Kleffe relaties kan de rechter niet veranderen

De Britse premier David Cameron was het laatste politieke kopstuk dat moest getuigen over de relatie tussen pers en politiek. De rechter zal in zijn conclusie de pers willen reguleren.

Correspondent Verenigd Koninkrijk

Londen. „Ik steun je, niet alleen als persoonlijke vriend, maar omdat we dit ook zakelijk zeker samen gaan doen. Toespraak van je leven! Yes, he Cam!”

Als er iets de relatie tussen de Britse pers en politici aantoont, dan was het deze overdreven enthousiaste sms uit 2009. Rebekah Brooks, toen oud-hoofdredacteur van tabloid The Sun, stuurde hem aan David Cameron, toen oppositieleider. De laatste zin werd de volgende dag de kop van het hoofdcommentaar van The Sun, die daarmee niet langer de Labour-partij steunde, maar Camerons Conservatieven.

Maar hoewel misschien misselijkmakend klef, toont de sms geen vergrijp aan. Zoals David Cameron gisteren voor rechter Brian Leveson meerdere malen zei: „Ik zocht actief contact met journalisten en kranteneigenaren om hen over te halen om mij als politicus te steunen.” Die relaties waren „te hecht” geworden, er waren bijvoorbeeld frequente etentjes met Brooks en haar echtgenoot. Maar, zei hij onder ede: „Ik heb geen deals gesloten in ruil voor hun steun.”

De premier was het laatste politieke kopstuk dat deze week voor Leveson getuigde over de relatie van de politiek met de pers. Ook oud-premiers George Brown en John Major, oppositieleider Ed Miliband, minister van Financiën George Osborne en vicepremier Nick Clegg zeiden nooit overeenkomsten met journalisten te hebben gesloten, niet in ruil voor electorale steun, noch uit angst dat anders hun politieke carrière kapot zou worden gemaakt. Allen vonden ze dat de macht van de media is doorgeschoten.

Na zeven maanden verhoren voor rechter Leveson is die laatste conclusie niet meer verrassend. Het gerechtelijke onderzoek werd immers opgezet in nasleep van het afluisterschandaal rond tabloid News of the World, toen bleek dat een deel van de Britse pers zich schuldig maakt aan illegale praktijken als afluisteren, hacken en het omkopen van politiefunctionarissen. En in Levesons rechtbank is vervolgens een beeld geschetst van een onaangename beroepsgroep: agressief, partijdig, bevooroordeeld en in staat om iemands (politieke) leven te vernietigen.

Daar werd niets tegen gedaan: politici hadden journalisten te hard nodig om hen regels op te leggen. Grote vraag is wat Leveson kan veranderen. De rechter zal in zijn eindrapport in november tot een vorm van persregulering willen komen. Iedereen is het erover eens dat de media verantwoordelijk moeten worden gehouden voor hun verslaggeving. En dat afluisteren, hacken en omkopen – dat was al illegaal – niet meer mag voorkomen.

Maar aan de politieke partijdigheid van de Britse kranten kan Leveson weinig doen. In tegenstelling tot de BBC en andere televisie- en radiozenders hoeven krantenjournalisten geen balans aan te brengen in hun politieke verslaggeving, noch evenveel aandacht te geven aan alle partijen. Kranten(eigenaren) steunen een partij, en de partijleiders kunnen die steun winnen en verliezen. En juist dát leidde tot de excessen, en de kleffe relaties tussen politici en journalisten.