dat geld hard nodig om zijn economie draaiende te houden.

De crisis aan de westgrens brengt ook oude rivaliteiten boven. De leider van de Griekse neonazi-partij Gouden Dageraad kondigde donderdag aan Izmir te willen heroveren op de Turken, die de stad in 1922 in handen kregen. Een week eerder droomde hij ook al over de terugkeer van Istanbul, tot 1453 de Byzantijnse hoofdstad. In een interview werd hem gevraagd of het realistisch was een stad terug te vragen waar 15 miljoen Turken wonen en 3.000 Grieken. „We hoeven ze niet met wapens te bevechten. Maar we moeten niet vergeten dat het Hellenisme eeuwen bestond in Anatolië, Pontus en Thracië.” Déze uitdaging liet de Turkse premier aan zich voorbijgaan. Alleen op internet gingen de reageerders los. „Turken moeten weten wat ze hierop moeten zeggen: ‘kom maar halen’.”