Kamer: steden vrij in keuze aanbesteden ov

De Tweede Kamer wil de verplichte aanbesteding van het openbaar vervoer in de grote steden terugdraaien. Gisteren kreeg een initiatiefwet van PvdA, SP, D66 en GroenLinks steun van de PVV. De partijen vinden dat Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht zelf moeten kunnen beslissen over het openbaar vervoer.

Mogelijk verdwijnt de verplichte aanbesteding ook in de rest van het land. PvdA en GroenLinks reageerden niet afwijzend op een voorstel van de SP daartoe. D66 toonde zich wat minder enthousiast. Volgens Kamerlid Van der Ham is het lastiger om dergelijke afspraken te maken buiten de grote steden, omdat het stadsvervoer daar meer verknoopt is met het streekvervoer.

Volgens het demissionaire kabinet van VVD en CDA levert aanbesteding efficiënter en goedkoper openbaar vervoer op. Minister Schultz van Haegen (Infrastructuur en Milieu, VVD) boekte aanvankelijk een bezuiniging in van 120 miljoen euro in, maar schroefde dat na protest van de steden terug naar 97 miljoen euro. Volgens de huidige wet moet het busvervoer per 1 januari 2013 zijn aanbesteed.

Vorige maand werd bekend dat in Den Haag de komende zeven jaar bussen rijden van HTMbuzz, een combinatie van HTM en Qbuzz. Verantwoordelijk wethouder Smit (VVD) stelde zich aan de huidige wet te moeten houden en niet vooruit te kunnen lopen op mogelijke nieuwe regels. In maart werd het busvervoer in Rotterdam al gegund aan de RET. Amsterdam kreeg uitstel, omdat die stad de aanbesteding van het busvoer wil combineren met metro- en tram.

Volgens de huidige wet moeten de tram- en metrolijnen in de steden per 1 januari 2017 zijn aanbesteed. Dat lijkt nu dus van de baan. Er volgt nog een stemming over de initiatiefwet in de Kamer en ook senaat moet het voorstel nog behandelen. Volgens een woordvoerder van het ministerie is niet zeker dat de wet voor 1 januari 2013 een feit is. Op 12 september dit jaar zijn er verkiezingen. De vraag is of een nieuwe Kamer ook tegen verplicht aanbesteden zal zijn.