Column

Een kleine plons voor de kunst

Alle verlies is treurig, maar het commentaar van redacteur L.H. Wiener op het einde van het tijdschrift Kortverhaal (voorheen De Tweede Ronde) was de moeite waard: ‘Het is als de dood van Icarus, zoals uitgebeeld door Breughel, en verwoord door W.H. Auden in zijn gedicht ‘Musée des beaux arts’: als je niet kijkt dan zie je het niet eens en hoor je geeneens een plons.’ Een klein plonsje is het blad toch wel waard, niet zozeer wegens de toevalligheid dat Arnon Grunberg en Manon Uphoff in De Tweede Ronde debuteerden, maar vooral door de eindeloze rij vertaalde gedichten en verhalen in het blad.

Bijvoorbeeld veel werk van de deze week overleden vertaler Tom Eekman, winnaar van de Nijhoff-prijs in 1981 en een van de steunpilaren van de Russische bibliotheek van uitgeverij Van Oorschot. Hij vertaalde jarenlang voor een habbekrats en als zijn tarief dan verhoogd werd tot anderhalve habbekrats schreef hij zijn uitgever dat deze toch werkelijk ‘Een Vorst der Uitgevers’ was. Want de literatuur – en zeker de vertaalde literatuur – kan nu eenmaal alleen maar bestaan als er genoeg mensen zijn die iets voor niets of bijna niets willen doen, wetend dat hun vlucht door weinigen gezien zal worden – en de plons niet gehoord.

Ook een soort Icarusvlucht was het boek waar Gerard Walschap (1898-1989) af en toe aan werkte als hij het even niet meer wist met zijn andere werk: de middeleeuwse schelmenroman Metten Marten. Vijf jaar geleden werden er drie hoofdstukken van teruggevonden tussen zijn oude papieren. Leuk, maar wat moet je ermee? De dochter van Walschap vroeg aan Walter van den Broeck – een auteur die niet is gestikt in zijn eerste postmoderne eigenaardigheidje – of hij het boek wellicht ‘af wilde maken’. Van den Broeck weigerde, waarmee Metten Marten zonder plons in de vergetelheid dreigde te verdwijnen. Tot er nog een paar hoofdstukken opdoken; en nog weer wat.

En vervolgens besloot de kleine uitgeverij Vrijdag besloot die historische roman dan ook maar uit te geven. Zo lees je na jaren nieuwe Walschapzinnen: ‘De wond was ontstoken, de heelmeester had er verse koedrek doen op leggen, een middel dat toean algemeen werd aangeprezen, maar bij Claes niet geholpen had.’ Met het been dat hier wordt behandeld loopt het niet goed af, maar Walschap vliegt zo nog even door aan de rand van het schilderij.