Vestia werkt als een olievlek

Delft en Zoetermeer maken zich zorgen om de gevolgen van de zaak-Vestia voor hun gemeenten. De bouwsector haalt uit naar de banken.

Eppo König

De financiële crisis bij corporatie Vestia werkt als een olievlek. Wethouders in Delft en Zoetermeer maken zich „ernstige zorgen” over de lokale volkshuisvesting, woningmarkt en bouw. Gezamenlijk stuurden ze demissionair minister Spies (Binnenlandse Zaken) begin deze maand een brandbrief, meldde de NOS vanochtend. De problemen bij Vestia mogen geen „onomkeerbare gevolgen” hebben voor middelgrote steden, staat in de brief.

Vestia kampt met een miljardentekort omdat het veel te veel risicovolle financiële rentecontracten (derivaten) met banken heeft afgesloten. Om uit de nood te komen, wil de corporatie bedrijfsonderdelen en duizenden woningen verkopen. Zo krijgen alle huurders van Vestia de mogelijkheid om hun eengezinswoning te kopen. Je zou kunnen zeggen: Vestia loopt vooruit op het ‘kooprecht’ voor sociale huurders, dat in het regeerakkoord van het demissionaire kabinet was opgenomen.

Delft en Zoetermeer worden „onevenredig hard” getroffen door de verkoopplannen van Vestia, zeggen de wethouders. Eensgezinswoningen in Delft zijn schaars; jaarlijks zouden slechts 38 woningen overblijven voor verhuur. Zoetermeer zegt dat Vestia 40 procent van al haar vastgoed in de gemeente te koop zet. Het woningaanbod voor sociale huurders krimpt en de lagere inkomens komen „in de knel”.

Daarbij vrezen Delft en Zoetermeer dat Vestia de lokale woningmarkt verstoort. Als er grote aantallen huurwoningen te koop worden gezet, zouden „malafide vastgoedpartijen” kunnen opduiken. Het schrikbeeld is verloedering. Met de brief willen de gemeenten voorkomen dat de leefbaarheid van wijken „te grabbel” wordt gegooid.

In Rotterdam en Den Haag is al langer crisisoverleg over Vestia. Hier dreigen veel bouwprojecten te stranden. „Het is voor iedereen vervelend”, reageert de woordvoerder van Vestia. „Voor huurders, wethouders, bouwers. Het is niet anders.”

FNV Bouw haalde eerder deze week uit naar de banken. Sinds Vestia bijna al haar vastgoed bij het Waarborgfonds Sociale Woningbouw stalde – buiten bereik van schuldeisers – zijn banken voorzichtiger met lenen aan corporaties. Als corporaties niet meer kunnen lenen, kunnen ze ook niet investeren in nieuwbouw. „De bouwsector ligt op zijn gat en dit maakt het probleem alleen maar nijpender”, zei FNV Bouw-voorzitter John Kerstens.

Ook andere corporaties komen in problemen omdat ze geen krediet krijgen. Woningcorporatie Portaal in Baarn staat voor 550 miljoen euro in het rood op zijn derivatenportefeuille. Als de rente verder daalt en banken meer onderpand eisen, kan Portaal klem komen te zitten. De financiële buffer op peil houden is lastig, omdat veel banken niet thuis geven.

Portaal voert nu „verkennende gesprekken” om vastgoed in onderpand te geven aan banken die extra onderpand eisen. Het gaat om het vrije, commerciële vastgoed, niet om sociale huurwoningen. Bestuurder Bert Keijts: „In principe maakt het mij niet uit, we moeten stabiliteit krijgen. Het gaat niet om emotie, maar om een rationele afweging.”

    • Eppo König