Alert zijn, Sander, niet inkakken nu

Deze week hoorde Sander de Rouwe (Bolsward, 31) dat hij nummer drie staat op de CDA-lijst voor de Kamerverkiezingen. Komende week herdenkt hij dat zijn zoon Jesse een jaar geleden in een vijver verdronk. „Ik denk dat hij nu een boertje is. Maar niet bij ons.”

Haringen

„Het was voor mij heel verdrietig maar het was ook erg voor de juf. Ik was tien, mijn egootje was geknakt en zij zat nog een jaar met me opgescheept. We moesten allebei huilen want ik bleef zitten in de vierde van de basisschool.

„Ik was niet de ideale schoonzoon zoals sommigen mij nu zien. Ik was een rotjoch, altijd aan het klieren en ik kwam voor geen meter mee. Toen ik toch met hangen en wurgen op de mavo zat, ging ik op vrijdag naar vishandel Miedema in Bolsward; lekker haringen snijden. Rond de lunch moest ik wel naar achteren. Dan kwam de schooldirecteur een visje eten. Stond ik te koukleumen in de koelcel.”

Waspatroon

„Op mijn zeventiende maakte ik carrière en werd ik van haringsnijder wasmachineverkoper twee straten verderop. Opeens moest ik er in no time achter komen wat mevrouw nodig heeft. Wat zijn haar wensen? Wat is haar waspatroon? Heeft ze kinderen?

„Ik ga ver in verkopen hoor. Zó ver dat je je doel bereikt, maar dat de relatie goed blijft. Ik had er niks aan om rotzooi te verkopen, want dan komt mevrouw een dag later terug.

„Ik ben langer wasmachineverkoper geweest dan dat ik in de Kamer zit. Bij Expert verkocht ik tv’s en wasmachines, in de Kamer praatjes. Dat bedoel ik dan niet negatief. Ik verkoop het CDA en daar horen soms moeilijke boodschappen bij.”

Nummer drie

„Hier op deze kamer ging de telefoon, om twintig over tien afgelopen maandagavond. Het was Ruth Peetoom, de voorzitter. Dat is dan de vip-call of de wip-call, als je eruit wordt gewipt. ‘Lieve Sander, je komt op nummer drie.’ Best hoog, dacht ik. Maar ik zei: ‘oké. Nou, dan spreken we mekaar wel weer.’ Toen heb ik Lianne gebeld.

„Anderen waren ook totaal verbaasd. Ik wist dat ik me geen zorgen hoefde te maken, maar ik heb ook geen behoefte te fantaseren van ‘goh wat een grote jongen ben jij’. Hier is het altijd knokken en ik moet elke ochtend tegen mezelf zeggen: ‘Sander, de dag is begonnen. We gaan er weer tegenaan.’ Of als ik naar een bijeenkomst in het land rij, is het: ‘Alert zijn, Sander, niet inkakken nu en denken dat je wel een leuke boodschap hebt.’ Anderen vinden dat misschien braaf of naïef, maar het werkt als een tierelier. Het is de beste strategie voor iedereen die hogerop wil.”

Bolsward

„In Bolsward ging ik gisteren naar de kroeg, voor het eerst sinds het bekend is. Toen ik binnenkwam, ging het dak eraf. In De Posthoorn kennen ze me als Sander en ik drink net zoveel bier als voorheen. Een stuk of zeven, acht, maar het kunnen er ook iets meer zijn geweest want ik kreeg de hele avond schalen bier aangeboden. Sander, blijf jezelf, zeggen ze. Maar wil de omgeving dat dan ook blijven, alstublieft?”

Gezin

„Mensen willen weer vriendelijkheid zien. Ruth heeft vast gedacht: dat zie je bij Sander terug. Ik denk ook dat ze gedacht heeft: het gezin is belangrijk voor ons. De financiën van het land moeten op orde, maar de immateriële agenda vind ikzelf net één tikkeltje belangrijker. Mijn familiegeschiedenis speelt mee want ze weten nu dat ik kan knokken. Ik heb heel wat meegemaakt. Maar ik kom er goed uit en ga weer door.

„Mona Keijzer, de nummer twee, vind ik ook een heel ervaren vrouw. Heeft ze nou vier of vijf zonen? Als je vijf mannen op deze wereld zet en je onderhoudt ze fatsoenlijk, dan kan je ook een goed Kamerlid zijn. Uiteindelijk telt toch je karakter. En niet of je meester in de rechten bent, of doctorandus. Ik was wasmachineverkoper en raadslid, en heb het hier gelapt. Er komen nu tien, twintig mensen van buiten – hoever komen díe straks wel niet?”

Burgemeester

„Ik wilde graag voor mijn dertigste miljonair zijn. Dat is niet gelukt, maar het doet geen pijn meer. Voordat ik op mijn 26ste Kamerlid werd, had ik weinig geld. Toen was ik wel gelukkig en dat ben ik nu ook weer.

„Partijleider hoop ik nooit te worden. Ik wil succesvol zijn in mijn werk, maar ik wil ook succesvol zijn met mijn gezin. Ik ben christelijk en ik geloof zo’n beetje alles wat er in de Bijbel staat dus op zondag doe ik niks met de politiek. Wat er ook gebeurt, dat interesseert me geen hol. Zondag is voor thuis.

„Liever wil ik burgemeester worden. Graag zelfs. Dat lijkt me zo mooi, want dan ben je gewoon weer dicht bij de mensen. Dat ik op ze kan afstappen als het even niet gaat met de sportvereniging. Hier praat je altijd met de vertegenwoordigers van de vertegenwoordigers. Ik hou meer van het directe.”

Elco Brinkman

„Als jonkie zag ik al dat het CDA altijd de klappen kreeg. Met Elco Brinkman, wanneer was dat? Toen was ik twaalf. Precies daarom werd ik echt fan van de partij: wij kunnen als geen ander pijn lijden en daarna het land weer op orde krijgen.

„We hebben twee moeilijke jaren gehad. We waren zo verstard. Lang op het pluche maakte ons stijf. Niet bewegen, behouden. Niet veranderen. Niet sprankelen. De tikken die we kregen deden pijn, we voelen het nog steeds. En het is moeilijk hoor: dingen veranderen bij het CDA.

„We kunnen wel blijven mokken, maar ik zie dat hier iets verandert. Dat mensen er weer in geloven en er zin in krijgen. Nu is het onze taak dat aan Nederland te laten zien, en weer te durven zeggen dat het CDA weer de grootste wil worden.”

Pampers

„Ik ken mijn vrouw Lianne al sinds mijn zesde. Ze vindt het allemaal wel best wat ik doe. Ze heeft niks met politiek – of ik nou derde woordvoerder bagger ben of nummer drie op de lijst, dat maakt haar niet uit en ze heeft er echt niks mee. Dat is ongeveer de complete samenvatting, inclusief uitweidingen.

„Thuis wil ik het liever hebben over hoe snel we weer Pampers moeten kopen voor onze jongste van één of waar de Ikea-kast moet komen. Mijn vrouw is heel kritisch, heel zwart-wit. Waar ik anderen vooral wil begrijpen, weet zij zelf dan al wat ze wil. Door Lianne ben ik directer geworden.

„Zij zorgt ervoor dat ik succesvol ben, dat de kinderen gevoed worden en op school komen. Ik ben meer van de liefde. Ook bij de kinderen. Het knuffelen en het zoenen, dat doe ik dolgraag. Lianne zorgt gewoon dat het goed op orde is. Dat alles bikkelhard geregeld wordt.”

Jesse

„Donderdag is het een jaar geleden. Ik kwam terug uit een debat en op deze kamer ging de telefoon.

„Lianne. Ze zei: ‘Jesse wordt op dit moment uit het water gehaald en hij is dood.’ Ze zei: ‘Hij is met je moeder het park ingegaan, ze is een boekje gaan lezen op een bankje, hij is in het water gekukeld.’ Ze zijn overal gaan zoeken, hij was weg.

„Hij heeft anderhalf uur in het water gelegen en ik wist meteen: hij is dood. Dit is geen droom, hij is dood. Mijn benen begonnen te trillen, ik heb tegen Sybrand van Haersma Buma gezegd: ‘Ik ga nu naar huis en weet niet of ik terugkom.’

„Ze waren hem nog aan het reanimeren zodat Lianne en ik het besluit konden nemen om het te stoppen. Daarna hebben we hem samen gewassen. We hebben hem aangekleed en mee naar huis genomen.”

Vechten

„Jesse was puntgaaf, 3,5 jaar, hij zou bijna naar school gaan. En hij wilde boer worden. Is dit dan een boerenzoon, vroeg de kleuterjuf aan iemand. Nee, dit is de zoon van Sander de Rouwe.

„Toen Jesse in het water viel, wist ik dat God hem opving. Hij heeft dertig seconden geleden, maar hij is meegenomen. Dus ik denk dat hij nu een boertje is. Maar niet bij ons.

„Mensen vroegen me: kan je je wel weer druk maken om Den Haag? Om de dingetjes? Maar dit werk is voor mij altijd al relatief geweest. We wonen in een land waarin we niet hoeven te vechten voor ons leven. Waarin ik de luxe heb om te zeggen dat politiek een bijzaak is. Geloof staat bij mij op één, het gezin op twee. En al het andere op drie.”

    • Ringel Goslinga
    • Freek Staps