... en de gewone ruzies in Europa

Correspondent Brussel

De adrenaline raast weer door de eurozone. Kredietbeoordelaar Moody’s gaf deze week Spanje een downgrade. Cyprus onderhandelt met het Europees noodfonds én Rusland over leningen. In Italië komt premier Monti in een steeds moeilijker parket. De Griekse verkiezingen kunnen de eurocrisis laten exploderen.

En wat doen Frankrijk en Duitsland? Die voeren een ideologische strijd over de oplossingen. Volgens de Financial Times van gisteren heeft president François Hollande zijn plan voor euro-obligaties in een la gelegd. In plaats daarvan zou hij op de Europese top van 28 en 29 juni willen voorstellen om het nieuwe noodfonds ESM direct aan Europese banken te laten lenen.

Dat kan door het fonds een bankvergunning te geven, zodat het net als andere banken goedkoop krediet kan krijgen bij de Europese Centrale Bank. Ook zou Hollande het toezicht op grote Europese banken willen overhevelen naar de Europese Centrale Bank.

Vanuit Berlijn komen andere geluiden. Voor zulke plannen zou een tijdrovende Europese verdragswijziging nodig zijn en daar is nu geen tijd voor. Bovendien vinden de Duitsers dat er eerst meer structurele, politieke eenheid moet komen in de eurozone en dan pas kun je dit soort kortetermijnmaatregelen nemen. Bondskanselier Angela Merkel zei dat Europa een „Hercules-taak” van verdere integratie wacht. Samen met Europese instanties als de Commissie en de Europese Centrale Bank werkt zij aan plannen voor strakkere Europese controle op nationale begrotingen en banken.

De manier waarop de besluiten in de eurozone worden genomen, maakt dat Frankrijk en Duitsland zich vlak voor een top ingraven in tegengestelde posities. Je moet altijd meer vragen dan je kunt krijgen. Dan heb je wat weg te geven en vind je makkelijker een compromis.

De crisis komt voort uit het feit dat Frankrijk en Duitsland, om politieke redenen, te snel en met te verschillende ideeën in de euro zijn gestapt. Merkel wil dat nu rechtzetten. Ze wil dat landen eerst meer soevereiniteit opgeven, zodat de euro beter stabiel te houden is. Parijs wil meer crisisinstrumenten, maar beperkt liefst die soevereiniteitsoverdracht. Ziet Merkel dan niet, klinkt het in Parijs, dat Spanje op uitglijden staat en Italië mee kan trekken? En dat het noodfonds door Duitse zuinigheid te weinig geld bevat om beide landen te stutten?

Voor beide invalshoeken is wat te zeggen. „De grote vraag is”, zegt een betrokkene, „of Merkel en Hollande het schip op tijd in de haven krijgen. De kans op ongelukken stijgt met de dag.”

    • Caroline de Gruyter