Tijgers en lobbyisten

Nu partijleden zich kunnen laten gelden blijven de zaaltjes leeg, ziet Sywert van Lienden.

Deze week vond een haast symbolisch ritueel plaats, van Voorburg tot Utrecht en van Amsterdam tot Horst. Een ritueel dat zich grotendeels aan het zicht van de media onttrekt. Na een flitsende presentatie van verkiezingsprogramma’s mogen leden van politieke partijen zeven dagen als mecaniciens sleutelen onder de motorkap van het in twee weken opgestelde plan. Het resulteerde bij het CDA in 1.200 voorgestelde wijzigingen.

Tijdens deze zeer slecht bezochte avonden komen leden van politieke partijen in vrij muffe zaaltjes bijeen. Gemiddeld is niet meer dan zo’n 5 procent van de leden aanwezig. Die 5 procent bestaat grotendeels uit uniforme partijtijgers die een functie of baantje binnen de partij hebben. Mannelijke congresafgevaardigden, raadsleden, en lokale bestuurders zijn in de meerderheid. Zij bepalen of een voorstel ingediend zal worden op landelijk niveau. Erg democratisch gaat dit niet in zijn werk; nauwelijks vinden stemmingen plaats of worden de regels gevolgd. De partijtijgers bepalen of voorstellen worden doorgestuurd naar het congres.

Vaste gast zijn ook de amateurlobbyisten. Bij de PvdA om de pensioenplannen van de vergrijsde vakbond FNV Bondgenoten in te dienen. Of ex-militairen die namens een werkgroep de Walrusklasse onderzeeboten wil uitsluiten van bezuinigingen. Of een geschiedenisleraar die al die aandacht voor rekenen en taal goed vindt, als deze maar niet ten koste gaat van de Slag bij Waterloo. En soms zit daar een heel gewoon lid. Iemand die geïnteresseerd is in ideeën, niet in baantjes, niet in het splinterbelang van een splinterbeweging. Een partijlid dat zijn steentje bij wil dragen, maar politiek niet ziet als levensvervulling. Waar de partijtijger floreert is deze soort zeldzaam, heb ik gemerkt tijdens de tocht langs de zaaltjes die ik deze twee weken voor de G500 maakte.

Dat maakt het geheel broos, kwetsbaar en fragiel. Verkiezingsprogramma’s worden zo een dankbare prooi voor partijtijgers, hobbyisten en lobbyisten. Voor spelfouten, preken voor eigen parochie, gebrekkige coherentie, bullshittaal, deelbelangen en verwaarlozing.

Dat zorgt ervoor dat de impact van een verkiezingsprogramma afneemt. Buiten stormt het en kan de politieke realiteit snel veranderen. Binnen de partij bindt het programma niet. Bij het CDA erft politiek leider Sybrand van Haersma Buma bijvoorbeeld een programma dat het zijne niet is. En een zevenpuntenplan dat Diederik Samsom een maand geleden presenteerde is de basis voor het PvdA-verkiezingsprogramma. De ruimte voor wijzigingen is klein. Misschien is het daarom dat aan het zakjapannerwerk van Plasterk niets veranderd mag worden door leden van de partij.

Als het Centraal Planbureau echter met nieuwe cijfers komt, worden de plannen zo weer gewijzigd. Door enkelen en niet door velen. Zelfs Kamerleden bekenden in 2010 niet altijd het verkiezingsprogramma te lezen. En tijdens het kwartetten in de formatie breekt iedereen de afgelopen jaren met z’n beloftes en geweten.

Nederland heeft geen open democratie, merken we als G500. Procedures, gebrek aan organisatie en matige interesse voor ideeën van buiten maken dat de zaaltjesdemocratie in een partij amper bestaat. Wat een megabrainstorm van 50.000 mensen kan zijn, wordt zo een heksenkring van een paar honderd.

Onze politiek is geen open systeem, slechts een handjevol mensen bedenkt en bepaalt op welke ideeën we mogen stemmen op 12 september. De media en leden lopen uit als het erom gaat op wie we mogen stemmen 12 september. De zaaltjes blijven echter leeg als wordt besproken op wat we mogen stemmen.

Sywert van Lienden (21) is mede-initiatiefnemer van G500, een politieke beweging die jongeren meer politieke invloed wil geven. Hij was van 2006 tot 2008 voorzitter van het Landelijk Aktie Komitee Scholieren.