Voor Nederland is het buitenland groeimotor én bedreiging

Nederland beleeft volgens het CPB „zeven magere jaren”. De export moet uitkomst bieden, maar de eurocrisis kan alles weer veranderen.

Iedere politicus kon gisteren wel uit de voeten met de Juniraming van het Centraal Planbureau. Ook al is de toon van het CPB uitgesproken somber. Het planbureau wil „nog niet spreken van een verloren decennium”, maar wel van „zeven magere jaren” met op zijn best een lage economische groei tot 2017.

De vijf partijen achter het Lenteakkoord zagen de nieuwe prognoses vooral als een steun in hun rug. Het tekort komt met 2,9 procent volgend jaar onder de noodzakelijke 3 en de angst voor het ‘kapotbezuinigen’ van de economie lijkt overdreven.

Maar ook de oppositiepartijen konden er hun voordeel mee doen. Toonde de publicatie van het CPB immers niet aan dat het begrotingsakkoord alleen op de korte termijn was gericht? In 2014 loopt het begrotingstekort zonder extra beleid alweer op tot 3,1 procent. En ook de koopkrachtplaatjes zijn altijd politiek gevoelig. Wie meer dan 3,5 maal het minimumloon verdient, gaat er dit en volgend jaar 2,5 procent op achteruit. Mensen die het minimumloon verdienen, leveren maar liefst 4,25 procent in.

Zorgt het begrotingsakkoord van VVD, CDA, D66, GroenLinks en ChristenUnie ervoor dat de economie kapot wordt bezuinigd? Dat was de discussie tussen de ‘Kunduz-partijen’ aan de ene kant, en PvdA, PVV en SP aan de andere kant. Het CPB berekent in zijn Juniraming dat de lastenverzwaringen elk jaar 0,3 procentpunt van de economische groei ‘opeten’. Dat lijkt niet veel, maar op de nu voor 2013 geraamde economische groei van 0,75 procent is het substantieel. Ook in de jaren na 2013 blijft de groei relatief laag (gemiddeld 1,5 procent).

Daar komt bij dat de binnenlandse bestedingen nu al dalen: een btw-verhoging en een veelbesproken forenzentaks zullen die daling alleen maar versterken. „Als je nu niets doet, stapelt de schuld zich op, en moet dat later worden weggewerkt”, zegt Wouter Koolmees van D66. „Dat is uitstel van executie.”

PvdA’er Ronald Plasterk, tegenstander van het Begrotingsakkoord, benadrukt dat de lastenverzwaringen niet één maar meerdere jaren 0,3 procentpunt aan economische groei kosten. „Ik denk dat het vooral een ongelukkige timing is om nu met bijvoorbeeld een btw-verhoging te komen. Het geeft het toch al lage consumentenvertrouwen een nieuwe klap. Met name komend jaar, als de economische groei nog gering is, komen die maatregelen hard aan.”

De Juniraming maakt in elk geval duidelijk dat het Begrotingsakkoord niet meer is dan een eerste begin. Om het tekort en de staatsschuld (in 2017 ruim 74 procent van het bruto binnenlands product) verder naar beneden te krijgen, zijn meer forse ombuigingen nodig. CPB-directeur Coen Teulings schatte gisteren in dat er nog eens 25 miljard euro extra bezuinigd moet worden om in 2017 op een begrotingsevenwicht uit te komen. In het ideale geval zou na de verkiezingen al begonnen moeten worden met hervormingen. Niet elk jaar zijn er meevallers zoals in 2012: mede door hogere aardgasbaten, een meevallend aantal WW-uitkeringen en lagere uitgaven van lokale overheden komt het tekort dit jaar uit op 3,8 procent. In maart ging het CPB nog uit van 4,6 procent.

Dat noodzakelijke bezuinigen moeten in een tijd gebeuren dat er mede als gevolg van de vergrijzing weinig economische groei zal zijn. Die vergrijzing zorgt er mede voor dat de zorguitgaven stevig door blijven groeien. Die stijging – 19 miljard in de komende vijf jaar – legt beslag op een kwart van de (matige) economische groei. Niet leuk die kostenstijging, maar er is in elk geval één voordeel: de werkgelegenheid in de zorg neemt flink toe. In 2000 werkte bijna één op de acht mensen in de zorg, in 2017 is dat één op de vijf.

Grote uitdagingen, maar die vallen in het niet als de eurozone daadwerkelijk uit elkaar valt. Niet voor niets noemt het CPB de onzekerheid rond zijn raming ditmaal „uitzonderlijk groot”. Eind vorig jaar gingen de rekenmeesters rond de euro nog uit van een doormodderscenario, maar inmiddels is de crisis zo dichtbij dat „majeure beleidsinspanningen” noodzakelijk zijn. Alleen zo kunnen politici en centrale bankiers een verdere escalatie en desintegratie voorkomen. Volgens het CPB biedt de crisis Nederland de mogelijkheid om „mede bepalend” te worden voor de vraag of escalatie van de crisis wordt voorkomen.

Als een van de noodzakelijke stappen noemt het CPB de vorming van een zogeheten bankenunie. In dat geval wordt het bankentoezicht Europees en worden banken in nood niet meer automatisch via de nationale overheid gered. Daarmee zou nu een begin moeten worden gemaakt. Maar dan vindt het CPB demissionaire minister Jan Kees de Jager (Financiën, CDA) op zijn weg. Die liet eerder deze week in de Kamer weten dat zo’n bankenunie „geen oplossing is voor de problemen van nu”.

Het is lang geleden dat de Nederlandse economie zo afhankelijk was van het buitenland. Met de inzakkende binnenlandse vraag moet de export de economie draaiende houden. Maar als de Europese crisis niet wordt opgelost is de schade volgens het CPB niet te overzien en „lijdt Nederland forse verliezen”.

    • Erik van der Walle