Overlevende uit de ‘killer years’

De Belgische coureur Jacky Ickx won Formule 1-races en schreef Parijs-Dakar op zijn naam. Aan de vooravond van de 24 Uur van Le Mans, die hij zes keer won, werd de racelegende geëerd met een bijzonder fotoboek.

Ickx nu. Foto Stephan Vanfleteren

Jacky Ickx was een bijna vergeten held uit de autosport. Een jaar of tien geleden haalde hij nog eens de voorpagina’s in België nadat twee carjackers hadden geprobeerd hem in een voorstad van Brussel van zijn Mercedes te beroven. De mannen met bivakmutsen op hielden een pistool onder zijn neus, en wat deed de man die op circuits en in de woestijn de dood al zo vaak in de ogen had gekeken? Hij gooide zijn sleutels in de struiken en daagde het tweetal uit. Ze spoten traangas in zijn gezicht en gingen er vandoor. Zonder Mercedes. Riskante koelbloedigheid, wat hem ook als coureur typeerde.

De 67-jarige Ickx laat zich nog wel eens bij een Formule 1-race zien, maar op de voorgrond treedt hij niet meer. Hij is een Bekende Belg die een teruggetrokken leven leidt, in zijn geboortestad Brussel.

In zijn huis herinnert bijna niets meer aan zijn rijke carrière; veel trofeeën heeft hij de deur uit gedaan. Afrika is zijn grote passie, sinds hij als rallyrijder kennismaakte met dat continent. Huize Ickx staat en hangt vol met Afrikaanse herinneringen. Zijn vrouw is een Afrikaanse, de Burundese zangeres Khadja Nin. Van zijn vijf kinderen uit eerdere relaties trad dochter Vanina in zijn voetsporen als coureur. Met haar vormde Ickx in 2000 een team in Parijs-Dakar, de woestijnrally die hij in 1983 won.

Vorige week was Ickx weer het middelpunt van de belangstelling, in Brussel, met dank aan zijn oude vriend en jaargenoot, wielerlegende Eddy Merckx. Een paar jaar geleden werd een reusachtig boek over Merckx gemaakt, een kleinere broer van GOAT (Greatest Of All Time), het onhandelbaar grote, loodzware en peperdure eerbetoon van de Duitse uitgeverij Taschen aan bokslegende Muhammad Ali. Dat leek Ickx ook wel wat.

Nu is er een soortgelijk boek over de autocoureur, met de eenvoudige titelJacky Ickx. Gebonden in autobandenrubber en voorzien van een genummerd chassisplaatje, verpakt in een doos met tien flesjes met vermalen ‘souvenirs’ uit de carrière van Ickx. Zoals stukjes van de carrosserie van een Porsche waarmee Ickx heeft gereden, flintertjes schors van een boom op de plek waar hij crashte in zijn eerste race (klimkoers in La Roche, 1963) en stukjes van een race-overall die hij droeg tijdens Parijs-Dakar.

Nadat onlangs bij een historische race in Monte Carlo in het bijzijn van prins Albert een eerste presentatie van het boek was geweest, volgde vorige week een soortgelijke plechtigheid in Brussel. In het stadhuis aan de Grote Markt werd Ickx toegesproken door Herman Van Rompuy. De voorzitter van de Europese Raad was even ontsnapt aan Europa om een „gentleman” te eren, „een man met een groot hart”. Met die laatste opmerking verwees Van Rompuy ook naar de inspanningen van Ickx voor kinderen in Afrika. Zo gaat de opbrengst van zijn boek naar projecten van SOS Kinderdorpen. Op de eerste rij in het Brusselse stadhuis zat Merckx, naast zijn echtgenote Claudine en de vrouw van Ickx. Vroeger trainden de renner en de coureur vaak samen, op de racefiets, schrijft Merckx in het voorwoord van het boek.

De Franstalige Ickx waagde zich in zijn toespraak even de taalgrens over, nadat hij had verteld hoe trots hij steeds was als hij na een zege het Belgische volkslied hoorde. Weemoedig sprak hij over een zangconcours waar hij als tienjarige jongen Het Lied der Vlamingen had gezongen. Om vervolgens met de Nederlandse tongval van Jacques Brel, ook een Brusselaar, de belangrijkste strofen uit dat lied voor te dragen: ‘Waar Maas en Schelde vloeien, daar, daar is ons vaderland.’

Ickx stond vroeger op het balkon van het Brusselse stadhuis, na belangrijke overwinningen. Hij won zoveel races en in zoveel verschillende disciplines van de autosport, na een korte carrière in de motorsport, dat hij vaak de meest complete coureur wordt genoemd. Volgens de bescheiden Ickx is er één man nog veelzijdiger: Mario Andretti. De Amerikaan werd wereldkampioen in de Formule 1, in 1978 (waar Ickx tweemaal tweede werd in de strijd om de wereldtitel) en won onder meer de 500 Mijl van Indianapolis, de Amerikaanse hoogtijdag op de racekalender. Maar Ickx schreef ook Parijs-Dakar op zijn naam (met als navigator de Franse acteur Claude Brasseur, in een Mercedes), een avontuur waaraan Andretti zich nooit waagde. Die deed tot op zestigjarige leeftijd vergeefse pogingen de 24 Uur van Le Mans op zijn erelijst te krijgen. Ickx won die legendarische uithoudingsrace zes keer, met wisselende teamgenoten, en verdiende de bijnaam Monsieur Le Mans. Zijn prestatie is alleen overtroffen door de Deen Tom Kristensen, die Le Mans acht keer won.

Morgen staat de 24 Uur van Le Mans weer op het programma, op het circuit in de Sarthe waar Ickx geblinddoekt van start naar finish zou kunnen rijden.

Vierentwintig uur voor zijn eerste overwinning, in 1969, speelde Ickx weer de rol van Mister Cool. In die tijd moesten de coureurs na het startsein lopend de baan oversteken, om vervolgens zo snel mogelijk hun auto te starten en weg te rijden. Waar alle anderen naar hun bolides spurtten, slenterde Ickx op z’n gemak naar zijn Ford GT40, uit protest tegen de in zijn ogen onveilige startprocedure. De man die als laatste was vertrokken, ging een etmaal later als eerste over de finish.

Veel van zijn collega’s verongelukten, Ickx ontsnapte verschillende keren aan de dood. Zoals in april 1970 tijdens de Grote Prijs van Spanje, op het circuit van Jarama, bij Madrid. Op YouTube tover je de crash binnen een paar seconden tevoorschijn. De Ferrari van Ickx wordt in de flank geraakt door de BRM van Jackie Oliver, met wie hij een jaar eerder nog de 24 Uur van Le Mans had gewonnen. Beide wagens verdwijnen in een vuurzee, Oliver kan zich snel uit zijn wagen bevrijden, maar Ickx zit vast en geeft het bijna op, de verstikking nabij. Dan slaagt hij er toch nog in zijn gordel los te maken en uit zijn brandende Ferrari te springen. Ondanks ernstige brandwonden staat Ickx drie weken later aan de start van de volgende race, in Monaco. Later dat jaar sneuvelen Piers Courage (Zandvoort) en Jochen Rindt (Monza). In de strijd om de wereldtitel wordt Ickx tweede, achter de postume wereldkampioen Rindt.

De enige snelheid die hem sinds zijn pensionering als coureur nog intrigeert, „is de snelheid waarmee het leven voorbijvliegt”, zei hij in een vraaggesprek met het weekblad Humo.

Ickx is ervan overtuigd dat hij een „bewaarengel” had, al die jaren dat hij racete. Zijn vader, de motorsportjournalist Jacques Ickx, had Jacky al op jonge leeftijd bijgebracht dat „je leven op het spel zetten iets is waar men vrij voor kiest”, zo schreef vader in 1958 in het blad L’Année Automobile. „Het is zelfs nog veel meer dan een vrije keuze: het is een recht. De jeugd heeft het recht om risico’s te nemen.”

De helm die Ickx tijdens zijn bijna fatale crash in 1970 droeg, is daarvan een stille getuige. Bij de presentatie in Brussel had die helm een prominente plek; in een glazen vitrine op een tafeltje, recht voor het spreekgestoelte. Een relikwie uit een periode in de racerij waar de BBC vorig jaar een documentaire over maakte, de The Killer Years. Beschadigd, met een vizier met zwarte korsten. Het is één van de weinige attributen die Jacky Ickx nog koestert, als symbool van het geluk dat hem bij hoge snelheden vergezelde.

www.uitgeverijkannibaal.be

    • Ward op den Brouw