Met wie kan ik anders huilen?

Twee geliefden schreven elkaar zo’n duizend brieven. Hij zat in een strafkamp bij de Poolcirkel, zij werkte in Moskou. Orlando Figes, schrijver van de bestseller The Whisperers, over het leven van Sovjet-burgers onder Stalins terreurregime, wijdde een afzonderlijk boek aan deze unieke correspondentie en het vervolg daarop.

Svetlana en Lev in 1936, met een van de vele brieven die ze schreven Uit besproken boek

Orlando Figes: Just send me a Word. A true story of love and survival in the Gulag. Allen Lane, 330 blz. € 27,-

Net nadat de Britse historicus Orlando Figes zijn boek The Whisperers (2007) had gepubliceerd, wezen de medewerkers van de Russische mensenrechtenorganisatie Memorial in Moskou hem op een nieuwe aanwinst. Ze hadden drie kisten met een unieke collectie liefdesbrieven van een Goelag-gevangene binnengekregen. Laat The Whisperers nu net gaan over de impact van het stalinisme op het privéleven van gewone Sovjet-burgers! Had Figes deze correspondentie eerder onder ogen gehad, dan had hij het verhaal ongetwijfeld opgenomen in zijn boek. Maar na lezing van de enorme brievencollectie besloot hij er een apart boek van te maken.

Just send me a Word is het verhaal van het studentenstel Lev en Svetlana Misjtsjenko, die dertien jaar van elkaar gescheiden werden maar elkaar trouw bleven. Student natuurkunde Lev werd in 1941 naar het front gestuurd, en belandde snel in Duitse krijgsgevangenschap. De Duitsers probeerden hem vergeefs als spion te werven en zetten hem vervolgens in als vertaler. Na de bevrijding werd hij daarvoor door de militaire inlichtingendienst als landverrader ter dood veroordeeld, een straf die zoals gewoonlijk direct werd omgezet in tien jaar dwangarbeid. Van 1946 tot 1954 zat hij in een strafkamp in Petsjora aan de Poolcirkel.

Misjtsjenko had het geluk te werk te worden gesteld in de warme stoomkamer waar het hout van de moordende houtkap werd gedroogd. Dat redde zijn leven. En dat gaf hem de energie en de connecties om brieven te schrijven. Tussen 1946 en 1954 schreven Lev en Sveta elkaar ongeveer duizend brieven, die allemaal bewaard zijn gebleven.

Zo’n intensieve correspondentie is uniek, begreep Figes meteen. Niet alleen was brieven schrijven vanuit de kampen doorgaans maar zeer beperkt toegestaan en aan strenge censuur onderworpen, er zullen maar weinig Goelag-gevangenen zijn geweest die die barrières met zulke hardnekkigheid wisten te omzeilen. De brieven geven een gedetailleerd inzicht in het dagelijks leven in de Goelag en bij het thuisfront. Als postbode functioneerden vrijgelaten gevangenen die vaak in de regio bleven werken omdat ze geen mogelijkheid hadden naar huis terug te keren.

Op 8 augustus 1946 kreeg Lev de eerste brief van Sveta. Hij schreef meteen terug: ‘Sveta, Svet (svet betekent in het Russisch ‘licht’ of ‘wereld’), kun je je voorstellen wat ik nu voel? Ik kan het geen naam geven, laat staan dat ik het geluk kan meten dat ik voel.’ Hij eindigt met ‘Stuur me niks, alleen brieven – brieven – brieven.’ En dat deed ze.

Sveta had intussen werk gevonden op een Moskous laboratorium waar onderzoek werd gedaan naar synthetisch rubber. Niemand daar mocht weten van haar connecties met een landverrader. Sveta zette alles op alles om Lev te bezoeken. Dat moest stiekem gebeuren. In het hongerige naoorlogse Moskou was het moeilijk geld los te krijgen voor zakenreizen.

In het najaar van 1947 lukte het haar een paar dagen aan zo’n zakentrip vast te knopen om snel op en neer te sporen naar het hoge Noorden. Het korte illegale bezoek van twee nachten werd mogelijk dankzij de hulp van ex-gevangenen die na hun vrijlating in het kamp waren blijven werken omdat ze nergens heen konden. Diezelfde vrije jongens fungeerden ook als postbodes voor hun brieven. De kampbewakers waren vaak dronken en makkelijk om te kopen. Maar arrestatie lag altijd op de loer.

Vanaf toen stond elk jaar in het teken van een nieuw bezoek. Sommige waren illegaal, andere met officiële goedkeuring, al naar gelang de kampregels strenger of soepeler werden. Maar elke trip was een enerverende tocht. Sveta werd er depressief van. ‘Levi, mijn liefste, als ik soms nare brieven schrijf, ik weet dat ik het recht niet heb, maar met wie kan ik anders huilen dan met jou?’ Haar leven verstreek en de jarenlange scheiding was nauwelijks vol te houden.

Op 17 juli 1954 werd Lev vrijgelaten. Maar aan hun problemen kwam daarmee geen einde. Lev mocht als ex-gevangene niet in Moskou wonen, en kon er dus ook geen werk zoeken. Sveta had al haar energie nodig voor haar zieke ouders. In september 1955 werd een amnestie afgekondigd voor Sovjet-soldaten die ‘gecollaboreerd’ hadden met de Duitsers. Nu pas mocht Lev legaal in Moskou wonen. Diezelfde maand trouwden Lev en Sveta. Ze waren 38 jaar oud en kregen twee kinderen.

Uitzonderlijk is niet zozeer dit verhaal als wel de omvang van de brievencollectie. Daarom is het jammer dat Figes het leven van Lev en Sveta Misjtsjenko niet in The Whisperers heeft kunnen opnemen. In een apart boek worden de brieven, hoe ontroerend ook, wel erg lang uitgesponnen.

    • Laura Starink