Griekenland, de thriller deel 3

Aan inspiratie heeft de populaire Griekse thrillerschrijver Petros Markaris geen gebrek. De crisis in zijn land is heftiger dan wat hij zelf kan verzinnen.

The full moon rises behind the Temple of Poseidon in Cape Sounion, south east of Athens, Greece, while tourists watch, on Saturday, May 5, 2012. Saturday's event is a "supermoon," the closest and therefore the biggest and brightest full moon of the year. (AP Photo/Dimitri Messinis) AP

Correspondent Zuidoost-Europa

In zijn loopbaan bij de Griekse politie heeft hij veel meegemaakt. Maar een seriemoordenaar die bankiers onthoofdt is ook voor inspecteur Kostas Charitos nieuw. De gezagsgetrouwe, maar eigenwijze politieman kan de nieuwe wereld van offshorebedrijven en speculanten maar moeilijk begrijpen. En als achter een homobar ook het lijk van een Nederlandse medewerker van een ‘kredietbeoordelaar’ wordt gevonden, schieten de woordenboeken die hij zo graag leest voor het slapengaan, definitief tekort.

Deze Kostas Charitos bestaat niet echt. Hij is het geesteskind van de populaire Griekse thrillerschrijver Petros Markaris, wiens oeuvre leest als een geschiedenis van het moderne Griekenland. In eerdere avonturen zag inspecteur Charitos zich nog gesteld tegenover de vertrouwde en overzichtelijke kongsi van corrupte politici, slaafse journalisten en misdadige bouwbedrijven. In zijn nieuwste thriller Achterstallige leningen (2010) en het vervolg Afrekening (2011), zijn daar nu de complexe schijnwerkelijkheid van speculanten en kredieten bijgekomen. Nog altijd bevatten Markaris boeken lange beschrijvingen van autoritten door Athene, zwetend in een rammelende Fiat Mirafiori. Maar tegenwoordig staat de inspecteur daarbij voortdurend vast door stakingen en demonstraties.

Het derde deel rijpt al in het hoofd van Markaris. Maar met het schrijven is hij nog niet begonnen. Zoals alle Grieken wacht de auteur gespannen op de uitslag van de parlementsverkiezingen van zondag. De uitslag kan grote gevolgen hebben de verdere avonturen van inspecteur Charitos.

„Op dit moment weet ik niet of maandag de mogelijkheid van een regering bestaat”, zegt Markaris. „Als dat niet zo is, koersen we af op een klassieke tragedie.”

Petros Markaris schrijft met humor en mededogen, zelfs over daders. De moordenaar in het tweede deel van de nieuwe serie is een soort Robin Hood die vermogende belastingontduikers omlegt. Een regelrechte aanklacht tegen beleidsmakers, die er maar niet in lijken te willen slagen de rijken flink te laten meebetalen. De Griekse staat is wereldwijd de enige maffiaorganisatie die het voor elkaar heeft gekregen failliet te gaan, zo laat Markaris iemand aan het eind van het boek opmerken.

Markaris spaart zijn landgenoten niet. De schrijver werd in Istanbul geboren, uit een Armeense vader en een Griekse moeder, en ging er naar een Duitstalige middelbare school. Daardoor zijn hem veel „Griekse complexen” bespaard gebleven, zegt hij op de bank in zijn werkkamer in Athene. „Zoals de neiging om altijd in de slachtofferrol te kruipen.”

In het Griekenland waar Markaris zich in de jaren zestig als jongeman vestigde was het armoe troef. Tegelijk, zegt hij, wisten Grieken waardig te leven zonder geld en konden ze hun kinderen een opleiding geven. Dat bewondert hij aan zijn landgenoten. Maar met de armoede verdween ook die waardigheid.

„Nu gaan ze terug naar de armoede, maar zónder de waarden van destijds”, zegt hij fel. „Ze dachten dat het leven gemakkelijk was, dat geld gemakkelijk kwam. Nu dat niet zo blijkt te zijn, raken jongeren in paniek en zoeken ze een gemakkelijke uitweg.” Dat verklaart volgens Markaris ook de populariteit van de radicaal-linkse coalitie Syriza, die eerder met Brussel gemaakte afspraken over bezuinigingen naast zich neer wil leggen.

„Alsof die een toverdrankje hebben”, verzucht de schrijver.

In de boeken van Markaris ontkomt niemand aan de koopzucht die Griekenland aan de rand van de afgrond heeft gebracht. Ook inspecteur Charitos en zijn vrouw Adriani niet. Tijdens de crisis weet Adriani het huishoudboekje op orde te houden en Charitos is tevreden met een souvlaki en de gevulde tomaten van zijn vrouw.

Maar op aandringen van zijn schoonzoon koopt de inspecteur toch, op afbetaling, airconditioning voor zijn flat. En zijn vrouw haalt hem over om voor de bruiloft van hun dochter een nieuwe auto te kopen. In Achterstallige Leningen noemt Markaris de creditcards die iedereen in Griekenland ongevraagd van banken kreeg thuisgestuurd ‘financiële doping’.

Duitse toeristen zijn verzot op zijn boeken. Markaris hoopt dat hij hun duidelijk kan maken dat Griekenland meer is dan een prachtig strand. Want ondanks al zijn eigen kritiek, ergert de schrijver zich aan het Duitse gemopper over Griekenland. „In Turkije en Griekenland legden de Amerikanen hun wil op. We deden wat ze zeiden, omdat ze sterker waren. Dat is pijnlijk, maar je kunt het tenminste begrijpen. Maar hoe kun je, zoals de Duitsers doen, aan anderen opleggen dat jij béter bent? Doe als ik, want ik ben beter.” Een grote vergissing, vindt Markaris. En dat in het Griekse systeem steeds weer corrupte figuren komen bovendrijven, betekent niet dat er geen fatsoenlijke Grieken zijn. Die zijn er genoeg, zegt Markaris.

‘Het oude politieke systeem is geïmplodeerd, nu moet er iets nieuws komen’. Die zinsnede ligt veel Grieken nu in de mond bestorven. Ook Markaris zegt het. Maar wát dan dat ‘nieuws’ is, durft hij niet te voorspellen. Hij is bang dat het radicaal-linkse Syriza zondag wint en zulke hoge eisen zal stellen tijdens de coalitiebesprekingen dat niemand wil meeregeren. „Een derde keer verkiezingen kunnen we niet aan. Dan stort het land echt in.”

Voor de vertegenwoordigers van het oude systeem, de conservatieve Nieuwe Democratie en de socialistische Pasok, heeft hij „geen enkel respect” na de bende die ze er de afgelopen decennia van hebben gemaakt. Maar wat moet hij anders stemmen? Gisteren belde zijn zus, die nooit van haar leven op Nieuwe Democratie heeft gestemd, maar dat nu wel gaat doen. Met dichtgeknepen neus, zei ze. Markaris zelf had het niet beter kunnen zeggen.

Wat hem echt angst aanjaagt, zegt hij, is dat nu misschien wel stap voor stap de basis wordt gelegd voor een nieuwe burgeroorlog in Griekenland. Tussen 1942 en 1949 woedde in het land een bloedige burgeroorlog tussen communisten en conservatieven, met 50.000 tot 150.000 doden. Om te illustreren hoe gepolariseerd Griekenland nu is, haalt Markaris het incident aan waarbij de woordvoerder van de extreem-rechtse partij Gouden Dageraad vorige week tijdens een tv-debat een communiste sloeg (zoek op YouTube op ‘Greek slap’). In Markaris’ De zelfmoord van Che (2004) zit een extreemnationalistische groep die aanslagen pleegt, maar verder weinig voorstelt. Maar bij de laatste verkiezingen kregen Griekse neonazi’s ruim 7 procent van de stemmen. Markaris noemt dat stemmen „op de slagers in plaats van de slachtoffers”.

Maar hij windt zich ook op over de selectieve verontwaardiging in Griekenland, waar morele oordelen voorbehouden zijn aan links. „Als politici met yoghurt besmeurd worden, of drie mensen omkomen in een bank na links geweld, zegt niemand iets. Prominenten van Syriza hebben zelfs de neiging zulke ‘woede-uitbarstingen van het volk’ te vergoelijken. Van die houding heb ik schoon genoeg.” Dit soort politiek van rechts tegen links en links tegen rechts, zegt Markaris, „creëert de voorwaarden voor burgeroorlog”.

Voor het derde deel van zijn crisistrilogie heeft Markaris een verhaallijn al duidelijk voor ogen. Het betreft Katharina, de enige dochter van inspecteur Charitos. Ze wil weg uit Griekenland, emigreren, en haar vader ligt daar behoorlijk wakker van. Markaris wil nog niet verklappen of Katharina haar plan doorzet. De schrijver zegt wel dat hij ertegen zou zijn. „We kunnen nu geen generaties verliezen. Het is belangrijk dat ze hier blijft en vecht.”

    • Marloes de Koning