Architectuur is oorlog

Aflevering 42: over het OMA van architect Rem Koolhaas.

Het door Rem Koolhaas ontworpen hoofdkwartier van de Chinese staatstelevisie in Peking. Foto Reuters

In het populaire architectuurboek 1001 gebouwen die je gezien moet hebben (2008) staan zes ontwerpen van het Office for Metropolitan Architecture (OMA) van Rem Koolhaas: het asymmetrische Casa da Música in Porto, de vierkante glas-en-aluminiumfantasie voor de Nederlandse ambassade in Berlijn, de openbare bibliotheek in glas en staal van Seattle, de experimentele Villa Floirac in Bordeaux, het met spiegelglas en hellingvloeren uitgeruste Educatorium in Utrecht, en natuurlijk de schuin aflopende Kunsthal in Rotterdam. Zes gebouwen is geen topscore voor een bureau dat al sinds 1975 bestaat – van Herzog & de Meuron (van de Allianz Arena in München) zijn er bijvoorbeeld twee keer zoveel opgenomen – maar daarbij moet je twee dingen bedenken: de journalist-socioloog-filmmaker Koolhaas (1944) was heel lang een ‘papieren architect’, beroemd om zijn niet gerealiseerde ontwerpen, én in een nieuwe editie van de 1001 gebouwen zouden op zijn minst de kantoorboog van de Chinese staatstelevisie in Peking, de Rothschildbank in Londen en het Prada Transformer-paviljoen in Seoul worden opgenomen.

Het was de bouw van de Kunsthal, gericht op ‘congestie’ (het samenkomen van verschillende stedelijke functies in één bouwwerk), die de naam van Rem Koolhaas in 1992 definitief vestigde. In de jaren daaraan voorafgaand was de Johan Cruijff van de architectuur, zoals criticus Bernard Hulsman hem ooit noemde, vooral bekend door zijn conceptuele, utopische bouwprojecten (met titels als Exodus en City of the Captive Globe) en door zijn boek Delirious New York. De ondertitel van dit boek uit 1978 (met een omslagtekening van het Empire State Building en het Chrysler Building samen in bed) was A Retroactive Manifesto, aangezien Koolhaas probeerde om de stedebouwkundige filosofie te reconstrueren die ten grondslag ligt aan Manhattan. Vooral de combinatie van een strenge vorm (het stratenpatroon) en maximale flexibiliteit (de gevarieerde wolkenkrabbers) spraken tot de verbeelding van de beginnende architect die de ongenaakbare staal-en-glasbouw van Ludwig Mies van der Rohe tot zijn belangrijkste inspiratiebronnen rekende.

1000

Ongenaakbaarheid is een kernwoord in het universum van Rem Koolhaas. ‘Fuck the context’ schreef hij in het onvoorstelbaar invloedrijke S,M,L,XL (1996), een 2,7 kilo wegende verzameling sociologische essays en ontwerptekeningen die een overzicht gaf van twintig jaar OMA. Koren op de molen van zijn Nederlandse critici, die zijn Amsterdamse appartementencomplex Byzantium afdeden als opzichtig (‘Wat de toeschouwer [na de eerste oogopslag] resteert is de anekdote en de ergernis’ schreef NRC Handelsblad in 1991), zijn Danstheater in Den Haag als autistisch en zijn Kunsthal als gebruikersonvriendelijk. De toenmalige directeur van de Kunsthal vergeleek Koolhaas dan ook niet met Cruijff maar met Rinus Michels: „Voor hem is architectuur oorlog. Werken met Koolhaas is geen dialoog; hij doet alleen maar mededelingen. Van dienstbaarheid heeft hij nog nooit gehoord.”

Zo ongenaakbaar als zijn gebouwen zijn, zo ongrijpbaar is Koolhaas zelf. Zegt hij het ene moment dat ‘iconische architectuur’, de bouwkunst van het grote gebaar, haar langste tijd gehad heeft, komt hij het volgende moment met een ultiem icoon, zoals de bibliotheek van Seattle of het gebouw van de Chinese staatstelevisie. Schrijft hij in S,M,L,XL dat ‘the city is no longer; we can leave the theatre now’, ontwerpt hij tien jaar later de Waterfront City in Dubai voor anderhalf miljoen mensen. Ben je er net aan gewend dat hij zich onophoudelijk uitspreekt over architectuur en stedenbouw, komt hij met The Harvard Design School Guide to Shopping. En is hij eindelijk doorgebroken als bouwend architect, profileert hij zich als oprichter van AMO, een denktank die zich bezighoudt met niet-architectonisch werk zoals onderzoek en het maken van tentoonstellingen.

108397

OMA begon in Koolhaas’ geboorteplaats Rotterdam en heeft inmiddels filialen in New York, Hongkong en Peking, met 280 medewerkers en een omzet van veertig miljoen dollar. Er zijn tentoonstellingen van het werk van het bureau geweest in New York (‘OMA at the MoMA’), de Architectuurbiënnale van Venetië en onlangs nog The Barbican Art Gallery in Londen. Op de lijst van current projects vind je een bibliotheek in Qatar, het Musée national des beaux-arts du Québec in Canada, hoge woonprojecten in Singapore en een centrum voor podiumkunsten in Taiwan. Toch hebben OMA en AMO hun Europese wortels niet verloochend. In Rotterdam is op de Kop van Zuid nu een groot woningen- en kantorencomplex in aanbouw, de shows van Prada voor de herfstcollectie 2012 werden vormgegeven rondom het thema ‘paleizen en klassieke interieurs’ en gebouwen in Cordoba, Glasgow en Venetië staan op stapel. In 2001 werd OMA/AMO bij het uitroepen van Brussel als Europese hoofdstad zelfs gevraagd om na te denken over een beeldtaal voor de EU. Een van de suggesties waar het bureau van Koolhaas mee kwam, was de zogeheten Barcode, een vlagontwerp waarin alle kleuren van de Europese landenvlaggen naast elkaar waren geperst. Een wonder van elegantie en functionaliteit, want wanneer er nieuwe landen bij de Unie kwamen, konden hun vlaggen gewoon aan het basisontwerp worden toegevoegd.

OMA’s Barcode zou echter nooit de blauwe vlag met de gouden sterren vervangen. Dat is misschien jammer voor de Europeanen, maar verder helemaal in stijl: dertig jaar na dato is er opnieuw een niet gerealiseerd project waaraan de voormalige papieren architect Koolhaas faam kan ontlenen.

    • Pieter Steinz