Een feest van vervreemding

Ulixes: het klinkt als een bijfiguur uit Asterix, maar het is de nieuwe vertaling van James Joyce’s meesterwerk – over een wereld die één dag bestaat, 16 juni 1904. En morgen is het weer 16 juni, 108 jaar later.

James Joyce: Ulixes. Vertaald door Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes, Athenaeum – Polak & Van Gennep, 914 blz. € 44,95

Je gelooft je ogen niet. Het is alsof een dierbaar familielid opeens opduikt met een rare bril, of een opvallende nieuwe haar-kleur.

Het familielid in kwestie is Ulysses, het modernistische meesterwerk van James Joyce en misschien wel de beroemdste roman van de 20ste eeuw, en de verbijstering geldt de titel waaronder de nieuwe Nederlandse vertaling verschijnt: Ulixes.

Titels van vertaalde romans kunnen in de loop der jaren veranderen. Dostojevski’s Duivels verscheen eerder als Boze geesten en Demonen, en Schuld en Boete werd op een gegeven moment Misdaad en straf. Maar Ulixes? Is dat een bijfiguur uit Asterix? Een elixer van Panoramix voor Obelix?

Ulysses, dat gezien kan worden als (onder veel meer) een moderne hervertelling van de oude Odysseus-mythe, verdiende een Nederlandse titel, vonden de twee verantwoordelijke vertalers, Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes. ‘Ulysses is namelijk de Engelse vertaling van de Latijnse versie van de naam van de Homerische held,’ legden ze onlangs uit in hun column in Trouw. ‘En Ulixes is dan weer de Nederlandse versie van de Latijnse vertaling van de Griekse naam. Zo heet hij al bij Van Maerlant en Hooft.’

’t Klinkt ingewikkeld, maar de naam maakt dus deel uit van ons literair erfgoed. En als titel blijkt Ulixes een gouden greep, want het woord geeft precies de juiste schok (al was het maar door die scherpe iks-klank) om met een nieuwe, stofvrije blik naar het boek te kijken. De vondst is de perfecte uitdrukking van de bravoure, branie en brutaliteit waarmee de vertalers te werk zijn gegaan. Voor de goede orde: dat zijn geen negatieve kwalificaties.

Twee keer eerder werd Ulysses in het Nederlands vertaald (en beide keren met onvertaalde titel). Het monnikenwerk dat John Vandenbergh 1969 afleverde, werd in 1994 opgevolgd door een nieuwe vertaling van Paul Claes en Mon Nys. Is het terecht dat het boek voor de Perpetua-reeks opnieuw werd vertaald? Het antwoord is ja. Of eigenlijk: ja!

Dat Bindervoet en Henkes Joyce aankunnen, bewezen ze in 2002 met hun vertaling van het onvertaalbare laatste boek van Joyce, Finnegan’s Wake. Dat ze van Joyce houden, bleek uit hun knappe en komische pastiche Bloemsdag (2004), waarin ze het verhaal van Ulysses verplaatsten naar het 21ste-eeuwse Amsterdam. En onder de door hun vertaalde songteksten (die overigens van wisselende kwaliteit zijn) bevindt zich een opmerkelijke versie van ‘Ob-La-Di, Ob-La-Da’ van The Beatles, waarin onder de titel ‘Odysseus’ Odyssee’ de hele Ulysses wordt samengevat.

Het verhaal van Ulysses laat zich dan ook eenvoudig samenvatten. Dat veel lezers in het boek zijn gestrand ligt niet aan het plot, maar aan de manier waarop Joyce zijn boek schreef.

Het is een mijlpaal, Ulysses, met grote invloed op latere generaties schrijvers. Toen het boek in 1922 verscheen, had Joyce (1882-1941) er zo’n vijftien jaar aan gewerkt. Hij wilde de technieken uitwerken die hij in zijn vorige boeken had verkend, en daarin is hij ruimschoots geslaagd: in Ulysses onderwerpt Joyce de taal en het romangenre aan experimenten die nooit eerder zo ver waren doorgevoerd.

Leesbaarheid stond bij Joyce niet voorop, zoals veel lezers tot hun frustratie hebben moeten concluderen, het boek is een berg waarvan sommige hellingen wel érg steil zijn, maar wie door klimt valt van de ene verbazing in de andere. Meeslepende innerlijke monologen waarin grammatica en interpunctie het onderspit delven; een episode in bewust slechte, temerige stijl; een hoofdstuk als een examen met strenge vragen en schoolse antwoorden; een toneelstuk; een gekmakende episode waarin de werking van muziek wordt opgeroepen; een episode in de stijl van damesromannetjes – het zit er allemaal in, en meer. Tegelijkertijd is het een samenhangend universum vol symboliek, waarin alles met elkaar samenhangt en elk element op een zorgvuldig uitgekozen plek is neergezet.

Dat universum beslaat één dag in Dublin – donderdag 16 juni 1904, om precies te zijn. De moderne, antiheroïsche Odysseus van Joyce is de zachtaardige advertentieverkoper Leopold Bloom, een van de sympathiekste personages uit de wereldliteratuur. Bloom beweegt zich in een onverschillige en zelfs vijandige wereld, die door hem tegemoet wordt getreden met de berustende mildheid van iemand die zowel zijn eigen beperkingen als die van zijn omgeving kent. Hij brengt zijn vrouw ontbijt op bed, doet boodschappen, gaat naar een begrafenis, wordt door zijn vrouw bedrogen, bezoekt een ziekenhuis en ontfermt zich in de rosse buurt over de zoon van een kennis. Niet iemand voor het laatste woord; dat is weggelegd voor zijn vrouw Molly, die in een lange monologue intérieur haar seksuele ervaringen zo openhartig beschrijft dat mede door dit laatste hoofdstuk het boek jarenlang was verboden in de Verenigde Staten.

Als Ulysses het alleen van zijn klassieke status moest hebben, zou het iets zijn voor academische archieven en doctoraalscripties. Maar het is een levend boek, met een hartslag. Dat komt niet in de laatste plaats door die soms zo frustrerende en lezersgeduld-op-de-proef-stellende stijlexperimenten. De vervreemdende effecten daarvan werken vaak humoristisch – ontroerend. Daarom is het een boek dat steeds weer nieuwe lezers verdient, en nieuwe vertalers.

Zeker als die vertalers te werk gaan als Bindervoet en Henkes. Zij nemen meer risico dan hun voorgangers, maar altijd met respect voor de grondtekst. Zo vertalen ze de beroemde eerste zin (‘Stately, plump Buck Mulligan came from the stairhead, bearing a bowl of lather on which a mirror and a razor lay crossed’), die door Claes en Nys in tweeën werd geknipt, als één zin en dat is alvast een goed begin.

En ze gaan goed door. Ze hebben een uitstekend oor voor spreektaal, waardoor hun vertaalde conversaties natuurlijker klinken dan bij hun voorgangers Vandenbergh (VDB) en Claes en Nys (C&N).

Ook hebben ze, meer dan hun voorgangers, gelet op het ritme van de tekst. Dat geldt niet alleen voor de vertaling van de vele (volks)liedjes die in Ulysses zijn opgenomen (en die ze in de meeste gevallen beter vertalen dan hun voorgangers), maar ook voor het proza. Daardoor leest hun vertaling gemakkelijker dan die van de voorgangers, ook al is hun versie uiteindelijk weerbarstiger.

Vandenbergh en Claes en Nys maakten het de lezer nog wel eens gemakkelijk door archaïsche of obscure termen van Joyce stilzwijgend met gangbaarder woorden te vertalen (zie kader). Bindervoet en Henkes kennen wat dat betreft geen enkele genade. Dat hun lezers naar woordenboek of internet moeten grijpen om bepaalde termen te begrijpen, vinden ze geen probleem; hetzelfde geldt tenslotte voor de Engelse lezer van de originele tekst. Ook bewust door Joyce gebruikte stijlfouten bedekken ze niet met de mantel der misplaatste liefde, zoals de eerdere vertalers nog wel eens deden.

Wat vooral bewondering afdwingt, is de losse toon die Bindervoet en Henkes aanslaan. In hun prijzenswaardige bravoure deinzen ze niet terug voor anachronismen en lijken ze zelfs een voorkeur te hebben voor anachronismen met een Nederlands tintje. Zo wordt een stel cowboys betiteld als ‘Pistolen Paultjes’, wordt ‘off to the country’ vertaald met ‘De paden op, de lanen in’, heet een krantenrubriek ‘Broodje Aap’ en slagen ze er zelfs in een verwijzing naar de obscure Nederlandse stripheld Baron Van Tast in hun tekst te verwerken. (Bloom tast naar de borst van een hoertje. Hoertje, bestraffend: ‘Zeg zeg, Baron Van Tast.’)

Ook verwensingen en scheldwoorden zijn bij Bindervoet en Henkes vaak moderner en geloofwaardiger; wat bij Claes en Nys nog ‘loop naar de maan’ was (en bij Vandenbergh ‘ach loop rond’), is bij hen ‘lazer toch op’ geworden. Verder deinzen ze niet terug voor een woord als ‘lamlul’ en een woordspeling als ‘nul de behanger’.

Het klinkt misschien geforceerd als je het achter elkaar krijgt opgesomd, maar in de tekst werkt het. In andere vertaalde romans zouden dergelijke al dan niet vernederlandste anachronismen neerkomen op vloeken in de kerk, omdat ze op ongepaste wijze benadrukken dat het om een vertaalde tekst gaat. Bij Ulysses is dat nu juist de bedoeling. Het is een tekst die zich op alle mogelijke manieren als tekst afficheert en daarom is het vrije en anachronistische vertalen van Bindervoet en Henkes volledig in overeenstemming met de geest van het boek. Het maakt de tekst net zo fris en sappig als het origineel, en benadrukt de humor.

Soms lijken Bindervoet en Henkes in hun enthousiasme te ver door te schieten, door woordspelingen en archaïsmen te gebruiken op plekken waar ze in het origineel ontbreken. Misschien compenseren ze op deze manier woordgrappen elders in de tekst die onvertaalbaar bleken. Misschien zijn ze hier en daar al te druistig geweest, of weten ze meer dan de recensent. Ulysses is tenslotte een boek vol raadsels.

Hoogtepunt van de vertaling is de veertiende episode, die zich afspeelt in een kraamkliniek. In dit deel verbeeldt Joyce de groei van een embryo door middel van een overzicht van de ontwikkeling van de Engelse literatuur, waarin hij de stijlen van diverse auteurs parodieert.

Vandenbergh en Claes & Nys hebben deze episode enigszins halfslachtig vertaald. Immers, zoals dat laatste duo in het nawoord bij hun vertaling schrijft: ‘de Nederlandse literatuur heeft niet dezelfde evolutie gehad als de Engelse’. Nee, niet dezelfde, maar wel een evolutie.

Bindervoet en Henkes hebben de handschoen opgenomen en zijn gretig op zoek gegaan naar Nederlandse equivalenten voor de door Joyce gepasticheerde auteurs. Wanneer ze een contemporaine Nederlandse vertaling van zo’n schrijver konden vinden, maakten ze daar gebruik van (Bunyan, De Quincey), in andere gevallen baseerden ze zich op Nederlandse auteurs, van Van Ruusbroec tot Nescio (achterin het boek staat een verklarende lijst opgenomen). Het resultaat is overtuigend en aanstekelijk; vooral het fragment in de stijl van Multatuli is briljant.

Gaat het te ver om Ulysses zo te vernederlandsen? Nee, het gaat precies ver genoeg, dit feest van vervreemding en herkenning is nu juist het effect dat Joyce beoogde en dat tot nu toe in de Nederlandse vertalingen ontbrak.

Soms hoor je beweren dat een goede vertaler onzichtbaar moet zijn. Bindervoet en Henkes hebben gelukkig begrepen dat deze regel bij Ulysses niet van toepassing is. Ze hebben zich vol enthousiasme op het boek geworpen en maakten er Ulixes van. Om Asterix te parafraseren: ‘Bravoure! Hoera!’

    • Rob van Essen