Universiteit als broedplaats voor bedrijvigheid

Mark van Loosdrecht stond aan de wieg de ‘korrelslib- technologie’ voor zuivering van afvalwater. Zij bespaart ruimte, tijd en geld en is milieuvriendelijker. ‘De komende tien, vijftien jaar moeten installaties worden gebouwd voor 1 miljard mensen.’

Mark van Loosdrecht, hoogleraar biotechnologie aan de Technische Universiteit Delft, is de meest succesvolle Nederlandse wetenschapper op waterzuiveringsgebied. Begin juli ontvangt hij de prestigieuze Lee Kuan Yew waterprijs in Singapore, mondiaal de hoogst haalbare prijs in het vakgebied. Bovendien was hij genomineerd voor de Uitvindersprijs van het Europees Octrooibureau (EOB). Doorzettingsvermogen, goede samenwerking en een vleugje eigenzinnigheid vormen het recept van zijn succes.

Van Loosdrecht begon zijn loopbaan aan de TU in 1988 als assistent. Hij deed toen onderzoek naar waterzuivering met kleine deeltjes en aërobe (onder zuurstof gedijende) bacteriën. Hij hielp met de ontwikkeling van een reactor die industrieafvalwater efficiënter kon zuiveren.

Bekend was dat bacteriën onder bepaalde omstandigheden samenklonteren tot korrels. Wetenschappers waren het er echter niet over eens hoe dat proces tot stand kwam. De gangbare theorie was dat de organismen zich vrijwillig ‘organiseerden’.

Van Loosdrecht geloofde dit niet. Hij kreeg gelijk. Begin jaren negentig ontdekte hij welke condities nodig waren om de korrelvorming te bereiken. Een doorbraak. De basis voor de Nereda-technologie was gelegd.

Het idee, hoe origineel ook, was pas het begin. Er volgden tien jaar van intensief onderzoek. Dit was nodig voor een succesvolle implementatie: stedelijk afvalwater dient anders gezuiverd te worden, omdat er grote verschillen zijn in toevoer van vervuild water. ’s Nachts is dit bijvoorbeeld minder dan overdag.

Ook kostte het jaren om de markt te overtuigen van de potentiële mogelijkheden van de vinding en de financiering voor de uitwerking ervan rond te krijgen. „Je moet een apparaat maken dat strookt met de manier waarop de waterschappen werken”, vertelt Van Loosdrecht. „Dat kost tijd. Je moet doorzettingsvermogen hebben.”

Niet alleen op wetenschappelijk vlak roeide Van Loosdrecht tegen de stroom in. Ook in de benadering van het toepasbaar maken van zijn onderzoek wijkt hij af van gebaande academische paden. „Technisch onderzoek moet in de praktijk toepasbaar zijn. Vaker dan nu gebeurt,”

Al in een vroeg stadium in zijn onderzoek zocht Van Loosdrecht samenwerking met een ingenieursbureau, DHV, en potentiële afnemers van zijn technologie: de waterschappen. „Redelijk uniek”, zegt hij. „Vaak blijft een technologie te lang op de universiteit voordat er klanten worden gezocht. Het is effectiever om onderzoek en commerciële implementatie simultaan te doen.”

In zo’n combinatie kan het ingenieursbureau de commerciële kant beheren en kunnen de beoogde gebruikers hun bevindingen naar de onderzoekers terugkoppelen. „Als je bijvoorbeeld een auto maakt zonder er ooit normale mensen in te laten rijden, dan wordt zo’n auto ook niet goed. In de wetenschap zijn er vaak onderzoeken die hartstikke leuk zijn om te doen, maar waar je al snel ziet dat het nooit toegepast zal worden. Dan heb ik niet het idee dat ik daaraan zou moeten werken.”

Zijn afwijkende werkwijze had ook nadelen. „Er zijn tijden geweest dat we door het oog van de naald kropen”, vertelt Van Loosdrecht. „Bijvoorbeeld omdat financiers zich terug wilden trekken, omdat er weinig resultaat was. Dan ontstaat er een sfeer van ‘gaat dit het wel worden?’ Dat moet je wel tien jaar lang volhouden.”

Nederland heeft volgens Van Loosdrecht een goede structuur om samenwerking succesvol te maken. „80 procent van de innovaties op waterzuiveringsgebied komt hiervandaan.” Met grote ingenieursbureaus en afnemers die zich volledig met water bezighouden, de waterschappen, heeft Nederland „meedenkende klanten”.

„In het buitenland gaan meestal gemeenten en provincies over waterzuivering, maar die zijn niet zo op innovatie gericht. Klanten in bijvoorbeeld Engeland en Frankrijk willen vaak gewoon kopen, en klaar. In Duitsland niet, maar daar zijn de universiteiten te commercieel. Soortgelijke projecten zijn daar mislukt, omdat universiteiten zelf de opschaling wilden doen zonder consultants, terwijl universiteiten daar de expertise niet voor hebben.”

Universiteiten moeten in de ogen van Van Loosdrecht slechts de mogelijkheid van technologie onderzoeken, en niet op de stoel van de ontwikkelaar gaan zitten. „De taak van een technische universiteit is om een kiem te leggen voor nieuwe ontwikkelingen. Zij moet niet zelf die kiem volwassen laten worden. Dat moet het bedrijfsleven doen. Of je moet als onderzoeker je eigen bedrijf starten.”

De implementatie van Nereda verloopt door die uitbesteding succesvol. In Epe staat een pilotinstallatie, meer installaties zullen volgen. Zonder de andere partijen was de installatie in Epe, een investering van 15 miljoen euro, er niet gekomen, denkt Van Loos-drecht. Het is een bezienswaardigheid en trekt wereldwijd belangstelling.

De vooruitzichten zijn volgens hem goed: binnen vijf jaar worden de inkomsten van Nereda geschat op 100 miljoen euro. „Niet irreëel”, denkt hij. „De komende tien, vijftien jaar moeten nieuwe installaties worden gebouwd voor 1 miljard mensen. Nereda is 25 procent goedkoper dan de bestaande installaties en heeft een beter rendement. Maar ik ben natuurlijk geen econoom.”

Van Loosdrecht wordt nu beloond voor zijn eigenzinnige visie. Hij is blij met de nominatie voor de EOB-uitvindersprijs: „Voor iedereen is een schouderklopje af en toe prettig. De erkenning is van belang voor het vakgebied. Het mooie aan de uitvindersprijs is bovendien dat je werk vergeleken wordt met andere vakgebieden. De prijs rangschikt de waterzuivering in het hele technisch onderzoeksveld.”

Als zijn ‘korrelslibtechnologie’ doorzet, vervangt zij een waterzuiveringstechnologie die al honderd jaar wordt toegepast. Van Loosdrecht: „Het spotlicht staat nu op mij, maar moet eigenlijk op het hele team staan. Zonder andere partijen was er alleen een mooi patent geweest, geen toepassing en ook geen nominatie.”

Simon Bruyning

    • Simon Bruyning