BRIEVEN

Toerekeningsvatbaar

Corine de Ruiter, hoogleraar forensische psychologie (Universiteit Maastricht) vindt dat een psycholoog wel degelijk iets kan zeggen over een verband tussen de stoornis en het misdrijf (‘Sterk verminderd meetbaar’, Wetenschapsbijlage, 9 juni). Ze zegt : “Iemand is labiel, heeft stemmingsproblemen, is snel geïrriteerd, licht ontvlambaar. Dat kan op borderline wijzen. Misschien heeft hij daarom in een ruzie een mes gepakt. Dat kan ik uitleggen aan de rechter. [...] Maar of zo iemand ‘enigszins’, ‘sterk verminderd’ of ‘gewoon verminderd’ toerekeningsvatbaar is? Dat weet ik gewoon niet.” Ik ben het (na meer dan vijfentwintig jaar strafrechtpraktijk ) geheel met haar eens. De wetenschappelijke precisie die in verband met de mate van toerekeningsvatbaarheid door de in strafzaken rapporterende deskundigen wordt gesuggereerd vindt geen basis in enige serieuze wetenschap. De vraag is echter of prof. De Ruiter het wel met zich zelf eens is. In een mede door haar opgesteld deskundigenrapport betreffende een psychologisch onderzoek van een maand of zeven geleden schrijft zij in antwoord op de vraag van de rechter wat zij kan zeggen over toerekeningsvatbaarheid : “Naar ons idee heeft de ziekelijke stoornis ten tijde van het delict duidelijk doorgewerkt in het tenlastegelegde, waarbij sterk verminderde toerekeningsvatbaarheid aangewezen is.”

Of de wetenschapper er hier een andere mening op na houdt dan de forensisch rapporteur of dat de inzichten van De Ruiter sinds deze rapportage wat wetenschappelijker zijn geworden weet ik niet. Wel weet ik : het blijft uitkijken met die deskundigen.

Gabriel Meijers, advocaat

Amsterdam

Bijensterfte

De Tweede Kamer heeft geen verbod geëist maar er is door de Partij voor de Dieren en Groen Links een motie ingediend waarin aan de Staatssecretaris van Landbouw gevraagd wordt het gebruik van neonicotinoïden aan banden te leggen (‘Zwarte bij als witte ridder, Wetenschapsbijlage 9 juni). In Frankrijk, Italië en Duitsland gelden verboden voor bepaalde voedselgewassen zoals maïs en zonnebloemen. Geen totaal verbod dus.

Bij blootstelling van watermuggen aan imidacloprid over een periode van 28 dagen werd door onderzoekers van het Canadese National Water Research Institute de gemiddelde letale concentratie (LC50) vastgesteld op 910 nanogram per liter. Een vergelijkbare toxiciteit is aangetoond voor

honingbijen: het voeden van honingbijen op suikerwater dat 1000 nanogram imidacloprid per liter bevatte leidde na 8 dagen tot sterfte. De concentraties van imidacloprid in het oppervlaktewater van de Randstad liggen regelmatig veel hoger en vormen daarmee een dodelijke bedreiging voor insecten. Er is in de laatste jaren dan ook sprake van verhoogde bijensterfte. Ook dagvlinders en weidevogels nemen in aantal af. Een causaal verband tussen de dramatische neergang van weidevogels en insectenschaarste door milieuverontreiniging met imidacloprid kan niet worden uitgesloten.

Henk Tennekes

via e-mail

Correctie (1)

In het interview met Romée van der Zee (‘Zwarte bij als witte ridder, Wetenschapsbijlage 9 juni) staat dat Texelse bijen vermeerderd zouden kunnen worden op een bijenstation ‘op Vlieland’. Dit moet zijn: een van de Waddeneilanden.

Correctie (2)

In het artikel ‘Sterk verminderd meetbaar’ is de voornaam van hoogleraar De Ruiter abusievelijk met een dubbele ‘n’ gespeld. Zij heet Corine.

Correctie (3)

In het artikel over Spinozawinnaar Mike Jetten (Wetenschapspagina, 5 juni) is een deel van een zin weggevallen. Jetten ontdekte een bacterie die methaan samen met nitriet kon omzetten in stikstofgas en koolzuurgas.

    • Henk Tennekes
    • Gabriel Meijers