Het 'prikkelen' van de scholier lijkt te werken: hij wordt beter

De eindexamens moesten strenger, vond de minister. Dit jaar was de eerste serieuze test. De zwaardere eisen hebben niet tot meer onvoldoendes geleid.

gouda goudse scholengemeenschap leo vroman eindexamenserie foto rien zilvold

Minister Marja van Bijsterveldt (Onderwijs, CDA) zal gisteren heel voorzichtig een zucht van verlichting hebben geslaakt. De eindexamens zijn dit jaar beter gemaakt dan voorgaande jaren, meldde het College voor Examens. En dat terwijl schoolbesturen de apocalyps hadden voorspeld vanwege de aangescherpte exameneisen. Het aantal gezakte leerlingen zou zeker verdubbelen, vreesden ze.

Zo erg gaat het waarschijnlijk niet worden. Volgende week vinden er nog herexamens plaats, maar het examencollege zegt nu al dat het percentage gezakte leerlingen „iets lager zal zijn dan eerdere berekeningen”. En dat terwijl de kandidaten dit jaar voor hun eindexamen gemiddeld een 5,5 moesten staan. Compenseren met de cijfers van de schoolexamens mag niet meer.

De basis op orde en de lat omhoog, dat was de afgelopen jaren het adagium van Marja van Bijsterveldt als staatssecretaris (van 2007 tot 2010) en minister van Onderwijs (sinds 2010). Dit eindexamen was de eerste serieuze test voor haar beleid. Het lijkt erop dat leerlingen beter hun best hebben gedaan, zodat ze de sprong over de hogere lat konden maken.

Volgend jaar ligt die lat weer een paar centimeter hoger, omdat er dan nog maar één vijf mag worden gehaald voor de vakken Nederlands, Engels en wiskunde. En in 2014 wordt aan het verplichte vakkenpakket een rekentoets toegevoegd. Een pilot dit voorjaar wees uit dat het met de cijfervaardigheid van de Nederlandse scholier niet best gesteld is, dus het is twijfelachtig of de positieve trend van 2012 de komende jaren wordt doorgetrokken.

Maar feit is dat de eindexamenresultaten van dit jaar een trendbreuk laten zien. De afgelopen jaren deden steeds meer leerlingen examen op het havo en vwo, terwijl de resultaten achteruit gingen. In het schooljaar 2009/2010 namen bijna 85.000 leerlingen deel aan de havo- en vwo-examens, 10.000 meer dan in 2005/2006. De slagingspercentages daalden in deze periode met 4 procentpunt, naar respectievelijk 89 en 85 procent. Het slagingspercentage op het vmbo daalde in deze periode ook, maar minder sterk dan op havo en vwo.

Dit jaar deden 59.434 havisten en 41.278 vwo-scholieren eindexamen. De groei van het aantal leerlingen dat deelneemt aan deze hogere onderwijsvormen zet dus door, terwijl de daling van de resultaten een halt lijkt toegeroepen, voorlopig althans.

Daarmee lijkt één verklaring voor die neerwaarste trend, mocht die zich doorzetten, te kunnen worden weggestreept. Sommige leraren en schoolbestuurders vroegen zich af of leerlingen door hun ouders niet te veel werden gepusht om op een zo hoog mogelijk niveau examen te doen. Misschien konden ze dat niveau helemaal niet aan, en zouden ze zich beter thuis voelen op het vmbo.

Nu de groei van het aantal havo- en vwo-kandidaten doorzet en de examenresultaten er desondanks op vooruit gaan, blijkt dat in elk geval dit jaar de ‘extra’ leerlingen die havo en vwo doorlopen, in staat zijn de examens tot een goed einde te brengen. De voorstanders van de lijn van Van Bijsterveldt zullen zeggen: zie je wel, als je leerlingen maar prikkelt, zijn ze tot veel meer in staat dan je denkt.

Binnen de politiek bestaat overigens brede steun voor het stellen van hogere eisen aan scholieren. Als Nederland een concurrerende kenniseconomie wil zijn, dan moet het niveau van het onderwijs omhoog, vinden eigenlijk alle partijen.

Er bestaat wel verschil van mening over de route die moet worden genomen. De partijen die de afgelopen jaren in de oppositie zaten, vinden dat er extra geld bij moet voor het onderwijs. Daarmee vinden ze, uiteraard, gehoor bij schoolbesturen, leraren en scholieren. Het LAKS, het Landelijk Aktie Komitee Scholieren, stelt vandaag dat er meer bevoegde docenten voor de klas moeten komen. „Het kan niet zo zijn dat de eisen verhoogd worden, terwijl er verder niet geïnvesteerd wordt in kwaliteit”.

Daarmee raakt het LAKS een gevoelig punt. Scholieren worden met strengere exameneisen vast aangespoord tot harder werken. Maar zij zijn niet als enigen verantwoordelijk voor het slagen van de sprong over de lat. Daarvoor moeten ook hun trainers, de leraren, van het hoogste niveau zijn.

    • Bart Funnekotter
    • Mark Hoogstad