'Europa' kost 230 euro en levert 1.500 tot 2.000 per persoon op' Waar Grotendeels waar Half waar Grotendeels onwaar Onwaar

De aanleiding

D66-leider Alexander Pechtold was afgelopen zondag te gast bij het tv-programma Buitenhof. Daarin wees presentatrice Clairy Polak hem op de euroscepsis die leeft onder veel Nederlanders. Pechtold antwoordde daarop: „Tegenover de gevoelens die u terecht agendeert, zet ik de feiten. Nederland draagt per persoon ongeveer 230 euro bij aan Europa, maar krijgt daar aan welvaart 1.500 tot 2.000 euro per jaar voor terug.” Klopt dit, wilden diverse lezers weten.

Waar is het op gebaseerd?

Nederland draagt jaarlijks geld af aan de EU, maar profiteert via subsidies (voor bijvoorbeeld boeren) ook zelf van de gezamenlijke pot met geld. Het negatieve saldo van de afdracht en inkomsten (sinds 1990 is Nederland nettobetaler) is – of beter: was tot voor kort – wat de EU de Nederlander kost.

Wat de EU Nederland oplevert, is moeilijker te bepalen. Het Centraal Planbureau waagde zich er vier jaar geleden aan. Onderzocht werd in welke mate Nederland profiteert van de vrijhandel op de Europese markt. Later onderzocht het planbureau ook nog welke financiële voordelen Nederlanders behalen door de gemeenschappelijke euromunt, waar 17 van de 27 EU-landen aan deelnemen. Op grond daarvan bekijken we wat Europa Nederland oplevert.

Interpretaties

Sinds de Europese schuldencrisis is het plaatje complexer geworden. Europa gaat waarschijnlijk (flink) meer kosten dan alleen de jaarlijkse EU-afdracht. Nederland deelt de euro met andere landen, waarvan een deel in grote problemen is gekomen. Daar leent Nederland geld aan uit, waarbij het onzeker is of alles terugkomt.

Anderzijds profiteert Nederland als vermeende veilige haven voor beleggers van een extreem lage rente als het geld leent om de oplopende staatsschuld te financieren. Al deze ontwikkelingen bepalen mede hoeveel Europa oplevert en kost. Dit nemen we dus mee in de analyse van Pechtolds uitspraak.

En, klopt het?

In 2010 droeg Nederland 5,6 miljard euro af aan de EU en ontving het 2,14 miljard aan directe Europese steun. Omgerekend betekent dit dat iedere Nederlander in 2010 netto 208 euro bijdroeg aan de EU. Aangezien dit bedrag per jaar enigszins fluctueert, kunnen we stellen dat de 230 euro van Pechtold grosso modo klopt.

Dan wat de EU Nederland oplevert. Berekeningen hierover zijn per definitie speculatief. Het is onbekend hoe de economie zich had ontwikkeld zonder gemeenschappelijke Europese markt en euromunt. Het CPB kwam in september 2008 met een schatting van een positief effect op het bruto nationaal product van 4 tot 6 procent. Dat zou het gevolg zijn van meer Nederlandse handel op de interne markt. Volgens het CPB vertaalde die 4 tot 6 procent zich in 1.500 tot 2.200 euro extra inkomen (netto) per Nederlander in 2005. Berekeningen over recente jaren zijn er niet, maar een van de CPB-onderzoekers zegt dat de handelscijfers voorlopig niet zodanig zijn veranderd dat nu hele andere inkomenseffecten te verwachten zijn.

Vorig jaar deed het CPB ook onderzoek naar de inkomenseffecten van de euro. De conclusie luidde dat de economische voordelen van de gezamenlijke munt onduidelijk zijn – het CPB schatte de jaarlijkse welvaartsgroei per Nederlander op hooguit een extra weeksalaris. De kosten van het opheffen van de euro durft het CPB niet te schatten. CPB-baas Coen Teulings zei alleen dat we daarbij moeten rekenen op „Lehman-achtige proporties”. Het faillissement van die Amerikaanse zakenbank leidde in 2008 de kredietcrisis in.

Als we de CPB-berekeningen volgen, dan zou ‘Europa’ (interne markt en de euro) de Nederlander jaarlijks dus een extra maand- en een extra weeksalaris opleveren. Het gemiddelde van dat extra maandsalaris is 1.850 euro. Inclusief de extra weeksalaris komen we uit op 2312,50 euro netto. Op basis van alleen de CPB-berekeningen over de interne markt kwam Pechtold uit op 1.500 tot 2.000 euro per jaar. Het gemiddelde daarvan is 1.750 euro. Voor de situatie in 2005 was Pechtolds bewering dus accuraat – en die gaat volgens het CPB nog altijd op.

Er is wel een grote ‘maar’. Door de Europese schuldencrisis heeft Nederland al 15 miljard euro uitgeleend aan Griekenland, Ierland en Portugal. Spanje zal spoedig volgen. In totaal heeft Nederland voor 134,7 miljard euro aan garanties uitstaan. De economische vooruitzichten voor de genoemde landen zijn zo somber dat de verwachting is dat ze niet al het geleende geld terugbetalen. Dat betekent dat die garanties worden ingeroepen en Nederland deels opdraait voor de schulden.

Als gevolg daarvan loopt de Nederlandse staatsschuld op. De Tilburgse economen Harrie Verbon en David Hollanders hebben berekend dat dit Nederland jaarlijks 2,8 miljard euro (conservatieve schatting) tot 12,1 miljard (slechtste scenario) aan extra rentelasten kan kosten. Die 12,1 miljard zou zich vertalen naar zo’n 720 euro per Nederlander per jaar. Inclusief de EU-afdracht van ruim 200 euro zouden de kosten van ‘Europa’ dan richting de 1.000 euro per Nederlander per jaar gaan. Dat staat nog los van de algehele economische malaise die de schuldencrisis veroorzaakt. Daar zijn bijvoorbeeld de Nederlandse pensioenfondsen door de lage rente en dalende beurskoersen medeslachtoffer van. Ook valt te verwachten dat de afzetmarkt voor Nederlandse producten in de crisislanden krimpt. Wat de effecten daarvan zijn, valt amper te berekenen en is nu zeker nog niet te voorspellen.

Een positief effect voor de Nederlandse staat is dan weer de lage rente die het betaalt als het geld leent om de staatsschuld te financieren. Beleggers vertrouwen Zuid-Europese staatsobligaties niet meer en nemen genoegen met een geringe vergoeding bij het lenen aan Nederland. De Volkskrant berekende in oktober vorig jaar dat het positieve effect daarvan (een meevaller van 7,5 miljard tussen 2009 en 2011) op dat moment nog opwoog tegen de negatieve effecten van de Europese schuldencrisis. Het is alleen onwaarschijnlijk dat dat zo blijft.

Conclusie

De Europese schuldencrisis breidt zich snel uit. Die crisis is mede veroorzaakt door de gezamenlijke euromunt, waar Nederland aan deelneemt. Zo hebben crisislanden geen nationale munt meer die ze kunnen devalueren om hun economie concurrerender te maken. En landen die nu in crisis verkeren konden lange tijd tegen een onnatuurlijk lage rente geld lenen, omdat beleggers toen nog veel vertrouwen hadden in de euro. Zo ontstond in Griekenland een onhoudbare overheidsschuld. Omdat Nederland de euromunt deelt met deze probleemlanden, draait het mogelijk op voor een deel van de verliezen. In een slecht scenario kunnen die oplopen tot zo’n 12 miljard euro per jaar, oftewel zo’n 720 euro per Nederlander. Als D66-leider Pechtold spreekt over de welvaart die ‘Europa’ brengt, zou het fair zijn om dit risico mee te wegen in zijn berekening.

Dit alles neemt niet weg dat wij hier controleren of de bewering van Pechtold op dit moment klopt. Als het gaat om de interne markt is dat volgens het Centraal Planbureau nog steeds het geval. Daarbij moet worden aangetekend dat reeds geleden schade door de eurocrisis bij bijvoorbeeld pensioenfondsen in deze kosten-batenanalyse niet is meegenomen. Alles afwegende beoordelen we – op basis van de CPB-berekeningen – de uitspraak dat Nederland „per persoon ongeveer 230 euro bijdraagt aan Europa, maar daar aan welvaart 1.500 tot 2.000 euro per jaar voor terugkrijgt” als grotendeels waar.

    • Wilmer Heck