Zo intiem kan Schubert zijn

Schubertiade. Christian Gerhaher (bariton) en Gerold Huber (piano). 14/6 Concertgebouw, A’dam. *****

Nu met Fischer-Dieskau ‘dé’ Duitse liedbariton van de 20ste eeuw is heengegaan, rijst de vraag wie hem opvolgt. Gelukkig zijn dat er velen, de museumstatus van het kunstlied ten spijt. Quasthoff is gestopt, maar Matthias Goerne en Florian Boesch (vanavond winnaar van een Edison Klassiek voor zijn Carl Loewe-cd) borgen de toekomst. En bovenal is er Christian Gerhaher, die gisteren in een verrassend samengesteld Schubert-recital met pianist/jeugdvriend Gerold Huber opnieuw een maximaal symbiotisch, integer en geëngageerd duo bleek.

Stimmlich is Gerhaher een lichte, elegante bariton. Zijn laagste register bezit zeker bassige diepte, maar de schoonheid van zijn stem schuilt vooral in de souplesse, gepaard aan een smetteloze dictie. Anders dan Dieskau, bij wie hij wel lessen volgde, licht Gerhaher geen woorden uit. Hij ‘interpreteert’ niet, maar stelt zich in dienst van elk lied: een soort Method Acting voor liedzangers. Dat maakt het soms haast voyeuristisch intiem en zeer emotionerend hem te zien zingen. Die narrige somberte in Der Strom, die speelt hij niet, die deelt hij – zo lijkt het althans. Subtiele flexibiliteit in timing verleent elke frase verder richting en focus.

Gerhaher heeft aan Huber een pianist van zeldzame klasse. Huber benadert Schubert vanuit diens melodische brille, melodielijnen in begeleidingen ‘lipzingt’ hij mee en Abschied (D475) kreeg in zijn hand een ongehoorde, commentariërende betekenis. Op een donderovatie volgden twee toegiften, waarbij na Seligkeit de onaardse intensiteit van Im Abendrot nog lang nagloorde.

    • Mischa Spel