Dansen op de maan

Sinds er cinema bestaat, worden er sciencefictionfilms over ruimtereizen gemaakt. Elf films uit elf decennia – alle een spiegel van hun tijd.

De mannen die nu met André Kuipers op zo’n 400 kilometer hoogte in het ruimtestation ISS zweven, zijn alleen maar de laatsten in een lange rij van ruimtereizigers – en die rij begint in het rijk der verbeelding, de sciencefiction.

Kunnen we Icarus de eerste astronaut noemen? Of is de vliegende Griek uit de mythe niet buiten de dampkring gekomen voordat zijn wassen vleugels in het zonlicht smolten? Is het dan de Baron van Münchhausen, die zijn zilveren bijl achterna reisde en zo op de maan terechtkwam, waar hij niet alleen driekoppige maanbewoners trof maar ook dogachtige reuzen van de hondenster? Of zijn het de leden van de Amerikaanse Kanonnenclub die zichzelf in een granaat naar de maan lieten schieten door schrijver Jules Verne en die daaromheen cirkelden zoals het ruimtestation van Kuipers rond de aarde?

De verbeelding krijgt een grote impuls als de filmcamera aan het begin van de twintigste eeuw de blik van de wereld verruimt. De trucages die de camera mogelijk maakt, worden van meet af aan gebruikt om de wildste droom van de mens te realiseren: ruimtereizen.

Dit zijn de filmische voorgangers van André Kuipers, elf uit de eerste elf decennia van de cinema. En zoals historische drama’s of westerns altijd meer vertellen over de tijd waarin ze gefilmd zijn dan over de tijd die ze verbeelden, zo zien we dat ook sciencefiction een spiegel is van de tijd waarin hij werd bedacht, meer dan een getrouwe voorspeller van de toekomst. Opvallende constante: een ruimtereiziger grijpt in de film vaker naar een wapen dan naar een meetinstrument.

    • Bas Blokker