Geschiedenis in aantocht

Bert Nienhuis

Otto de Kat: Bericht uit Berlijn. Van Oorschot, 205 blz. € 17,50

Het is een onweerstaanbaar genre, de roman die zich afspeelt aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. De naderende catastrofe geeft een enorme lading aan het verhaal, te meer daar de lezer weet wat de personages niet weten. Bassani’s De tuin van de Finzi Contini’s is het oervoorbeeld van die historische ironie, waarbij de lezer weet wat de personages, wat heel Europa boven het hoofd hangt.

In zulke romans treedt vaak een merkwaardige stilte voor de storm op, alsof je alleen nog het geluid van onschuldig ploffende tennisballen hoort. Die tennisballen hoort ook Emma in Bericht uit Berlijn, de vijfde roman van Otto de Kat. In Emma’s bijna dorpse buurtje in Berlijn gaat in de zomer van 1941 het leven zijn gang alsof er niets aan de hand is. Rozen geuren, het meer kabbelt en er wordt dus getennist in deze ‘buitenwijk van het geweld’.

Hetzelfde geldt voor het Londen waar Emma’s moeder woont. Ook daar leeft men (zij het met iets meer moeite door de Duitse bombardementen) door alsof er niets aan de hand is. Om nog maar te zwijgen van het Zwitserland waar haar echtgenoot Oscar diplomaat is, daar liggen de middeleeuwse stadjes er al helemaal onaangedaan bij. Om beurten krijgen de drie gezinsleden het woord, en ze klinken wonderlijk eensluidend: alledrie ergeren ze zich aan ‘de volstrekte verachting van wat er gaande was in de wereld’, aan de wijze waarop mensen maar doorleven, schijnbaar zonder te denken aan de gruwelen die zich een paar honderd kilometer verderop afspelen.

Maar zij weten dan ook iets wat de mensen om hen heen niet weten. Zoals de lezer kennis heeft die Oscar en zijn gezin nog niet hebben (hoe lang de oorlog nog zou duren en hoe erg het nog zou worden, en vooral: wat er gebeurde in de concentratiekampen), zo is deze dramatische ironie ook handig ingebed in het verhaal en weten de hoofdpersonen op hun beurt weer meer dan de anderen. Via haar man, die in Berlijn bij Buitenlandse Zaken werkt, heeft Emma gehoord dat Duitsland van plan is binnen drie weken de bondgenoot Rusland binnen te vallen. Ze heeft die kennis weten te delen met haar vader. Wat de diplomaat Oscar zal doen, of niet zal doen met dit ‘bericht uit Berlijn’ uit de titel, is de vraag waar het verhaal om draait. Hij weet immers dat als hij het bericht doorspeelt naar Londen, men het bericht tot zijn dochter zal herleiden die dan binnen de kortste keren bij de Gestapo zit. Als hij zwijgt, zullen nog meer Russische vrouwen en kinderen in hun slaap worden overvallen op de eerste dag van operatie Barbarossa: 22 juni 1941.

Zo draait het om het ongezegde en om stiltes in de roman van De Kat, die ook daarin op Bassani lijkt. Ook tussen de personages blijft veel verzwegen; vooral Oscar is onthecht en ondoorgrondelijk. Voor Kate en Emma, maar ook voor de lezer. De Kat heeft het zichzelf niet gemakkelijk gemaakt met dit dwalende personage, dat nergens wezenlijk door aangeraakt lijkt te worden, zelfs niet door zijn gezinsleden. Want daardoor vereenzelvig je je niet werkelijk met hem en zijn duivelse ethische dilemma. Oscar denkt wel voortdurend aan de oorlog, maar tegelijk laat alles hem koud. De suggestie is dat dat komt omdat hij verliefd is op een nogal gezichtsloze dame die hij op een Zwitsere berg tegen is gekomen: ‘Het leven sneeuwde uit hem vandaan, onthecht was hij en in vervoering tegelijk, overgave en verlatenheid, een vederlichte onrust, een roekeloze neiging alles te vergeten wat hij wist en had gedaan’. Op zulke momenten zitten de liefdesroman en de historische roman elkaar nogal in de weg. Oscar is zo gedistantieerd dat je je maar nauwelijks kan voorstellen dat de oorlog hem daadwerkelijk zoveel kan schelen. Waarom zou de hele wereld zo langs hem afglijden, maar operatie Barbarossa hem wel slapeloze nachten bezorgen?

Beter dan naar psychologische verklaringen kunnen we kijken naar de kracht van de beelden, die voor zichzelf spreken. Neem Mattous, een Congolese soldaat die gewond is geraakt en in Londen in het ziekenhuis belandt waar Kate werkt. Ook al ontheemd natuurlijk, en dat was hij al in de Afrikaanse oorlog die de zijne niet was. Het beeld beklijft: deze zwijgende pikzwarte man, verzeild in het witte bed, het witte land, de witte strijd. Het is bijna jammer dat De Kat het dan ook nog eens tot twee keer toe uitlegt; ‘Opgeroepen in een oorlog van vreemden tegen vreemden, in een strijd waarvan hij de oorsprong niet kende en de zin niet doorzag’. Voor een roman die om het ongezegde draait, wordt er wat veel gezegd.

Evenals Mattous zijn de andere personages ook haast allegorische figuren die vooral laten zien hoe het was in 1941, in dat gebombardeerde Londen, dat vijandige Berlijn en dat veel te lieflijke Zwitserland. Zo geeft De Kat een mooie, weemoedige indruk van tuinen, zomerse briesjes en pianospel, tennisballen in de verte. We bewegen mee door een dromerig Europa waar vrijwel niemand zich lijkt beseffen dat er in het oosten van Duitsland 3 miljoen mannen in gereedheid worden gebracht om Rusland binnen te vallen. En dat is wat bijblijft van Bericht uit Berlijn: de onomkeerbare stormloop van de geschiedenis die zich niet door die paar individuen laat tegenhouden, en die hen zal vermorzelen.

    • Yra van Dijk