Amsterdamse Kunstraad bezuinigt vooral op top

Fietsers op Terschelling werden gisteren verrast door een spontane performance van theatergroep Derevo. Het gezelschap is een van de deelnemers aan theaterfestival Oerol, dat gisteren op het eiland opende in aanwezigheid van 10.000 gasten. De komende tien dagen worden 55.000 bezoekers op het theaterfestival verwacht. Foto Sake Elzinga

De culturele topinstellingen in Amsterdam moeten inleveren, kleinere instellingen moeten juist zoveel mogelijk worden beschermd tegen de bezuinigingen. Dat is de hoofdlijn in het advies dat de Amsterdamse Kunstraad vrijdag aan wethouder Carolien Gehrels (Cultuur, PvdA) en de Amsterdamse gemeenteraad heeft gepresenteerd.

Daarmee wil de Kunstraad de effecten van het bezuinigingsbeleid van het Rijk zoveel mogelijk compenseren. Door het ministerie van OCW worden juist de grote gezelschappen en podia ontzien. De kleinere instellingen, die zorgen voor talentontwikkeling en innovatie, verliezen hun structurele rijkssubsidie of moeten hopen dat ze later dit jaar van de fondsen nog geld krijgen.

De Amsterdamse Kunstraad ontfermt zich zo over „het mkb in de kunst”, zoals voorzitter Gerard de Kleijn het gisteren uitdrukte. Dat is gunstig voor de toneelgezelschappen Orkater en Mug met de Gouden Tand en de muziekensemsembles Asko|Schönberg, Amsterdam Sinfonietta en het Nederlands Blazers Ensemble.

Als het advies van de Kunstraad wordt overgenomen, krijgen zij voor het eerst subsidie van de gemeente. Daardoor maken ze meer kans op steun van het Fonds Podiumkunsten, dat in augustus zijn subsidieverdeling bekendmaakt.

In totaal maken 48 instellingen voor het eerst kans op subsidie. „We willen graag de doorstroming bevorderen”, zei De Kleijn. Tot de nieuwkomers behoren ook het productiehuis voor jeugdconcerten Oorkaan, beeldenroute Art Zuid en Museum Het Schip (over de Amsterdamse School).

Het advies van de Kunstraad past binnen de richtlijnen die de wethouder en de gemeenteraad hebben gesteld; daarom is de verwachting dat deze het advies zullen overnemen.

Het Concertgebouworkest is de enige topinstelling die als „visitekaartje van Amsterdam” niks hoeft in te leveren van zijn 6 miljoen euro subsidie. De pijn van de gemeentelijke bezuinigingen op cultuur van 9 miljoen euro zit onder meer bij de Stadsschouwburg (ruim een miljoen minder), Muziekgebouw aan ’t IJ (bijna 5 ton), Toneelgroep Amsterdam (3,5 ton), Theater Bellevue (ruim 3 ton) en het Amsterdam Museum (1,3 miljoen). Het Stedelijk Museum moet, zoals eerder bekend werd, zijn aanvraag opnieuw indienen, omdat deze veel te hoog was. De Kunstraad wil 9 procent korten op de subsidie voor het museum.

De Kunstraad wil vooral steun geven aan uitvoerende kunstenaars en bezuinigt zoveel mogelijk op „steen”. Slachtoffers vallen daarbij onder de podia. De Engelenbak, Felix Meritis, het Tropentheater, het Openluchttheater Vondelpark en het Ostadetheater hoeven niet meer op gemeentelijke subsidie te rekenen.