Moody’s verlaagt kredietstatus Nederlandse banken

Het hoofdkantoor van de Rabobank in Utrecht. Foto NRC / Arjan de Jongh

Kredietbeoordelaar Moody’s heeft vijf Nederlandse banken in status verlaagd. Rabobank, ING, ABN Amro en LeasePlan vielen elk twee tredes naar beneden, SNS Bank één. Rabobank heeft nu het Aa2-niveau - nog steeds een van de hoogst gewaardeerde banken ter wereld.

In november vorig jaar verloor Rabobank bij Standard & Poor’s, de andere grote kredietbeoordelaar, de zo gekoesterde AAA-status. Fitch, de kleinste van de drie, volgde in december. Nu neemt dus ook Moody’s de stap.

Een afwaardering: wat betekent het?

Rabobank pronkte jarenlang met het feit dat het als enige Nederlandse bank de triple-A-status had. Wereldwijd was het de enige niet-beursgenoteerde bank met het hoogst mogelijke kredietwaardigheidsstempel. Met de beslissing van Moody’s hebben nu de drie belangrijkste kredietbeoordelaars de AAA-status teruggeschroefd.

Dat lagere rapportcijfer betekent dat beleggers meer risico lopen met het investeren in of het uitlenen aan de betreffende bank. Het vertelt ze, met andere woorden, hoe groot de kans is dat het bedrijf failliet gaat. De bank kan naarmate de kredietwaardigheid hoger ingeschat wordt goedkoper, geld lenen - ze worden immers gezien als een veilige investering.

Maar met de verlaging voor Rabobank verandert dat niet zomaar: ook nu nog, met Aa2, is het oordeel dat de bank stabiel is en een sterke kredietwaardigheid heeft. Omdat het meerdere banken tegelijkertijd betreft, is het niet zo dat één bank direct gevolgen ondervindt en minder geld aangeboden krijgt. De hele markt zit immers in hetzelfde schuitje.

Waarom een verlaging?

Moody’s zegt dat de moeilijke economische omstandigheden in Europa, met de eurocrisis en het dreigende instorten van meerdere eurolanden, de reden is van de afwaarderingen. Toen S&P’s de status eind vorig jaar verlaagde, was dat ook omdat de ‘economische omgeving’ waarin een bank opereert in grotere mate ging meetellen voor het oordeel. Met andere woorden: de banken zijn vooral slachtoffer van externe factoren.

De kredietbeoordelaars kregen in de kredietcrisis de kritiek dat ze de risico’s niet goed weergaven, omdat ze te weinig rekening zouden houden met de zwakke punten van de markt waarin ze opereren. Zo werden Amerikaanse beleggingsproducten in Amerikaanse hypotheken beoordeeld met de hoogste kredietstatus, maar desondanks bleken ze waardeloos toen de huizenmarkt in 2008 in elkaar stortte. Sindsdien worden omgevingsfactoren in meerdere mate meegenomen in de beoordelingsmethode.

Moody’s gaf in februari al aan dat de afwaardering van 114 Europese banken onderzocht werd. Naast de zes Nederlandse banken werden ook enkele Franse en Belgische banken in status verlaagd.

Lees hier de officiële verklaring van Moody’s.