Veel te klef, maar niet illegaal

De Britse premier Cameron getuigde gisteren voor rechter Leveson over de relatie tussen pers en politiek. Hij zei geen deals te hebben gesloten in ruil voor steun, al was de relatie „te hecht”.

DAVID CAMERON; Rebekah Wade , Book launch for Citizen by Charlie Brooks. Tramp. London. 1 April 2009 Dafydd Jones

„Ik duim voor je, niet alleen als persoonlijke vriend, maar omdat we dit ook zakelijk zeker samen gaan doen. Toespraak van je leven! Yes, he Cam!”

Als er iets de relatie tussen de Britse pers en politici aantoont, dan was het deze overdreven enthousiaste sms uit 2009. Rebekah Brooks, toen uitgever en oud-hoofdredacteur van tabloid The Sun, stuurde hem aan David Cameron, toen oppositieleider de dag voor een toespraak op zijn partijcongres. De laatste zin werd de volgende dag de kop van het hoofdcommentaar van The Sun, die daarmee niet langer de Labour-partij steunde, maar Camerons Conservatieven.

Maar hoewel misschien misselijkmakend klef, toont de sms geen vergrijp aan. Zoals David Cameron gisteren voor rechter Brian Leveson meerdere malen zei: „Ik zocht actief contact met journalisten en kranteneigenaren om hen over te halen om mij als politicus te steunen.” Die relaties waren „te hecht” geworden, er waren bijvoorbeeld regelmatig etentjes met Brooks en diens echtgenoot, een oud-klasgenoot van de premier. Maar ook al was er misschien een zweem van belangenverstrengeling, onder ede zei Cameron: „Ik heb geen deals gesloten in ruil voor hun steun.”

De premier was het laatste politieke kopstuk die deze week voor Leveson getuigde over de relatie van de politiek met de pers. Ook oud-premiers George Brown en John Major, oppositieleider Ed Miliband, minister van Financiën George Osborne en vicepremier Nick Clegg zeiden nooit overeenkomsten met journalisten te hebben gesloten, niet in ruil voor electorale steun, noch uit angst dat anders hun politieke carrière kapot zou worden gemaakt. Allen vonden wel dat de macht van de media is doorgeschoten.

Na zeven maanden verhoren voor rechter Leveson is die laatste conclusie niet meer verrassend. Het gerechtelijke onderzoek werd immers opgezet in nasleep van het afluisterschandaal rond tabloid News of the World, toen bleek dat een deel van de Britse pers zich schuldig maakt aan illegale praktijken als afluisteren, hacken en het omkopen van politiefunctionarissen. En in Levesons rechtbank is vervolgens een beeld geschetst van een onaangename beroepsgroep: agressief, partijdig, bevooroordeeld en in staat om iemands (politieke) leven te vernietigen.

Dat geldt vooral voor de tabloids van News International, wiens eigenaar Rupert Murdoch twee maanden geleden voor Leveson zei dat zijn „politieke invloed een mythe” was en dat hij „nooit een premier om een gunst had gevraagd”.

Dat werd tegengesproken door John Major, de premier misschien wel die de ergste toorn van de media over zich heen kreeg en ook persoonlijk werd aangevallen door de Murdoch-tabloids. Op indrukwekkende wijze getuigde hij dinsdag hoe Murdoch hem tijdens een diner in 1997 onder druk zette om een referendum over de Europese Unie te houden: „Het werd me duidelijk dat Murdoch ons Europabeleid maar niets vond, en hij vond dat ik dat moest aanpassen. Als we dat niet deden dan zouden zijn kranten de Conservatieve regering niet steunen.” Dat gebeurde: „A bunch of Shits”, kopte The Sun over het kabinet. Eerder had de oud-hoofdredacteur van die krant, Kevin MacKenzie, al in geuren en kleuren aan Leveson verteld dat hij Major had gewaarschuwd dat „er een bak vol stront over hem heen zou worden gestort”.

Majors opvolger, Tony Blair, leerde ervan. De Labourleider vloog naar Australië om in het gevlij van Murdoch te komen – al ontkende ook hij vorige week voor Leveson dat hij deals met de mediamagnaat had gesloten in ruil voor steun – en Blairs premierschap werd gekenmerkt door zijn mediamanagement en ‘spin’.

Toch deed noch Blair, noch een van de andere politici iets om de macht van de media te beperken. „Uit angst”, zei oppositieleider Miliband woensdag. In de regering-Brown, waar hij deel vanuit maakte, vermoedde men dat tabloids politieagenten omkochten en er werd afgeluisterd. Maar er werd geen actie ondernomen, ook al is dat illegaal.

Zelfs toen The Sun medische gegevens over Browns zoon publiceerde, die aan taaislijmziekte lijdt, gebeurde er niets. Murdoch zei dat de premier hem telefonisch „de oorlog” had verklaard. De oud-premier ontkende dat maandag. Maar uit zijn bittere woorden was op te maken dat hij zijn verkiezingsverlies nog altijd aan de media wijt.

Cameron legde gisteren de vinger op de zere plek: politici hebben de pers hard nodig. „Om het premierschap te winnen, had ik de héle Conservatieve familie nodig: de Lagerhuisleden, de gemeenteraadsleden, de achterban en de pers. Dat laatste was het moeilijkst, en dus stak ik daar veel tijd in.” Als oppositieleider had hij 1.404 ontmoetingen met journalisten, 26 per maand.

En ook als premier zijn „de media belangrijk om uit te leggen waar je mee bezig bent.” Wel vindt Cameron dat politici zich te veel laten leiden door „de 24-uurs media” door te veel te reageren op „welke kwestie er maar naar ons hoofd wordt gesmeten”: „Enige distantie zou goed zijn.”

Die afstand had hij ook moeten bewaren in zijn persoonlijke contacten met journalisten en uitgevers, erkende de premier. Dat zal de kiezer zeker vinden: tweederde heeft al het idee dat de premier aan vriendjespolitiek doet. De informaliteit die uit het sms-verkeer met Brooks sprak, versterkt dat beeld. En ze ondergraven Camerons pogingen om over te komen als ‘gewone jongen’. In een van de sms’jes complimenteert Brooks Samantha Cameron, toevoegend dat ze dacht dat alleen Eton-jongens zo charmant konden zijn. Zowel Cameron als Brooks’ echtgenoot zaten op die kostschool.

Grote vraag is of Leveson iets kan veranderen aan de nauwe banden tussen politiek en pers. De rechter wil in zijn eindrapport in november tot een vorm van persregulering komen. Iedereen is het er over eens dat de media verantwoordelijk moeten worden gehouden voor hun verslaggeving. En dat afluisteren, hacken en omkopen – dat was al illegaal – niet meer mag voorkomen.

Maar aan de politieke partijdigheid van de Britse kranten kan Leveson weinig doen. In tegenstelling tot de BBC en andere televisie- en radiozenders hoeven krantenjournalisten geen balans aan te brengen in hun politieke verslaggeving, noch evenveel aandacht te geven aan alle partijen. Kranten(eigenaren) steunen een partij, en de partijleiders kunnen die steun winnen en verliezen. En juist dát leidde tot de excessen, en tot de kleffe relaties die gisteren werden blootgelegd.

    • Titia Ketelaar