opinie

    • Hugo Camps

Dag Mark

I neens waren we terug in de vorige eeuw: zwart-wit. Wederopbouw, in Limburg. Straatbeeld van kompels en betonvlechters. Stoflong als geringste straf.

Nooit eerder heb ik een voetballer zo verweesd, uit de tijd gevallen, van de het veld zien lopen als Mark van Bommel na de eerste helft tegen Duitsland.

Daar slofte een man alleen.

Hij hinkte echt alles achterna: de eeuw, zijn verleden, ziel en zaligheid. Bijna dolend naar een scherf houtskool tegen de immense kou.

Het voetbalkapitalisme en voetbalnationalisme is hardvochtig. Er is weinig ruimte voor mededogen. Zelfs een minimum aan elegantie is te veel gevraagd. Zo was het vroeger, zo is het nu. Maar met de hardvochtigheid die Mark van Bommel treft, heb ik het wel moeilijk.

Het is bijna kannibalisme.

In Charkov voltrok zich een familiedrama. Bert van Marwijk en schoonzoon Van Bommel tekenden gezamenlijk voor het einde van een tijdperk, voor het einde van een internationale carrière. Beiden slachtoffer van hondstrouw.

Bert kan het hebben, Mark niet.

Na de wissel gingen alle lichten uit. De ogen verstorven tot donkere loopgraven. Het gezicht krijtwit, ontdaan van het miniemste blosje zweet. De tred van een struinend skelet op het slagveld van Normandië.

Naar nergens heen.

Na de stervende zwaan, de stervende voetballer. En niemand die hem nog een schouder gaf, de hoogvliegers Sneijder en Van Persie niet, de onderklasse De Jong en Heitinga ook niet. Geen sluier van liefde meer voor de man die vier jaar lang het gezicht van Oranje is geweest. Vuurvreter van een generatie, spindoctor van een renaissance.

De enige Duitser van Oranje.

Nu dan: alles voorbij. Afgeserveerd door zijn schoonvader. Zonder omhelzing, niet eens een klapje op de kont. Het teambeest op slag eenling in een duisternis van hem alleen.

Dit EK was zijn laatste natte droom. Meer hoefde niet meer. Helaas, hij kon zelf zijn geluk niet meer belopen. Terwijl hij luttele weken eerder nog bij AC Milan scharnier was van Schwung en catenaccio. Wie is die god die een begenadigd fenomeen van intelligentie en passie net te vroeg oud laat worden.

Waar is nog erbarmen aan gene zijde?

Er zijn weinig voetballers die de maakbaarheid van de samenleving meer hebben belichaamd dan Mark van Bommel. Als zijn ouders het dorp uit gingen, trokken ze nog schone kleren aan. Dat deed hij zelf ook. Geheimen vertrouwde hij alleen toe aan zijn hond. In de haren van de Ridgeback, die als een tegendraadse dolk over de rug gaan, vond hij inspiratie voor een geweldige carrière. Mede dankzij zijn vrouw Andra ruilde hij het dorp in voor de wereld.

Wie helpt hem nu weer van de wereld af?

Twee jaar geleden was hij nog de onvolprezen aanjager van Oranje. Controleur die symbool stond voor de mentale kracht van het Nederlands elftal. En ja, het gaat snel: controleur was toen een academische titel.

Zijn diepste verlangen was Europees kampioen worden. Gevierd zijn als voorganger van de Oranje-elite. Kerkhof van niet ingeloste verwachtingen, dus. Het blijft bij PSV – vanuit Europa gezien: een bevlagd knekelhuis.

Uitgerekend in Polen en Oekraïne is Mark van Bommel teruggebracht tot gastarbeider van zijn eigen eer en glorie. Zoals destijds gastarbeiders in Limburg het feest van de wederopbouw altijd is ontzegd. Maar toen was er tenminste nog muzak in het dorp. In Oranje weerklinkt alleen nog wolvengehuil.

Tot de inwoners van Meerssen en omstreken één bede: haal Mark in met feestelijke huifkar. Rijd hem het dorp rond op een cantate van Bach.

    • Hugo Camps