Joop Waasdorp

Soms denk ik nog wel eens aan Joop Waasdorp en de tijd dat hij regelmatig café Scheltema bezocht, toen het nog een journalistencafé was en de Nieuwezijds Voorburgwal de Fleetstreet van Amsterdam. Het was een leuke, dwarse man, wars van elke politieke correctheid, die dan ook, geheel tegen de tijdgeest in, op een dag besloot op de Boerenpartij te gaan stemmen. Hij had lang in Australië gewoond, waardoor hij zich van veel Engelse woorden bediende. Vooral het woord „fucking” viel regelmatig, alleen sprak hij het uit als „vakken”. „Zo, Peter, zit je weer in het vakken bierhuis?” Ik herinner me nog dat hij een keer binnenkwam en enthousiast meldde dat het eindelijk voorjaar werd. „Heb je het Weteringcircuit gezien? All them vakken snowklokkies?”

In kleine kring werd hij bewonderd om zijn proza, een echte writer’s writer en ook ik was een fan van zijn verhalen. In die tijd was ik bezig een soort novelle te schrijven, die handelde over twee heren op een kantoor, Dijk en Stuiter geheten. Het was een verhaal zonder plot, meer een aantal losse schetsen, zonder begin en zonder einde. Ik meende er verstandig aan te doen om Joop Waasdorp naar zijn mening te vragen, overhandigde hem een tiental pagina’s met het verzoek er eens naar te kijken of „het misschien wat was”.

Een paar dagen later, opnieuw in Scheltema gaf hij zijn vernietigende oordeel. „Dat is vakken helemaal niks wat je daar geschreven hebt.” Ik kon er niks van en het zou ook nooit wat worden. Maar één passage vond in zijn ogen genade. Het waren deze regels: „Zoals ze daar liepen. Niets hadden ze met het landschap te maken, niets. Met iedere stap detoneerden ze meer.” Nu ik het teruglees vind ik die zinnetjes wel erg tegen Nescio aanleunen.

Ondanks Joops kritiek is dat boekje er nog wel gekomen maar inmiddels al lang verramsjt.