Kritiek van VS op straffen in Bahrein

Een nieuw proces tegen een groep Bahreinse artsen en verplegers op beschuldiging van hulp aan betogers tegen het regime, heeft tot lichtere straffen geleid. Maar Bahreins Amerikaanse bondgenoot toonde zich „diep teleurgesteld” dat de oorspronkelijke gevangenisstraffen niet helemaal zijn geschrapt. Internationale mensenrechtengroepen leverden eveneens scherpe kritiek.

De beschuldigingen tegen de twintig artsen en verplegers dateren van de eerste fase van de shi’itische demonstraties voor democratische hervorming van het sunnitische bewind, vorig jaar februari en maart. Er werd hard opgetreden tegen de betogers; er vielen doden en gewonden.

Volgens de autoriteiten kozen sommige artsen en verplegers in het Salmaniya Medisch Complex, een staatsziekenhuis dat aan de frontlijn van het protest stond, onomwonden de kant van de betogers en probeerden ze mee te werken aan de val van de monarchie. De verdachten ontkennen dat. Ze zeggen niets meer te hebben gedaan dan gewonde betogers behandelen. Zij beschuldigen juist de oproerpolitie en de veiligheidsdiensten ervan ziekenhuisafdelingen te hebben veranderd in geïmproviseerde gevangenissen. Ook zeggen ze in gevangenschap te zijn gefolterd.

Acht maanden geleden werden de verdachten, allemaal shi’ieten van wie twee artsen voortvluchtig zijn, door een speciale veiligheidsrechtbank veroordeeld tot gevangenisstraffen tussen vijf en vijftien jaar op beschuldiging van het aanzetten tot omverwerping van de monarchie en wapenbezit. Onder zware internationale druk werd besloot de regering het proces door een civiele rechtbank te laten overdoen. Die veroordeelde negen van de verdachten gisteren tot straffen van een maand tot vijf jaar. Negen werden vrijgesproken en de twee voortvluchtige artsen kregen net als in het eerdere proces 15 jaar gevangenis.

De Verenigde Staten, die een belangrijke marinebasis in Bahrein hebben, lieten weten dat de veroordelingen ten minste ten dele gebaseerd lijken op de kritiek van de verdachten op het handelen en de politiek van de regering. Onderminister van Buitenlandse Zaken voor democratie en mensenrechten Michael Posner zei op bezoek in Manama dat het bewind „alternatieve middelen” had moeten gebruiken in deze zaak. Intussen gaan de shi’itische protesten nog steeds door. (AP, Reuters)