Brief over vrouwen

Een decolleté op het werk mag best

‘Een decolleté helpt niet, een bril wel’ zegt de kop boven het artikel van Frederiek Weeda (NRC Handelsblad, 9 juni) waarin presentatiedeskundige Josje Kuenen wordt geciteerd. Kuenen zegt: „Van een ingenieur verwachten ze niet dat ze hoge hakken aanheeft en een strak bloesje.” Ook zegt ze dat vrouwen die het ver schoppen in een mannenwereld een beetje make-up en bescheiden oorbellen dragen en verder onopvallend en degelijk zijn.

In het artikel wordt puur functioneel gesproken over vrouwen en de kleding die zij naar hun werk kunnen dragen – kraak noch smaak. Dit vind ik jammer. Een vrouw die weet dat zij goed gekleed is, voelt zich zelfverzekerd. Dit zal zich vertalen in de resultaten die zij behaalt in haar werk. Elke functie heeft een eigen dresscode. Dit is een gegeven, maar dat wil niet zeggen dat iedere vrouw die leiding geeft een getailleerd jasje en een bril moet dragen om professioneel en zakelijk over te komen.

Juist met de kleding die iemand draagt, laat diegene ook een stukje zien van zijn innerlijk. Dit is net zo goed een communicatiemiddel als hoe iemand spreekt of beweegt. Als vrouwen zich niet meer aantrekkelijk mogen kleden op hun werk – binnen de grenzen van de heersende dresscode – wordt het in mijn ogen een saaie boel. Bovendien zullen zij zich minder zelfverzekerd bewegen. Zo krijg je een averechts effect en worden vrouwen in leidinggevende posities niet voor vol aangezien. Sterker nog – ze worden helemaal niet gezien.

Mathilda van der Goes

Bussum

    • Mathilda van der Goes