Het wordt niet beter maar erger

Nederland haalt in 2013 waarschijnlijk de Europese begrotingsnorm van maximaal drie procent. Het Centraal Planbureau (CPB) komt in een studie naar het akkoord tussen VVD, CDA, ChristenUnie, D66 en Groenlinks tot de conclusie dat het begrotingstekort volgend jaar uitkomt op 2,9 procent. Maar daar is dan ook alles mee gezegd.

De economische groei komt volgens het CPB volgend jaar uit op 0,75 procent. Dat is al zeer mager. En die groei hangt ook nog eens volledig af van de export. Van de binnenlandse bestedingen moet de economie het niet hebben. Die dalen. Het zijn dus de bestedingen in het buitenland die zullen moeten toenemen. Maar de kans daarop is vrij klein. Binnen en buiten Europa heerst onzekerheid, die voor een belangrijk deel wordt gevoed door de invloed van de eurocrisis op de wereldeconomie.

En dan is er ook nog het risico op een ontmanteling van de eurozone zelf, een kans die het CPB zelf uitdrukkelijk erkent. De economische en financiële gevolgen daarvan zijn niet te overzien. Vanmorgen waardeerde kredietagent Moody’s vrijwel alle Nederlandse banken af, waarbij ING ook nog op de rol blijft voor een volgende afwaardering.

De Nederlandse banken blijven behoren tot de sterkste van Europa, maar deze waarschuwing snijdt wel degelijk hout. Daarom zal een nieuw kabinet na de verkiezingen van september buitengewoon weinig bewegingsvrijheid hebben. Sterker nog, bij ongewijzigd beleid – en als alles in Europa goed blijft gaan – resteert in 2017 nog steeds een tekort van 2,6 procent. Het wegwerken ervan, de oorspronkelijke opdracht van het kabinet-Rutte, vergt ingrepen ter grootte van nog eens 25 miljard euro. En dat terwijl de economische groei in die periode gering blijft. De Nederlandsche Bank ging er afgelopen maandag zelfs van uit dat het begrotingstekort in 2014 de grens van drie procent al weer overschrijdt.

Dat is verontrustend. Het streven naar gezonde overheidsfinanciën is niet alleen van belang voor de samenleving, waar bijvoorbeeld de zorgkosten structureel blijven stijgen. Ongeacht het komende scenario in Europa, de afgelopen jaren en maanden laten ook zien dat de financiële reputatie een kostbare schat is die moet worden gekoesterd. Nederland wordt door de financiële markten intuïtief ingedeeld bij Duitsland. Dat er geen probleem is bij het lenen van de overheid op de kapitaalmarkt, de rente laag is en de banken het relatief makkelijk hebben, het is een luxe die in het Zuiden van de eurozone al lang verleden tijd is.

De goede financiële reputatie van Nederland moet koste wat kost worden bewaard. Dat vergt een betrouwbaar, geloofwaardig en koersvast begrotingsbeleid. Voor én na de verkiezingen van september.