Zware straffen voor vier ex-militairen Srebrenica

Een vrouw bezoekt een massagraf in de buurt van Srebrenica, waar haar man en twee zoons begraven liggen. Vandaag veroordeelde een rechtbank in Bosnië vier ex-militairen voor hun aandeel in de massamoord in Srebrenica in 1995. Foto Reuters / Dado Ruvic

Vier voormalige leden van een elite-eenheid van het Bosnisch-Servische leger zijn veroordeeld tot gevangenisstraffen van 19 tot 43 jaar voor hun aandeel in het bloedbad in Srebrenica in 1995, meldt persbureau AFP. Het zijn de hoogste straffen die tot nu toe zijn opgelegd door een rechtbank in Bosnië.

De ex-militairen executeerden in de zomer van 1995 een groep van 800 moslimmannen, onder wie ook kinderen, in een militaire boerderij in Branjevo, vlakbij Srebrenica. De rechter acht de aanklacht ‘misdaden tegen de mensheid’ bewezen. De mannen werden vrijgesproken van genocide wegens gebrek aan bewijs dat ze de intentie hadden genocide te plegen. Het bloedbad vond plaats tijdens de Bosnische oorlog die van 1992 tot 1995 woedde.

De zwaarste straf werd opgelegd aan Stanko Kojic, die 43 jaar cel krijgt. Franc Kos en Zoran Goronja, werden veroordeeld tot 40 jaar gevangenisstraf. Vlastimir Golijan kreeg 19 jaar, omdat hij destijds 21 was, meldt persbureau Reuters.

De mannen dienden in de tiende commando-eenheid van het Bosnisch-Servische leger. Kos leidde een peloton (onderafdeling van een compagnie). Kojic, Goronja en Golijan dienden als soldaten. Volgens persbureau AFP gaat het om drie Bosnische-Serviërs en één Sloveen, Franc Kos, die berecht zijn. Persbureau’s Reuters en AP spreken van vier Bosnische-Serviërs.

Eind mei werden twee voormalige Bosnisch-Servische politiechefs in Bosnië veroordeeld tot dertig en vijfendertig jaar cel wegens hun aandeel in de genocide in Srebrenica.

In Srebrenica zijn tussen de 7.000 en 8.000 Bosnische moslims vermoord door Bosnische Serviërs. De door de Verenigde Naties als veilige enclave bestempelde stad werd beschermd door een Nederlands VN-bataljon. Onder bevel van Ratko Mladic vielen Bosnisch-Servische troepen de stad met tanks aan op 11 juli 1995.

    • Judith Laanen