Bezuinigen op aios kan, maar doe het verstandig

Volgens de overheid kunnen medisch specialisten zelf best een deel van hun opleiding betalen. Ze verdienen straks goed genoeg. Maar een extra eigen bijdrage is disproportioneel, slecht voor de kwaliteit van de opleiding en slecht voor de zorg. Er zijn betere alternatieven.

Eenderde van de artsen gaat na de zesjarige studie geneeskunde in opleiding tot medisch specialist, een aanvullend traject van vier tot zes jaar. Dit is geen ‘opleiding’ in de traditionele zin. De arts in opleiding tot specialist (aios) zit niet in de schoolbanken, maar werkt in het ziekenhuis op een contract van 48 uur per week. Daarvan wordt maar 38 uur betaald.

De overige 10 uur staan te boek als tijd voor opleiding en onderwijs. In de praktijk besteedt de aios die tijd echter voornamelijk werkend in de patiëntenzorg. Studie en wetenschappelijk onderzoek moeten in de vrije tijd. Ze werken in de praktijk dus meer dan een hele werkdag gratis. Zo leveren ze al een flinke eigen bijdrage aan de opleiding.

Die bijdrage vertaalt zich ook financieel. De specialist in opleiding voert een deel van de taken van de veel duurdere medisch specialist uit. Deze taken zijn niet altijd relevant voor de opleiding, maar wél onmisbaar voor de zorg.

Nu wordt overwogen deze eigen bijdrage verder te verhogen. Een specialist in opleiding zou bovenop de 20 procent gratis verrichte arbeid gemiddeld nog eens 13.400 euro per jaar moeten inleveren, ongeveer 30 procent van het bruto jaarsalaris. Dat komt neer op zo’n 80.000 euro als de opleiding zes jaar heeft geduurd

Het salaris dat de aios gaat verdienen als hij eenmaal specialist is, zou dit verantwoorden. Maar de werkloosheid onder beginnende specialisten is hoog en velen werken in tijdelijke, minder betaalde functies. De opleiding tot medisch specialist geeft geen vanzelfsprekend zekere toekomst.

Indien het voorstel wordt aangenomen wordt het financieel zeer onaantrekkelijk – zo niet onmogelijk – om medisch specialist te worden. Dit zal ertoe leiden dat er voorafgaand aan de opleiding een selectie op basis van financiële draagkracht zal plaatsvinden, in plaats van op kwaliteit en motivatie. Dit komt de medische zorg niet ten goede.

Er zijn betere manieren om te bezuinigen. Bijvoorbeeld het verkorten van de opleidingsduur. De rek zit in de taken die niet direct essentieel zijn voor de opleiding: nachtdiensten, eenvoudige poliklinische zorg en andere routineuze medische zorg.

Een derde voorstel biedt gelukkig wel aanknopingspunten voor bezuinigingen. De specialist in opleiding is net als een trainee in het bedrijfsleven een werknemer die wordt opgeleid voor een topfunctie met grote verantwoordelijkheden. Nu betaalt de overheid de ziekenhuizen om die opleiding mogelijk te maken. Tegelijk verdienen de ziekenhuizen aan de relatief goedkope patiëntenzorg die de aios levert. De ziekenhuizen, maar ook de zorgverzekeraar, kunnen dus een grotere financiële verantwoordelijkheid nemen voor de opleiding van hun toekomstige toppers.

Aios heelkunde en bestuurslid van de Landelijke Vereniging voor Medisch Specialisten in Opleiding (LVAG)

Aios longgeneeskunde en bestuurslid van De Jonge Orde (DJO)