Sharia kan binnen de rechtsstaat een eigen rol spelen

Deze week beleefden we dankzij Nieuwsuur weer een korte aanval van sharia-angst. Maandag adviseerde de Britse sjeik Haitham al Haddad, sharia expert in Londen, de tv-kijkers dat een shariaraad ook bij ons heilzaam werk kan verrichten. Het ideetje werd daags erna door de Volkskrant stevig afgewezen onder het motto dat „Nederland geen behoefte heeft” aan

Deze week beleefden we dankzij Nieuwsuur weer een korte aanval van sharia-angst. Maandag adviseerde de Britse sjeik Haitham al Haddad, sharia expert in Londen, de tv-kijkers dat een shariaraad ook bij ons heilzaam werk kan verrichten. Het ideetje werd daags erna door de Volkskrant stevig afgewezen onder het motto dat „Nederland geen behoefte heeft” aan een „structuur die tot een parallel rechtssysteem kan uitgroeien”. Daarmee waren de geijkte stellingen weer betrokken. Sharia staat voor stenigen en handen afhakken. Shariasjeiks zijn eng en aan vreemde regels doen we hier niet. De website GeenStijl wist er weg mee.

Een shariaraad voor Nederland kan veel moslima’s uit hun huwelijk bevrijden

Waar is de scheiding tussen kerk en staat als je ’m nodig hebt? En waarom is er zo weinig vertrouwen in de normatieve kracht van de eigen rechtsstaat? Parallelle rechtssystemen kunnen heel goed bestaan, zolang ze binnen de grenzen van het heersende recht blijven. Sterker nog, ze bestaan ook. En de grenzen worden ook goed bewaakt. Nederland kent al rabbinale rechtbanken voor joden en canonieke rechtbanken voor katholieken. Deelname is net zo vrijwillig als het geloof dat erbij hoort. Iedere gelovige burger is vrij zich strikt aan de regels uit eigen kring te houden en zich te laten adviseren door mannen in gewaden die dikke boeken raadplegen. Over de heiligheid van het huwelijk bijvoorbeeld, de gewenste roklengte of gelaatbedekking. Volgens canoniek recht kan een huwelijk niet ontbonden worden, alleen nietig verklaard. En alleen de joodse man mag de rabbinale rechtbank opdragen een ‘get’, een echtscheidingsbrief laten schrijven. De vrouw dus niet. Die moet haar man tot die stap zien te bewegen. En als de man weigert heeft zij dus een probleem, hetzelfde als de moslima.

Anderen staat het vrij van al die religies het hunne te denken. Katholieken ‘bah’, islamieten eng en drie hoeraatjes voor, vult u maar in, gereformeerden of afgedreven doopsgezinden – schrijver dezes. Ook moslims mogen hun sharia-adviseurs hebben, vind ik. Op de website van de Islamic Sharia Council in Londen staan de laatste (amusante) adviezen aan de gelovigen. Wat te doen als „mijn man alcohol wil verkopen”. Hoeveel dagen moet ik vasten als ik op reis ben en „is het zondig om de islam te verlaten en met een christen te trouwen”. Dat laatste is zeker het geval, maar als je de islam eenmaal uit bent zijn de regels niet meer van toepassing, dus: „why should you be bothered”?

Intussen bestaat er wel een reëel probleem: de ‘huwelijksgevangenschap’ van vrouwen omdat mannen de religieuze scheiding weigeren. Dat probleem is onlangs aangekaart door de splinternieuwe organisatie Femmes for Freedom, die zich op moslima’s richt. Deze organisatie vindt dat de staat, in het bijzonder de strafrechter hier een taak moet krijgen. Mannen die een religieus huwelijk niet willen ontbinden moeten een strenge straf krijgen. Dan bedenken ze zich wel twee keer, zo is het idee. Deze club wijst een rol voor een Nederlandse shariaraad af, omdat die niet strookt met de vrouwenemancipatie. De positie van de vrouw is binnen de islam immers vrij treurig – alleen mannen mogen om een scheiding vragen, recht op alimentatie bestaat niet, erven is een probleem. Een islamhuwelijk verdraagt zich sowieso niet met Nederlandse regels. Een shariaraad die islamregels toepast en uitlegt is dan ook niet gewenst. Feitelijk wordt dus om een beperking van de godsdienstvrijheid gevraagd. Omdat de positie van de vrouw in het Nederlandse recht wèl voldoet aan emancipatienormen moet dat recht geldend zijn. Eigen recht eerst, met de strafrechter als stok achter de deur.

Vrouwen die zich vrijwillig in discriminerende relaties begeven, moeten ook door de rechter worden beschermd. Akkoord. Maar dat gebeurt dan ook, door de civiele rechter. Huwelijksdwang is geen moslimmonopolie. De rechter oordeelde sinds de jaren ’80 herhaaldelijk dat de weigering van sommige joodse mannen hun vrouw uit het religieus gesloten huwelijk los te laten onrechtmatig is. In een recent vonnis tegen een weigerende moslimman legde de civiele rechter zelfs een dwangsom van 50.000 euro op.

Een ‘parallel rechtssysteem’ op religieuze gronden wordt door de rechter dus grondig aan banden gelegd. De moslim die hier een religieuze scheiding weigerde, gedroeg zich volgens de rechter in 2011 „in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijke verkeer van hem kan worden gevergd”. Hij werd gevangen met de catch all van het Nederlandse recht – de onrechtmatigheid. Het strafrecht inschakelen omdat sommige religieuze mannen een discriminerende mening volgen over het huwelijk – dat lijkt mij een oplossing op zoek naar een probleem.